Nieuwsbrief:  

< vorige paginaje bevindt je hier: home > pijnlijke gewrichten? > artikelen > een nieuwe...

Encyclopedie

Kies een letter voor informatie over meer dan 10.000 ziektes en aandoeningen en bijbehorende medicijnen.

a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z

Stel een vraag

Linsy Hellegers
Psycholoog
Linsy

Nieuwsbrief

Elke week de beste tips en het laatste nieuws in je mailbox? Meld je dan aan voor onze gratis nieuwsbrief!

Een nieuwe knie

Dit kan misschien niet meer

Jaarlijks krijgen 18.000 Nederlanders een kunstknie. Wat is het juiste moment om voor zo’n operatie te kiezen? Hoelang gaat een knieprothese mee? En kun je daarmee weer knielen? Zeventien vragen over de kunstknie.

knie, versleten, slijtage, knieprothese

1. Wat is het succespercentage van een knieoperatie?
2. Dus ik kan met een kunstknie niet alles wat ik vroeger kon?
3. Kun je te oud of te jong zijn voor een knieprothese?
4. Hoe ontstaan knieklachten eigenlijk?
5. Heb ik zelf invloed op de mate waarin mijn knieën slijten?
6. Wanneer moet een versleten kniegewricht worden vervangen?
7. Zijn er nog andere mogelijkheden dan een kunstknie?
8. Hoe gaat een knievervanging in zijn werk?
9. Moet altijd het hele kniegewricht worden vervangen?
10. Past een prothese altijd?
11. Welke prothese is het beste?
12. Zijn er risico's verbonden aan deze ingreep?
13. Hoelang verblijf ik in het ziekenhuis?
14. Hoe ziet mijn revalidatieproces eruit?
15. Hoelang duurt het herstel?    
16. Hoe kan ik mijn kunstknie zo goed mogelijk beschermen?
17. Hoelang gaat een kunstknie mee? 

1. Wat is het succespercentage van een knieoperatie?

80 tot 90 procent van de patiënten is tevreden met het resultaat. Dat betekent dat 10 tot 20 procent meer van de ingreep had verwacht. De mate waarin zij hun kunstknie kunnen buigen en strekken, valt tegen en/of ze ervaren nog pijn. In de meeste gevallen is dat niet het gevolg van een ‘mislukte’ operatie, maar van te hoge verwachtingen vooraf.

In reclames wordt namelijk vaak verkondigd dat iemand met een bepaalde prothese zijn knie 140 of zelfs 155 graden kan buigen. Dat is echter niet zozeer afhankelijk van het soort kunstknie dat wordt gebruikt, als wel van de buigzaamheid van de eigen knie vóór de operatie. Als die beperkt was, zal dat ook voor de kunstknie gelden. Het streven is om met een prothese in ieder geval een buiging van meer dan 90 graden (een ‘haakse hoek’) mogelijk te maken.

Een prothese kan de natuurlijke bewegingen van de knie daarom nooit helemaal nabootsen. In tegenstelling tot een nieuwe heup, waarmee een patiënt meestal alles weer kan, levert een kunstknie behoorlijk wat beperkingen op. Hoe groot de beperkingen zijn, hangt af van de mate waarin de knieprothese kan worden gebogen.

2. Dus ik kan met een kunstknie niet alles wat ik vroeger kon?

Dat klopt. Na plaatsing van een totale knieprothese heb je meestal geen pijn meer en kun je normaal lopen en fietsen. Maar omdat verreweg de meeste knieprotheses niet meer dan 120 graden kunnen buigen, is hurken bijvoorbeeld onmogelijk. Ook kun je de kunstknie beter niet te zwaar belasten, want dat kan de levensduur van de prothese verkorten. Hetzelfde geldt voor belastende sporten, zoals voet-ballen en hardlopen. Minder zware activiteiten, bijvoorbeeld wandelen, fietsen, zwemmen en golfen, vormen over het algemeen geen probleem. Wie weer wil gaan sporten, kan het beste eerst met de arts of sportfysiotherapeut overleggen welke sport geschikt is. Wat autorijden betreft: om gas te kunnen geven, te kunnen schakelen en remmen, hebt u een goede controle over uw been nodig. Meestal is dat zes weken na de operatie weer het geval.

3. Kun je te oud of te jong zijn voor een knieprothese?

Nee. De gemiddelde leeftijd waarop in Nederland een knieprothese wordt geplaatst, is rond de 70. Maar ook een ouder iemand die een actief leven leidt en verder in goede gezondheid verkeert, komt in aanmerking voor een kunstknie. Als een patiënt voor zijn 50ste een kunstknie krijgt, is de kans groot dat die later nog een keer moet worden vervangen.

