CVA: een beroerte

Hersenbloeding of herseninfarct?

Getty Images

Jaarlijks worden zo'n 45.000 mensen getroffen door een CVA oftewel een beroerte. Ongeveer één vijfde daarvan overlijdt binnen een jaar nadat ze voor het eerst zijn opgenomen in het ziekenhuis. Beroerte is in Nederland de tweede doodsoorzaak bij vrouwen en de derde bij mannen. Daarnaast is het de belangrijkste oorzaak van invaliditeit. Hoe herken je een CVA?

CVA is de afkorting voor cerebro vasculair accident: een ongeluk (accident) in de bloedvaten (vasculair) van de hersenen (cerebro). Een CVA wordt ook wel een beroerte genoemd.

Wat is CVA?

Bij een beroerte gaat het om een herseninfarct of -bloeding. Ook een tijdelijke beroerte, TIA, valt onder CVA. Het is dus een verzamelnaam voor:

Wanneer een bloedvat in de hersenen wordt afgesloten, spreken we van een infarct. Bij een TIA is er ook sprake van een vernauwing of verstopping van een bloedvat, maar de symptomen verdwijnen dan ook weer. Scheurt er een bloedvaatje dan is het een hersenbloeding. Bij een beroerte gaat in het in 80 procent van de gevallen om een herseninfarct.

Oorzaken van een beroerte

Bij een CVA is de bloedvoorziening in de hersenen verstoord. Een herseninfarct ontstaat doordat een bloedvat in de hersenen afgesloten is. Het bloed kan er dan niet meer door, waardoor er te weinig bloed stroomt naar een deel van de hersenen. Bij een hersenbloeding is er sprake van een kapot bloedvat waardoor bloed uit het bloedvat lekt. Ook hierdoor krijgt een bepaald hersengedeelte te weinig zuurstof. De hersencellen kunnen dit maar kort aan en raken beschadigd.

Een belangrijke oorzaak van een afgesloten bloedvat is (slag)aderverkalking (atherosclerose). Op de plekken waar vet (cholesterol) en kalk zich afzet in de bloedvaten kan gemakkelijk een bloedstolsel ontstaan, trombose. Een trombose kan zich uitbreiden en leiden tot een volledige afsluiting van het bloedvat. Ook kan een bloedstolsel losschieten en verderop een kleine bloedvat afsluiten: embolie.

Een hersenbloeding ontstaat vaak ter hoogte van een aangeboren zwakke plek in de slagader of door (slag)aderverkalking in combinatie met een te hoge bloeddruk.

Hoge leeftijd belangrijke risicofactor

Veroudering van het lichaam gaat vaak gepaard met veranderingen aan de bloedvaten. Zo kunnen vernauwingen optreden. Soms blijven stolsels aan de vaatwand vastkleven of ontstaan er beschadigingen aan de vaatwand. Door deze veranderingen heb je meer kans op een beroerte. Leeftijd is dan ook een belangrijke risicofactor: in driekwart van de gevallen treft een beroerte iemand die ouder is dan 65 jaar. Mannen krijgen vaker CVA dan vrouwen.

Factoren die extra risico geven op vernauwing of verstopping van de bloedvaten zijn:

  • roken
  • hoge bloeddruk
  • hoog cholesterol
  • diabetes mellitus
  • reumatoïde artritis
  • stress
  • overgewicht
  • gebrek aan lichaamsbeweging

Symptomen bij CVA

Bij een beroerte krijg je ineens uitvalsverschijnselen. Deze kunnen per persoon verschillen en hangen af van het hersengebied waar de beroerte is ontstaan. Elk hersengebied heeft namelijk zijn eigen taken. Veel voorkomende symptomen zijn:

  • verlamming in een helft van het lichaam of bijvoorbeeld verlamming in een arm of been
  • problemen met zien: uitval van het gezichtsveld aan een kant
  • een scheeftrekkend gezicht of een scheve mond
  • spraakproblemen of wartaal
  • moeilijkheden bij kauwen of slikken
  • hevige draaiduizeligheid of coördinatieproblemen
  • zeer ernstige hoofdpijn zonder oorzaak (bij een hersenbloeding)

Sommige gevolgen van een beroerte zijn niet direct zichtbaar, bijvoorbeeld als de CVA invloed heeft op je denkvermogen en geheugen. De uitvalsverschijnselen kunnen ook je stemming en gedrag veranderen. Je bent bijvoorbeeld eerder geprikkeld, boos of emotioneel of juist snel moe en somber.

Herken de signalen

De verschijnselen van een beroerte zijn vaak goed te herkennen en snel handelen is van levensbelang om blijvende schade te voorkomen. Of je te maken hebt met een TIA, hersenbloeding of -infarct is vaak niet meteen duidelijk, daarom is het van belang om direct 112 te bellen. Hoe eerder iemand in het ziekenhuis is, des te meer mogelijkheden zijn er voor behandeling.

