Week 36. Dat betekent zoveel als: kind ingedaald, eindelijk verlof, babykamer behangen en geschilderd, babyuitzet bijna compleet, de eerste plannen voor het geboortekaartje gemaakt en, zoals dat hoort in de slaapkamer van de hedendaagse zwangere, bed op kratjes gezet.
Dat laatste zorgde voor een verhoogd inzicht in de verzameling stof onder ons bed. Toch vreemd hoe zich ongemerkt zoveel wollige wolken stof verzameld hadden op die donkere plek. Alsof er een suffig feestje was georganiseerd waar wij al weken doorheen slapen.
Het bed dus. Na veel gezwoeg van vriendlief stond het dan daar waar het zijn moest: op tenminste 70 centimeter hoogte, opdat onze kraamhulp straks zonder rugklachten ons bed kan verschonen. In alle fasen van de zwangerschap is dat verhoogde bed misschien nog wel het meest definitief. Een eerste blik in onze vernieuwde slaapkamer deed me onmiddellijk beseffen dat er langzaamaan toch echt een bevalling gaat komen. Ik zag me daar al liggen: schreeuwend en puffend met opgetrokken knieën en twee verwarde katten die 70 centimeter beneden mij een goede verstopplek probeerden te zoeken.
Over dat schreeuwen en puffen heb ik me trouwens al meerdere malen zorgen gemaakt. Ik schreeuw en puf namelijk niet graag, tenminste niet hardop of in het bijzijn van anderen. In plaats daarvan uit ik me veelal door ingetogen glimlachjes, onverstaanbaar geprevel en, bij woede, dodelijke blikken. Dat alles zal bij een bevalling niet goed van pas komen.
Gelukkig weet ik inmiddels dat een barende vrouw zich prima kan overgeven aan 'datgene wat prettig aanvoelt'. Schreeuwen en puffen is vast heel prettig bij barenspijn, maar ik kan me ook nog altijd overgeven aan het zingen van ooo's, oeoeoe's en aaa's, of beter nog wat mmm's en ngngng's, recentelijk geoefend bij de yogacursus.
Om mijn inlevingsvermogen nog wat beter te voeden, besloot ik alvast in ons verhoogde bed te gaan zitten. Waarop vriendlief ingreep en zei: "Jij mag er nog niet in, ik moet het nog even testen." Geen slecht plan, aangezien wij beiden niet veel verstand hebben van het maximale gewicht dat 4 bierkratjes kunnen dragen. Tjeerd nam een aanloop, sprong op het bed en lag met enig kabaal 70 centimeter lager dan gepland. De kat, die op dat moment nieuwsgierig besnuffelde wat er allemaal was veranderd, kon zich nog net op tijd uit de voeten maken.
Week 36. Wij concentreren ons nu op het repareren van het bed en het verstevigen van de kratjesconstructie. Mocht je ook plannen hebben met kratjes: de draagbalk in het midden van je bed wil ook graag wat ondersteuning. Dikke kans dat we komend weekend dan toch maar een nieuw bed gaan kopen, ons statiegeld gaan innen en wat klossen huren bij de thuiszorg.
| Plaats op: |
|
| Tweet |