dinsdag, 14 juli 2020

Schedelvorm van baby’s

Groot of klein, plat en afwijkend van vorm

Het vinden van een afwijkende schedelvorm bij hun baby maakt ouders vaak erg ongerust. Moet je je gelijk zorgen maken als de omtrek, de vorm of de grootte van het hoofdje afwijkt van het gemiddelde?

De schedelomtrek wordt gemeten over de achterhoofdsknobbel en midden over het voorhoofd. Meestal worden er drie metingen verricht en schrijft de arts het gemiddelde van deze drie op. Je kunt een verschil in grootte zien per meetlint en onderzoeker, dus het is belangrijk om de meting altijd op dezelfde manier te verrichten, bij voorkeur door dezelfde persoon. De metingen worden bijgehouden in een speciale groeicurve. Met name het verloop van de groei in de tijd is belangrijk om problemen op te sporen. Een eenmalige meting geeft eigenlijk onvoldoende informatie.

Fontanel

Op het hoofdje van je baby zitten twee zachte plekjes: de fontanellen. De fontanel op het achterhoofd is klein en sluit ongeveer twee maanden na de bevalling. De fontanel aan de voorkant van het hoofdje is iets groter. Het sluiten duurt daardoor ook iets langer: zes maanden tot wel twee jaar. Soms sluit een fontanel bij een baby iets eerder. Dit is meestal niet erg en heeft bij een normale schedelgroei geen betekenis.

Afbuigende schedelomtrek naar boven

Soms ontstaat er na verschillende metingen een afbuigende schedelomtrek naar boven. Dan is het nodig om je baby verder te laten onderzoeken. Er moet uitgesloten worden dat er niet teveel vocht in de hersenkamers zit. Is dit wel het geval, dan heet dat een waterhoofd. De arts kan dit zien door een echo van de hersentjes te maken. Dit gebeurt door de ruimte van de fontanel.

Groot hoofd zonder afbuiging

Je baby heeft een groot hoofd, maar het hoofd groeit volgens de curve. In deze situatie kan je er vanuit gaan dat je kind gewoon een groot hoofd heeft. Vaak hebben de ouders dat ook. In zeldzame gevallen is het grote hoofd onderdeel van een syndroom. Als de ontwikkeling verder gewoon normaal is, hoef je je niet druk te maken.

Kleine schedelomtrek met een afbuigende curve naar beneden

Als de groeilijn van de schedel naar beneden afbuigt, is de schedelomtrek misschien te klein. Bij een afbuigende schedelomtrek moet op korte termijn onderzoek worden gedaan naar de oorzaak. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van een aanlegstoornis van de hersenen, eerdere infectie tijdens de zwangerschap of syndromale aandoening.

Afwijkende schedelvorm

Soms verbenen de schedelnaden te vroeg. Dit wordt altijd gekenmerkt door een afwijkende vorm van de schedel. Door te vroege verbening kan het hoofdje asymmetrisch worden (craniosynostose). Bij deze aandoening bestaat een kans op verhoogde druk in het hoofd. Kinderen moeten in een speciaal craniofaciaal team worden behandeld.

Afplatting

Door een voorkeurshouding kan het hoofdje van je kind afplatten. Mede door het advies kinderen op de rug te laten slapen vanwege risico op wiegedood, is het voorkomen van afplatting van het achterhoofd toegenomen. In tegenstelling tot de craniosynostose is hier geen sprake van een ziekte. Het bot, de hersens en de psychische ontwikkeling van je kind is in deze situatie meestal gewoon in orde. In een ernstig geval (een héél plat hoofd) kan de dokter helmtherapie voorschrijven. Je baby krijgt dan een helmpje op zijn hoofd. Meestal geeft de dokter alleen wat hanteringsadviezen om de voorkeurshouding te doorbreken, soms onder begeleiding van een fysiotherapeut.

Behandeling

De behandeling is afhankelijk van de gevonden oorzaak.

Onderzoeken

Door middel van een echografie van de schedel en een eventueel MRI onderzoek kunnen artsen de structuur van de schedel bekijken. Bloedonderzoek wordt ingezet om zwangerschapsinfecties op te sporen bij het kind. Soms onderzoekt de arts de chromosomen of de stofwisseling van het kind.

Dit artikel is goedgekeurd door Dr. J.M. de Bont, kinderarts-kinderneuroloog in UMC Utrecht.

Laatst herzien op