maandag, 17 februari 2020

3 redenen waarom vaccineren belangrijk is

Gevaarlijke kinderziektes kun je maar beter voorkomen

Het percentage baby’s dat in Nederland volledig wordt ingeënt is aan het dalen. En lang niet iedereen uit de zogenoemde risicogroepen haalt de griepprik. Steeds meer mensen denken dat vaccineren overbodig is geworden, of zelfs gevaarlijk is. Drie redenen waarom vaccineren (nog steeds) belangrijk is.

1. Steeds minder mensen laten zich vaccineren

Juist omdat vaccinaties niet in 100 procent van de gevallen werken, is het belangrijk om zo veel mogelijk mensen in te enten. Dan ontstaat er namelijk zogenaamde groeps­immuniteit.

Als tussen de 90 en 95 procent van de mensen is ingeënt (oftewel bij een 'vaccinatiegraad' van 90 tot 95 procent), kunnen bacteriën en virussen zich nauwelijks verspreiden. Epidemieën doven dan snel uit. Mensen bij wie de vaccinatie niet goed werkt, die vanwege een immuunziekte niet gevaccineerd kunnen worden, en baby’s die nog te jong zijn om gevaccineerd te worden, zijn zo toch nog vrij goed beschermd.

Dit is ook de reden waarom het zo belangrijk is dat personeel van bijvoorbeeld scholen, kinderdagverblijven, ziekenhuizen en verpleeghuizen goed is ingeënt tegen kinderziektes en griep. En het is de reden waarom het RIVM zich nu zorgen maakt. Als de vaccinatiegraad te laag wordt, kunnen de kinderziektes die vroeger zoveel slachtoffers maakten, terugkomen in ons land. Vaccineren doe je kortom niet alleen voor jezelf of een kind; je beschermt er ook kwetsbare anderen mee.

2. Kinderziektes geen kinderspel

Experts denken dat de huidige onrust rond vaccinaties deels ook komt doordat mensen niet (meer) weten hoe ernstig sommige ziektes kunnen zijn. In de tijd dat polio, mazelen en difterie nog volop voorkwamen, stierven er in Nederland honderden kinderen per jaar aan en zat op elke school wel een kind dat er een handicap aan overhield. Ouders uit de jaren 50, 60 en 70 waren maar wat blij dat ze hun kinderen hier voortaan tegen konden beschermen.

Jonge ouders van nu kennen die tijd niet, en weten niet hoe erg het vroeger was. En helaas bestaat er voor de meeste van de vroeger zo beruchte ziektes nog altijd geen behandeling. Dat komt doordat het veelal virusziektes zijn. Bacteriële infecties kunnen worden behandeld met antibiotica, maar tegen virussen bestaan geen goede medicijnen. Door polio zou daarom, volgens het RIVM, nog altijd 1 op de 100 à 200 kinderen verlamd raken. 1 op de 1000 à 2000 kinderen zou eraan sterven. Voor mazelen is het sterftepercentage – zoals helaas ook tijdens de uitbraken van 1999-2000 en 2013-2014 in ons land werd gezien – ongeveer hetzelfde. Daarnaast lopen kinderen door mazelen een vrij hoge kans op een oorontsteking die doofheid kan veroorzaken en op hersenvliesontsteking. Naast deze virusziektes verlopen ook de bacteriële ziektes toch nog altijd vrij ernstig. Zo ligt de kans om te overlijden aan difterie tussen de 3 en 12 procent als de infectie in de luchtwegen zit.

Griep wordt vaak gezien als onschuldig, maar mensen beseffen vaak niet dat het voor bepaalde risicogroepen – mensen met hartklachten, diabetes, longaandoeningen en ouderen met een slechte afweer – erg gevaarlijk kan zijn. Zij hebben een hoge kans dat de griep uitmondt in een dodelijke longontsteking. Volgens het RIVM sterven er elk jaar nog altijd zo’n 2000 Nederlanders voortijdig aan deze nare complicatie.

3. Voorkomen echt beter dan genezen

Vaccinaties zijn, met dit alles vergeleken, een stuk veiliger. De meest voorkomende bijwerking van alle vaccinaties is tijdelijke roodheid, gevoeligheid en/of een bultje op de plek van de vaccinatie. Ook koorts komt voor. Deze klachten verdwijnen meestal binnen één tot twee dagen en zijn bovendien geen teken van ziekte: ze ontstaan doordat het immuunsysteem tijdelijk erg actief is. De kans dat een vaccinatie echt ernstige bijwerkingen geeft, is slechts één op de paar miljoen.

Al met al is de grote meerderheid van de artsen en wetenschappers ervan overtuigd dat vaccinaties behoorlijk veilig zijn en dat voorkomen toch echt beter is dan proberen te genezen. Door de jaren heen zijn er daarom steeds meer vaccinaties bij gekomen. Voor elk nieuw vaccin dat op de markt komt, weegt de Gezondheidsraad de voor- en nadelen af. Het nieuwste vaccin uit het Rijksvaccinatieprogramma is de HPV-prik, die aan jonge tienermeisjes wordt gegeven om hen te beschermen tegen baarmoederhalskanker. In Nederland heeft door alle onrust maar ongeveer 60 procent van de meisjes deze prik gehaald. Maar uit studies uit landen waar de HPV-vaccinatie al langer wordt gegeven – waarover is gepubliceerd in The Journal of Pediatrics en JAMA Oncology – blijkt dat het vaccin echt veilig is en dat besmetting met de kanker veroorzakende HPV-virussen verder terugloopt dan gedacht.

Bron(nen):