4. Hoe ontstaan knieklachten eigenlijk?

Het kniegewricht bestaat uit twee botdelen die precies op elkaar passen: het bovenbeen (dijbeen) en het onderbeen (scheenbeen). De uiteinden daarvan zijn bedekt met een laag kraakbeen, zodat ze soepel en pijnloos langs elkaar bewegen. Een stevig omhulsel (kapsel) houdt de botdelen op zijn plaats. Een normaal functionerende knie kan 140 graden buigen en strekken.
Met het ouder worden kan het kraakbeen in de knie geleidelijk gaan slijten of zelfs helemaal verdwijnen. De botuiteinden worden dan ruw en schuren langs elkaar. Dat soort slijtage wordt primaire artrose genoemd.

Artrose veroorzaakt een steeds erger wordende pijn bij het bewegen. Zwelling en stijfheid zorgen ervoor dat de knie niet meer goed kan buigen en strekken. Door het verdwijnen van het kraakbeen ontstaat er speling in het gewricht, wat een instabiel gevoel kan geven.

Van alle 55-plussers heeft één op de vijf last van artrose; 60 procent van hen is vrouw. Vrouwen hebben een drie keer zo grote kans als mannen om een kunstknie te krijgen. Hoe dat kan, is nog niet bekend. Waarschijnlijk spelen onder andere erfelijkheid, hormonen en overgewicht een rol.

Behalve door ouderdom kan het kraakbeen in de knie ook beschadigd raken door een verkeerde stand van de botten (O-benen of X-benen), door ziekte (zoals reuma) of door letsel (bijvoorbeeld een breuk of een gescheurde kruisband). In dat geval spreekt men van secundaire artrose.

5. Heb ik zelf invloed op de mate waarin mijn knieën slijten?

Jazeker. Hoe zwaarder de knie wordt belast, hoe sneller het kraakbeen wordt aangetast. Ernstig overgewicht zet de knie extra onder druk. Ook sommige intensieve sporten (zoals hardlopen of voetballen) of zware beroepen (zoals stratenmaker) vragen veel van een kniegewricht.

Dat betekent overigens niet dat alle bewegingen slecht zijn voor een knie. Integendeel, met mate bewegen helpt juist om het gewricht soepel te houden. Het ‘masseert’ het kraakbeen en bevordert de opname van de broodnodige bouwstoffen. Zelfs met een versleten en pijnlijke knie is het goed om in beweging te blijven.

6. Wanneer moet een versleten kniegewricht worden vervangen?

Als er sprake is van duidelijke slijtage en de pijn zo erg wordt dat het dagelijkse doen en laten eronder gaat lijden. Wanneer dat moment daar is, verschilt van patiënt tot patiënt. Een belangrijke reden om tot het plaatsen van een kunstknie over te gaan, is als lopen en fietsen moeizaam gaan en/of als ’s nachts wakker wordt gelegen van de pijn.

De diagnose wordt gesteld aan de hand van de beschrijving van de klachten en een lichamelijk onderzoek. Pas bij vergevorderde artrose is de slijtage zichtbaar op een röntgenfoto. Afhankelijk van hoe hij wordt belast, verslijt de ene knie sneller dan de andere. Is er eenmaal sprake van ernstige artrose, dan moeten op den duur vaak beide knieën worden vervangen.

7. Zijn er nog andere mogelijkheden dan een kunstknie?

Als een knie echt versleten is niet. Is de slijtage nog beperkt, dan wordt de pijn in veel gevallen bestreden met ontstekingsremmers. Soms kan het helpen om het gewricht met een kijkoperatie schoon te maken of om O- of X-benen te corrigeren, zodat het gewicht beter over de knie wordt verdeeld. Bescherming in de vorm van een brace (een metalen of kunststof omhulsel dat je rondom de knie kunt binden) voorkomt abnormale bewegingen en zorgt ervoor dat de knie wordt ontlast.

Sommige Nederlandse ziekenhuizen kiezen voor een injectie in het kniegewricht met hyaluronzuur. Dat is een kunstmatige vloeistof die als een soort smeermiddel in de knie werkt en daardoor enkele weken tot maanden pijnverlichting kan geven. Het effect ervan is echter niet onomstotelijk bewezen. Vandaar ook dat de behandeling niet door zorgverzekeraars wordt vergoed.

Bij een kleine, lokale beschadiging in het kraakbeen, bijvoorbeeld na een ongeval, kan het kraakbeen soms worden gerepareerd met gekweekte kraakbeencellen. Bij slijtage in het gehele kniegewricht is dat (nog) geen optie.