Diagnose stellen

Bij aankomst in het ziekenhuis moet allereerst de diagnose worden gesteld en de oorzaak worden opgespoord. Veel ziekenhuizen hebben tegenwoordig een ‘stroke unit’ waar men gespecialiseerd is in de opvang van beroertepatiënten. Vaak wordt een CT- of MRI-scan gemaakt, want het verschil tussen een infarct en bloeding is van groot belang. Bij een infarct kunnen bloedverdunners worden gegeven en bij een bloeding juist niet.

In de dagen na een beroerte krijg je vaak vervolgonderzoeken zoals een bloeddrukmeting, ECG (hartfilmpje), echo-onderzoek of angiografie (onderzoek van de bloedvaten).

Behandeling herseninfarct

Voor een herseninfarct geldt tijdsverlies is hersenverlies, de behandeling moet dus zo snel mogelijk starten. Hoe eerder de verstopping in een hersenvat opgelost is, hoe groter de kans op goed herstel.

Trombolyse kan tot 4,5 uur na het ontstaan van de eerste uitvalsverschijnselen en is ook niet mogelijk voor alle patiënten. De behandeling bestaat uit een infuus met stolseloplossende medicijnen.

Een andere behandelmogelijkheid is relatief nieuw en wordt in Nederland op beperkte schaal toegepast. Hierbij wordt het stolsel in het bloedvat van binnenuit verwijderd of opgelost. Deze behandeling kan tot 6 uur na de eerste verschijnselen.

Als er sprake is van ernstige vernauwingen van de halsslagader kunnen de vernauwingen soms ook met een operatie worden verminderd. Verder richt de behandeling zich vooral op het voorkomen van een nieuwe beroerte. Dit bestaat uit onder andere leefstijladviezen en medicijnen om het cholesterolgehalte en de bloeddruk te verlagen en het bloed minder snel te laten stollen.

Behandeling hersenbloeding

De behandeling van een hersenbloeding is afhankelijk van de plaats en de oorzaak van de bloeding. Soms is er een operatie mogelijk. Bij een verwijd bloedvat (aneurysma) kan bijvoorbeeld coilen - het opvullen van de verwijding - of clippen - een klem zetten op de verwijding - worden toegepast. Een misvormd bloedvat (arterioveneuze malformatie) kan soms worden verwijderd, maar ook coilen en bestralen behoren tot de mogelijkheden.

Wanneer de oorzaak van de hersenbloeding echter niet kan worden gevonden, is afwachten de enige optie.

Revalidatie

De meeste patiënten blijven na een beroerte zo’n 5 tot 10 dagen op de stroke unit. De behandelend arts is in eerste instantie de neuroloog, soms worden er andere specialisten bij betrokken. Zo snel mogelijk na opname wordt begonnen met de revalidatie: in het eerste half jaar is namelijk het meeste herstel mogelijk. Een fysiotherapeut, ergotherapeut en logopedist zullen daarvoor onderzoeken wat de beperkingen zijn.

Vaak kan je na de opname op de stroke unit naar huis, waarna de echte revalidatiefase start. In de eerste maanden zal deze vooral gericht zijn op herstel, daarna gaat de aandacht meer naar omgaan met de ontstane beperkingen. Het behandelplan is sterk afhankelijk van de klachten; meestal is er sprake van een combinatie van therapieën uitgevoerd door onder andere de fysiotherapeut, logopedist en ergotherapeut. Revalidatie kan als dagbehandeling of in een revalidatiecentrum of verpleeghuis met opname.

Gevolgen van een beroerte

Veel beroerteslachtoffers blijven lasthouden van de gevolgen, deze zijn na een hersenbloeding of -infarct ongeveer gelijk. De lichamelijke gevolgen zijn het meest zichtbaar, zeker de (halfzijdige) verlammingen. Moeite met evenwicht bewaren, epilepsie en vermoeidheid zijn tevens veelvoorkomende gevolgen. Vervelend zijn ook klachten als incontinentie en obstipatie.

Een CVA kan echter ook tot cognitieve stoornissen leiden. Deze klachten worden vaak pas duidelijk als je weer thuis bent. Het concentratievermogen is bijvoorbeeld verminderd, of je bent vergeetachtig. De denksnelheid van de meeste beroertepatiënten neemt af. Andere gevolgen zijn problemen met taal (afasie), het onvermogen om complexe handelingen in de juiste volgorde uit te voeren (apraxie), minder aandacht voor een kant van het lichaam (neglect) en het niet meer kunnen herkennen van voorwerpen of gezichten (agnosie).

Ook de persoonlijkheid kan veranderen. Na een beroerte is de rem op emoties vaak weg, waardoor je sneller emotioneel, geprikkeld of agressief bent. Veel patiënten hebben moeite met nuanceren, zijn minder flexibel en sneller bang, onzeker of depressief. Vooral deze veranderingen in emoties en gedrag zijn voor de partner en familie vaak moeilijk. Lotgenotencontact kan daarom voor zowel de patiënt als de omgeving steun geven.
 

Bron 
  • Nederlands Huisartsen Genootschap
  • RIVM
  • Hersenstichting
  • Hartstichting