Bloed (haema, sanguis)
Dikvloeibare, rode vloeistof die via de bloedvaten door het lichaam stroomt en o.a. zorgt voor:- aanvoer van zuurstof (vanuit de longen) en voedingsstoffen (vanuit de darmen en lever) naar de lichaamscellen
- afvoer van koolzuur en verbrandingsstoffen (= metabolieten) vanuit de weefsels naar de longen (uitademingslucht), nieren (urine), lever (gal) en darmen (ontlasting)
- transport van bloedlichaampjes, zoals rode bloedcellen (voor zuurstof-transport), witte bloedcellen (voor afweer tegen infecties) en bloedplaatjes (voor bloedstolling).
- transport van hormonen voor de regulatie van de stofwisseling en geslachtelijke functies.
Het bloed is samengesteld uit:
- bloedplasma (= serum; ca. 70%), bestaande uit water met eiwitten, hormonen, voedingsstoffen (en medicijnen).
- bloedlichaampjes: rode (= erytrocyten) en witte (= leucocyten) bloedcellen en bloedplaatjes (= trombocyten)