8. Hoe gaat een knievervanging in zijn werk?

De chirurg verwijdert al het beschadigde kraakbeen uit het kniegewricht. Vervolgens maakt hij de versleten bot-uiteinden op maat voor de prothese. Een kunstknie bestaat uit twee metalen delen die aan het boven- en onderbeen worden bevestigd. Daartussen komt een kunststof laag die ervoor zorgt dat de uiteinden soepel en pijnloos bewegen. Soms wordt ook de knieschijf vervangen, maar meestal is dat niet nodig.

De operatie neemt zo’n anderhalf uur in beslag. Doorgaans wordt de ingreep onder regionale verdoving (met een ruggenprik) uitgevoerd. Het voordeel daarvan is dat de revalidatie daarna sneller kan starten dan na een algehele narcose. Door slijtage kunnen soms piepkleine stukjes van het kunststof (polyethyleen) in het lichaam komen. Voor zover bekend vormen die geen gevaar voor de gezondheid.

9. Moet altijd het hele kniegewricht worden vervangen?

In negen van de tien gevallen wel. Soms is als gevolg van O-benen alleen de binnenkant van de knie(ën) beschadigd. Dan kan een ‘halve’ knieprothese een optie zijn. Dat betekent dat alleen het kraakbeen aan de binnenkant van de knie wordt vervangen. Het eigen kniegewricht blijft intact, waardoor de patiënt sneller herstelt en hij zijn knie op een natuurlijke manier kan blijven bewegen. Voorwaarde is wel dat de kruisbanden van de knie nog goed functioneren.

10. Past een prothese altijd?

In Nederland worden tientallen verschillende knieprotheses gebruikt. Elk van die protheses is in verschillende maten verkrijgbaar, van groot tot klein en van breed tot smal. Voor iedere patiënt is er een geschikte variant. Tijdens de operatie kiest de chirurg de definitieve maat. Vervolgens maakt hij die passend op het boven- en onderbeen van de patiënt. Met nieuwe technieken kan dat steeds nauwkeuriger. De laatste ontwikkeling is dat de chirurg, voorafgaand aan de operatie, met behulp van een MRI-scan of CT-scan een driedimensionale afbeelding van de knie maakt. Op basis daarvan wordt een unieke mal gefabriceerd die hem helpt om tijdens de operatie op precies de juiste plek in het bot te zagen en te boren. Momenteel wordt onderzocht of deze techniek daadwerkelijk tot betere resultaten leidt.

11. Welke prothese is het beste?

Er is niet één prothese die duidelijk boven de rest uitsteekt. Alle in Nederland gebruikte protheses zijn van uitstekende kwaliteit. Welke kunstknie het meest geschikt is, hangt onder andere af van de oorzaak van de slijtage, de lichaamsbouw en de levensstijl. Een paar jaar geleden is er een speciale ‘vrouwenknie’ op de markt gekomen. Uit onderzoek is echter gebleken dat die geen beter resultaat geeft dan ‘uniseks’ modellen. Een andere recente ontwikkeling is de zogenaamde high-flex-knie, waarvan de fabrikant claimt dat hij 155 graden buigt. Dat is echter nog niet wetenschappelijk bewezen. Bovendien zou het kunnen zijn dat de prothese door de diepe buigingen eerder loslaat. Zolang er nog onduidelijkheid bestaat over het resultaat en de levensduur van nieuwe typen kunstknieën, worden ze niet standaard toegepast. Sinds twee jaar is er een databank, het Landelijk Registratiesysteem Orthopedische Implantaten (LROI), waarin alle gegevens van knie- en heupprotheses worden verzameld. Zo wordt bijgehouden hoeveel complicaties er bij een bepaalde prothese optreden en hoe snel die slijt. De gegevens helpen chirurgen om de prothese te kiezen die op de lange duur het beste resultaat geeft.

12. Zijn er risico's verbonden aan deze ingreep?

Er is een kleine kans op infectie. Die treedt bij 1 à 2 procent van de patiënten op. In dat geval moet de prothese bijna altijd worden verwijderd. Later, als de ontsteking verdwenen is, kan dan een nieuwe kunstknie worden geplaatst.  
Andere mogelijke complicaties zijn onder andere bloeduitstortingen (blauwe plekken) en zwelling, gevoelloosheid van het geopereerde been en trombose (bloedstolsels in de aderen). Als de kunstknie overmatig wordt belast – bijvoorbeeld door uitzonderlijk veel traplopen, rennen en hurken – kan de prothese losraken. In dat geval moet een hersteloperatie worden uitgevoerd. Na de operatie kan de knie nog wel een half jaar warm aanvoelen. Dat is geen complicatie, maar een natuurlijke reactie van het lichaam op het ‘vreemde’ materiaal van de prothese. Door de knie driemaal per dag gedurende twintig minuten te koelen, verminderen de zwelling en de pijn en wordt het makkelijker om oefeningen te doen.

