vrijdag, 15 november 2019

Boezemfibrilleren

Boezemfibrilleren (atriumfibrilleren) is een hartritmestoornis. Je hart klopt onregelmatig en te snel, vaak meer dan 150 keer per minuut. Deze aandoening komt vooral voor bij mensen boven de 75 jaar. Welke factoren kunnen boezemfibrilleren uitlokken en waaruit bestaat de behandeling?

Wat is boezemfibrilleren?

Je hart bestaat uit vier holtes. De bovenste holtes heten boezems (atria), de onderste holtes worden kamers (ventrikels) genoemd. Je bloed stroomt je hart in via de boezems en wordt dan via de hartkamers naar de rest van je lichaam gepompt. Normaal gesproken klopt je hart ongeveer zestig tot negentig keer per minuut. Je hart slaat sneller bij inspanning en bij heftige emoties.

Boezemfibrilleren is een hartritmestoornis, waarbij je hart onregelmatig en te snel klopt. De hartfrequentie bij boezemfibrilleren ligt meestal boven de 150 slagen per minuut. Deze hartritmestoornis komt veel voor bij oudere mensen. Ongeveer een op de vijf mensen boven de 85 jaar heeft er last van.

Oorzaken

De oorzaak van boezemfibrilleren is niet altijd bekend.

Het samentrekken van de boezems en de kamers wordt geregeld door kleine elektrische stroompjes. In een gezond hart ontstaat deze elektrische prikkel op één plek, de sinusknoop. Door deze elektrische stroom trekken de boezems samen. De atrioventriculaire knoop (AV-knoop) laat de prikkels door naar de hartkamers, waardoor die samentrekken. Bij boezemfibrilleren ontstaan er elektrische prikkels op verschillende plekken, waardoor je boezem onregelmatig samentrekt. Vaak laat de AV-knoop een deel van de prikkels door naar de hartkamers, waardoor die ook te snel en onregelmatig samentrekken.

Boezemfibrilleren kan het gevolg zijn van een andere hartziekte, zoals hartfalen, een hartaanval (hartinfarct), ziektes van de hartspier (cardiomyopathie) en hartklepaandoeningen. Ook een hoge bloeddruk, suikerziekte (diabetes mellitus), overgewicht en een te snel werkende schildklier (hyperthyreoïdie) kunnen je hartritme verstoren. Andere oorzaken zijn koorts, longontsteking en bloedarmoede (anemie).

Sommige mensen krijgen atriumfibrilleren door stress, zware maaltijden, koffie, alcohol en drugs. Ook bepaalde medicijnen kunnen het hartritme verstoren, zoals prednison, schildkliermedicijnen en medicijnen tegen longziektes (luchtwegverwijders).

Symptomen

Niet iedereen heeft klachten van boezemfibrilleren. Sommige mensen voelen dat het hart te snel slaat of voelen zich onrustig of ongemakkelijk.

Andere symptomen van atriumfibrilleren zijn:

  • onregelmatige hartslag
  • snelle hartslag
  • hartkloppingen, bonkend hart
  • zweten
  • duizeligheid
  • sneller moe en/of kortademig bij inspanning

Wanneer het boezemfibrilleren lang aanhoudt of vaker terugkomt, kan het bloed in het hart langzamer gaan stromen. Je kunt daardoor bloedstolsels krijgen. Wanneer deze bloedstolsels het hart uitgepompt worden, kunnen ze je bloedvaten blokkeren. Je kunt daardoor een beroerte (herseninfarct) krijgen. Ook de bloedvaten in je benen of darmen kunnen afgesloten worden, waardoor deze weefsels te weinig bloed krijgen en af kunnen sterven.

Door een hartritmestoornis kan je hart het bloed minder goed rondpompen. Uiteindelijk kan dit leiden tot hartfalen. Je bent sneller moe en kortademig, vooral bij inspanning en later ook in rust. Je houdt vocht vast, vooral in de benen en longen, waardoor je niet meer goed plat kunt liggen.

Neem direct contact op met je huisarts in de volgende situaties:

  • Je bent jonger dan 65 jaar en hebt hartkloppingen zonder duidelijke oorzaak.
  • Je wordt suf of verward.
  • Je kunt moeilijk praten.
  • Je ziet plotseling minder goed.
  • Je gezicht trekt scheef.
  • Je hebt tintelingen en/of krachtverlies in een arm of been.

