Wednesday, 20 November 2019

Boekrecensie: Hoe erger, hoe beter

Mensen zijn op hun best als ze flink worden uitgedaagd, aldus psychotherapeut Jeffrey Wijnberg. In zijn boek ‘Hoe erger, hoe beter’ gaat hij de strijd aan met de hedendaagse trends in de psychologie. Psychologen creëren problemen die er niet zijn en patiënten kunnen tegenslagen niet meer incasseren. Maar hoe moet het dan wel? Wijnberg hangt de provocatieve psychologie aan.
Auteur:
Jeffrey Wijnberg
Jaar van uitgave:
2013
Prijs:
€ 14,95
ISBN:
9789055943562
Aantal pagina's:
404

In Hoe erger, hoe beter maakt Wijnberg duidelijk dat de psychologen van nu veel te ver zijn doorgeschoten. Ze creëren niet alleen problemen die er niet zijn, ze behandelen patiënten ook alsof ze van porselein zijn. De therapeut is nu veel te veel een motivator: hij laat de patiënt geloven dat alles kan, als hij maar wil. De omstandigheden worden te vaak buiten beschouwing gelaten.

Voorspelbaar

Wijnberg heeft niet alleen kritiek op de psycholoog. Patiënten zijn niet meer in staat om op een juiste manier om te gaan met tegenslagen. Problemen worden verward met normale levenspijn. Daarbij zien mensen zichzelf als uniek en complex en worden hierin graag bevestigd. Deze gevoelens helpen echter niets bij de therapie.

In het eerste deel van Hoe erger, hoe beter – In het diepste van de ziel is niets te zien – laat Wijnberg zien dat we helemaal niet zo uniek en complex zijn als we zelf denken. We zijn voorspelbaar en hebben vaak helemaal niet zulke ingewikkelde problemen. In plaats van empathisch te knikken, stelt Wijnberg liever de vraag ‘Nou en?’. Waarom is het erg? Is in balans zijn echt noodzakelijk? Het gras is altijd groener bij de buren, maar met tien keer nou en zeggen, blijft er van heel veel problemen niets meer over.

Luchtig

Door levendige voorbeelden uit de praktijk en een humoristische, soms plagerige, toon leest het eerste deel als een trein. Wijnberg zet je aan het denken. Soms is hij erg hard en direct, maar nergens cynisch of betweterig. De tekst wordt afgewisseld met stripjes van Sigmund van Peter de Wit. Deze stripjes sluiten perfect aan en zorgen voor een mooie balans.

Kwetsen

Het tweede deel - De kunst van het kwetsen - is iets zwaarder. Wijnberg waarschuwt  hiervoor, maar stelt ook dat het geschreven moest worden. De mens is niet alleen maar van nature goed. Het is dus verstandig om het kwade in de mens te erkennen, dat zorgt ervoor dat je er beter tegen op gewassen bent.

Wijnberg beschrijft machtspelletjes en allerlei manieren waarop mensen elkaar verbaal naar het leven staan. Hij laat ook zien hoe je als therapeut gebruik kunt maken van machtsvertoon of juist onderdanig gedrag, maar veel interessanter is het stuk waarin hij beschrijft dat kwetsuren en krenkingen ook een positieve uitwerking kunnen hebben. Het kan je ambitieus maken, je aan het denken zetten of meer zelfvertrouwen geven.

Inspirerend zijn ook de antiterroristische maatregelen: acht tactieken en strategieën die je helpen om strijdvaardiger en slagvaardiger te zijn. Zeggen wat je denkt, is er hier een van, maar ook humor en oppervlakkigheid kunnen je soms verder helpen.

Zichtbaar

Verborgen agenda’s is het laatste deel en richt zich op het doorgronden van die zogenaamde verborgen agenda’s. Deze agenda’s ontstaan enerzijds onbewust uit angst en anderzijds door wil en macht. Wijnberg hoopt dat je dankzij dit deel je eigen agenda’s leert herkennen en die van anderen kunt doorgronden. Of misschien toch niet?

Ook hier zorgen praktijkvoorbeelden weer voor verduidelijking en houden de strips het boek luchtig. Dankzij de tips kun je – ook als je geen psycholoog bent – in het dagelijks leven heel wat hebben aan Hoe erger, hoe beter. Hier en daar zou wat wetenschappelijke onderbouwing van Wijnbergs provocatieve therapie misschien wel op zijn plaats geweest zijn. Toch is het een leerzaam boek dat je aan het denken zet. Zeker een aanrader voor iedereen met interesse in de psychologie.

Jeffrey Wijnberg is al ruim dertig jaar werkzaam als psychotherapeut en is één van de grondleggers van de provocatieve psychologie in Nederland. Sinds 1996 is hij als columnist verbonden aan het dagblad De Telegraaf.