13. Hoelang verblijf ik in het ziekenhuis?

Gemiddeld zes dagen. Je mag naar huis als je de knie 90 graden kunt buigen (zodat je in de auto kunt stappen) en met behulp van krukken zelfstandig kunt lopen en naar het toilet kunt. Verder moet de wond genezen zijn. Veel ziekenhuizen in Nederland werken met een groepsherstelprogramma, zoals Joint Motion of Joint Care. Dat houdt in dat meerdere patiënten op dezelfde dag een knieprothese krijgen en daarna gezamenlijk revalideren. Ze stimuleren en steunen elkaar, waardoor ze in het ziekenhuis sneller opknappen.

14. Hoe ziet mijn revalidatieproces eruit?

De revalidatie begint de dag na de operatie. Een fysiotherapeut leert onder andere hoe je een bed of een stoel moet in en uit komen en welke houding je bij het zitten en liggen moet aannemen. Daarnaast oefen je samen het lopen met krukken. Vanaf de eerste dag kun je volledig op het geopereerde been steunen. Patiënten zijn vaak bang dat ze daarmee de prothese kunnen beschadigen, maar die zorg is onterecht. Hoe sneller je weer op de been bent, hoe vlotter het herstel verloopt.
           

15. Hoelang duurt het herstel?                

Na thuiskomst uit het ziekenhuis heb je een aantal weken hulp nodig voor de boodschappen, de huishoudelijke taken en de persoonlijke verzorging. Lukt het niet om dat te regelen, dan bestaat de mogelijkheid om in een verzorgingshuis te revalideren.

De eerste zes weken loop je met twee krukken, daarna nog zes weken met één. Gedurende minimaal drie maanden blijf je twee keer per week met de fysiotherapeut oefenen om weer goed te leren bewegen en de kniespieren te versterken. Zodra je weet wanneer je geopereerd wordt, kun je alvast contact opnemen met de fysiotherapeut om een afspraak te maken voor na de ziekenhuisopname. Zittende werkzaamheden kun je na twee tot zes weken hervatten, staande werkzaamheden na drie tot vier maanden. In totaal neemt de revalidatie zeker zes maanden in beslag. Pas na een jaar tot anderhalf jaar is het herstel helemaal voltooid en weet je wat het uiteindelijke resultaat van de operatie is.

16. Hoe kan ik mijn kunstknie zo goed mogelijk beschermen?

Een gezond lichaamsgewicht zorgt ervoor dat je knieprothese niet onnodig snel slijt. Het vermindert ook eventuele pijnklachten. Gepaste lichaamsbeweging (wandelen, fietsen, oefeningen op maat) maakt de kunstknie soepel en sterk.
Voorkom infectie. Als je een ontsteking krijgt aan bijvoorbeeld uw huid, blaas, longen, keel of gebit, kan die zich via het bloed verspreiden naar de knieprothese. Informeer daarom direct de huisarts als je vermoedt dat je een infectie hebt. Onderga je een chirurgische ingreep, breng de behandelend arts dan vooraf op de hoogte van de kunstknie. Dat geldt ook voor een relatief kleine operatie, zoals het verwijderen van een moedervlek of een wortelkanaalbehandeling bij de tandarts.

17. Hoelang gaat een kunstknie mee?

Na tien jaar functioneert de prothese nog goed bij 95 procent van de patiënten. Na vijftien jaar is dat bij 90 procent van de patiënten het geval en na twintig jaar bij 80 tot 85 procent. Omdat de huidige kunstknieën nu zo’n 25 jaar op de markt zijn, is nog niet bekend hoelang ze uiteindelijk mee gaan.

Met dank aan dr. Gijs van Hellemondt, orthopedisch chirurg in de Sint Maartenskliniek in Nijmegen, en dr. Huub van der Heide, orthopedisch chirurg in het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC).


Door: Marte van Santen
Bronnen: Plus Magazine
31-01-2011
Laatst gewijzigd op: 25-07-2011


Plaats op: NUjij.nl eKudos Facebook Hyves

print mailen bewaren
Item mailen
Mailadres kennis:
Naam kennis:
Je eigen mailadres:
Je eigen naam:
Opmerking:
annuleren
verstuur mail

Pijnlijke gewrichten?

opening_special_gewrichten
Met het verstrijken van de jaren kunnen je gewrichten veranderen. Je kunt last krijgen van je gewrichten, wat tot klachten leidt. Hier vind je tips en adviezen.
naar special
advertentie


Lees meer over