
Irene van Vliet, psychiater/chef de (poli)clinique afdeling Psychiatrie van het Leids Universitair Medisch Centrum: "Hulp zoeken is géén teken van zwakte."
"Kenmerkend voor een angststoornis is een overmatige, vaak irreële angst. Er is ook angst voor de angst. Hierdoor gaat men situaties vermijden. Een spinnenfobie kan zo heftig zijn dat iemand niet eens meer een kamer binnen durft. Het woord 'fobie' betekent vrees en een fobie valt onder de groep specifieke angststoornissen. Andere angststoornissen zijn: sociale fobie, waarbij iemand bang is om negatief beoordeeld te worden, paniekstoornis en straatvrees, en dwangstoornissen, zoals smetvrees."
"Bij het ontstaan van angststoornissen spelen een aantal zaken een rol. Een belangrijke component is de erfelijke aanleg voor angststoornissen. Andere factoren zijn: trauma's op jonge leeftijd, het verlies van een ouder of overmatig stress. Ook hormonen spelen een rol, en dat maakt vrouwen biologisch kwetsbaarder, omdat vrouwenhersens anders functioneren dan mannenhersens. Een laatste component is de opvoeding."
"Dit complex van factoren maakt het voor behandelaars niet eenvoudig. De landelijke richtlijnen van de GGZ voor behandelingen bestaan uit een aantal elementen. Ten eerste de basisinterventies. Hierin bespreken we samen met de cliënt waardoor en hoe de angststoornis is ontstaan, en adviseren hen hoe het best te handelen. Daarbij is het belangrijk om vermijdingsgedrag tegen te gaan."
"Een volgende poot is behandeling met medicatie, zoals SSRI's. Deze werken via serotonine, een boodschappenstof die van invloed is op signalen in de hersenen. Omdat bij mensen met een angststoornis de 'angstthermostaat' is ontregeld, reageren ze met overmatige angstreacties op gewone signalen. Door inname van een SSRI wordt die angstthermostaat weer normaal afgesteld."
"Een derde element is de gedragstherapie. Bij exposure wordt iemand geleidelijk aan blootgesteld aan datgene waar hij bang voor is. Vergelijk het maar met leren zwemmen. Veel kinderen zijn in het begin bang voor water en leren het geleidelijk aan leuk te vinden. Een ander aspect van gedragstherapie is de cognitieve gedragstherapie. Hierbij leer je angstige en irreële gedachten omvormen tot reële gedachten."
"Gemiddeld duren deze therapieën van een paar weken tot een paar maanden. Ik denk dat bij een klein aantal fobieën de snelle methode best kan werken, maar echt niet bij allemaal. Wat ik wil benadrukken is dat mensen met een fobie niet gek zijn. Zoek hulp, dat is geen teken van zwakte. Integendeel. Er is voor veel stoornissen een goede behandeling, maak daar gebruik van."
www.nedkad.nl
| Plaats op: |
|
| Tweet |
| Pagina: 1 - 2 - 3 |