Blauwalg: oppassen voor vervuild water
Blauwalg duikt dit jaar vroeg op. Normaal zit er vaak pas in de zomer blauwalg in zwemwater, maar door de aanhoudende droogte en warmte is er nu al blauwalg opgedoken. Blauwalgen of blauwwieren zijn bacteriën die eruit zien als wier en kunnen zeer schadelijk zijn.Algen zijn minuscule plantjes die in het water drijven. Ze kunnen zich goed vermenigvuldigen als er voldoende licht is en een hoge temperatuur is. Ze kunnen zo explosief groeien dat er hele lagen van algen ontstaan.
Giftige stoffen
Dit gebeurt vooral wanneer het langere tijd droog en redelijk warm is. Er verdampt dan veel water uit de plassen, terwijl dit niet wordt aangevuld met vers water. Daardoor hopen de bacteriën zich op en vormen ze een laag die op olie lijkt. Uiteindelijk sterven de blauwwieren in zo'n laag af. Ze vormen een stinkende brei en scheiden giftige stoffen af.
Niet ieder zwemwater heeft last van de algen. Vooral stilstaand water wordt snel getroffen, bijvoorbeeld grotere plassen en vijvers die zich in woonwijken bevinden, maar ook kanalen.
Het is moeilijk om van tevoren aan te geven waar de blauwalg toeslaat. De plaatselijke situatie - zoals de diepte van het water, de plantengroei en de verbinding met ander water - speelt een grote rol. Het ene water kan besmet zijn, terwijl een meertje enkele kilometers verderop prima is.
Verschijnselen na het zwemmen
Binnen twaalf uur na het zwemmen in water met blauwwieren kunnen mensen last krijgen van de volgende verschijnselen:
- hoofdpijn
- huiduitslag op armen of benen
- maagkramp, misselijkheid, braken of diarree
- koorts
- een pijnlijke of rode keel
- oorpijn
- oogirritaties
- lopende neus
- gezwollen lippen
Deze verschijnselen houden ongeveer vijf dagen aan en verdwijnen vanzelf. Ieder mens reageert weer anders. Kinderen zijn kwetsbaarder dan volwassenen, omdat zij tijdens het zwemmen eerder water doorslikken. Ook dieren die in het water zijn geweest kunnen klachten krijgen en in het ergste geval overlijden.
Algen zijn minuscule plantjes die in het water drijven. Ze kunnen zich goed vermenigvuldigen als er voldoende licht is en een hoge temperatuur is. Ze kunnen zo explosief groeien dat er hele lagen van algen ontstaan.
Giftige stoffen
Dit gebeurt vooral wanneer het langere tijd droog en redelijk warm is. Er verdampt dan veel water uit de plassen, terwijl dit niet wordt aangevuld met vers water. Daardoor hopen de
bacteriën zich op en vormen ze een laag die op olie lijkt. Uiteindelijk sterven de blauwwieren in zo'n laag af. Ze vormen een stinkende brei en scheiden giftige stoffen af.
Niet ieder zwemwater heeft last van de algen. Vooral stilstaand water wordt snel getroffen, bijvoorbeeld grotere plassen en vijvers die zich in woonwijken bevinden, maar ook kanalen.
Het is moeilijk om van tevoren aan te geven waar de blauwalg toeslaat. De plaatselijke situatie - zoals de diepte van het water, de plantengroei en de verbinding met ander water - speelt een grote rol. Het ene water kan besmet zijn, terwijl een meertje enkele kilometers verderop prima is.
Verschijnselen na het zwemmen
Binnen twaalf uur na het
zwemmen in water met blauwwieren kunnen mensen last krijgen van de volgende verschijnselen:
hoofdpijn
huiduitslag op armen of benen
maagkramp, misselijkheid, braken of diarree
koorts
een pijnlijke of rode keel
oorpijn
oogirritaties
lopende neus
gezwollen lippen
Deze verschijnselen houden ongeveer vijf dagen aan en verdwijnen vanzelf. Ieder mens reageert weer anders. Kinderen zijn kwetsbaarder dan volwassenen, omdat zij tijdens het zwemmen eerder water doorslikken. Ook dieren die in het water zijn geweest kunnen klachten krijgen en in het ergste geval overlijden.
Door: Redactie
25-05-2011
Laatst gewijzigd op: 25-05-2011