Hoe wordt de diagnose gesteld?

Wanneer je naar je huisarts gaat omdat je hartkloppingen hebt, zal hij of zij je vragen stellen over je symptomen, hoe vaak je er last van hebt en of er factoren zijn die de klachten uitlokken. De huisarts meet je bloeddruk en luistert met een stethoscoop naar je hart. In sommige huisartsenpraktijken is het mogelijk om een hartfilmpje (elektrocardiogram, afgekort ECG) te maken om je hartritme te meten.

Wanneer de huisarts vermoedt dat je symptomen veroorzaakt worden door boezemfibrilleren, verwijst hij of zij je naar een cardioloog (hartspecialist). De cardioloog laat in ieder geval een ECG maken. Heb je geen klachten op dat moment? Dan kan je een apparaatje meekrijgen naar huis om gedurende een lange tijd je hartritme te meten. Dit wordt ook wel Holteronderzoek genoemd. Soms zijn er nog andere onderzoeken nodig, zoals een inspanningstest of een echo.

Risicofactoren

Er zijn verschillende factoren die het risico op boezemfibrilleren verhogen:

  • mannelijk geslacht
  • hogere leeftijd
  • hartafwijkingen, zoals een hartaanval, hartspierziekte of hartklepaandoening
  • hoge bloeddruk
  • suikerziekte (diabetes mellitus)
  • longontsteking
  • koorts
  • bloedarmoede
  • stress
  • intensieve inspanning
  • alcohol
  • cafeïne in bijvoorbeeld koffie en cola
  • medicijnen, bijvoorbeeld prednison en luchtwegverwijders
  • drugs (cocaïne, amfetamines)

Het risico op een beroerte bij deze hartritmestoornis is hoger bij:

  • vrouwen
  • leeftijd boven de 65 jaar
  • hartfalen
  • hartklepaandoeningen
  • vaatziektes
  • hoge bloeddruk
  • suikerziekte (diabetes mellitus)
  • eerdere beroerte

Behandeling

Probeer aanvallen van hartkloppingen zoveel mogelijk te voorkomen. Vermijd uitlokkende factoren als zware maaltijden, koffie, cola, alcohol en drugs. Leer om goed met stress om te gaan. Een mindfulnesstraining of ondersteuning door een psycholoog kunnen daarbij helpen.

Langdurig boezemfibrilleren is niet levensbedreigend, maar belast het hart wel. Je arts schrijft daarom medicijnen voor waardoor je hart langzamer en regelmatiger gaat kloppen. Voorbeelden hiervan zijn betablokkers, calciumblokkers en digoxine. Heb je veel last van bijwerkingen van deze medicijnen, bijvoorbeeld duizeligheid of maag-darmklachten? Overleg dan met je arts of je over kunt stappen op een ander medicijn.

Omdat boezemfibrilleren het risico op bloedstolsels verhoogt, schrijft je arts meestal medicijnen voor die de bloedstolling verminderen (anticoagulantia oftewel bloedverdunners). Er zijn verschillende soorten bloedverdunners: aspirine (acetylsalicylzuur), coumarines (acenocoumarol, fenprocoumon) en direct werkende anticoagulantia (bijvoorbeeld apixaban en dabigatran). Wanneer je bloedverdunners gebruikt, is je risico op een maagbloeding verhoogd. Je arts kan daarom een maagbeschermend medicijn voorschrijven.

Soms is een intensievere behandeling nodig om je hartritmestoornis te verhelpen, zoals een pacemaker of een elektrische schok om je hartritme weer normaal te krijgen (cardioversie). Behandeling van onderliggende hartaandoeningen, zoals hartklepafwijkingen, kunnen ervoor zorgen dat het boezemfibrilleren niet meer terugkomt.

Prognose

Boezemfibrilleren gaat meestal vanzelf binnen twee dagen over. Deze kans is het grootst bij mensen onder de 65 jaar en bij de eerste aanval van atriumfibrilleren. Bij een op de drie mensen houdt de hartritmestoornis langer dan twee dagen aan of komen de hartkloppingen steeds terug.