vrijdag, 14 augustus 2020

17 vragen over euthanasie

Hoewel het wettelijk goed is geregeld in Nederland, bestaan er nogal wat misverstanden over euthanasie. De meest gestelde vragen.

17 vragen over euthanasie

1. Wat is euthanasie?
2. Wat is het verschil met palliatieve sedatie?
3. Hoeveel Nederlanders hebben een euthanasieverzoek?
4. Hoe vaak vindt euthanasie plaats?
5. Is euthanasie strafbaar?
6. Wat zijn die zorgvuldigheidseisen?
7. Hoe bepaalt een arts of er sprake is van 'ondraaglijk en uitzichtloos lijden'?
8. Wat gebeurt er op het moment van levensbeëindiging?
9. Wat moet iemand doen voor een euthanasieverzoek?
10. Is een dokter verplicht om een euthanasieverzoek uit te voeren?
11. Wat gebeurt er als een dokter niet wil meewerken?
12. Als geen arts wil helpen, kan iemand dan in het buitenland terecht?
13. Als de kinderen tegen euthanasie zijn, zal een dokter dan toch helpen?
14. Wat gebeurt er met een euthanasie­verzoek als iemand in coma raakt?
15. En als iemand dement raakt?
16. Wat als iemand niet ziek is, maar wel aan het leven lijdt?
17. Hoe denken de christelijke kerken en de islam over euthanasie?

1. Wat is euthanasie?
Het woord euthanasie komt van het Griekse woord euthanatos, dat letterlijk 'een goede dood' betekent. Van euthanasie is sprake als een arts aan een patiënt een dodelijk middel toedient, op uitdrukkelijk verzoek van de patiënt zelf. In 7 procent van de gevallen neemt de patiënt de dodelijke medicatie die hij van de dokter krijgt zelf in. Deze vorm van hulp bij zelfdoding door artsen is wettelijk gelijk aan euthanasie.

2. Wat is het verschil met palliatieve sedatie?
Palliatieve sedatie is het toedienen van slaapmiddelen (sedativa) tijdens de laatste levensfase van een patiënt, als diens klachten niet meer te behandelen zijn. De patiënt wordt in slaap gebracht tot aan zijn overlijden. Uiteindelijk sterft hij aan de gevolgen van zijn ziekte – een natuurlijke dood. Dat is een belangrijk verschil met euthanasie, waarbij er opzettelijk direct een einde aan het leven wordt gemaakt. Een arts mag alleen palliatieve sedatie toepassen als hij verwacht dat zijn patiënt niet meer dan twee weken te leven heeft.

Nogal wat mensen denken dat euthanasie alleen mogelijk is als iemand spoedig zal sterven, maar voor euthanasie geldt geen termijn.
Palliatieve sedatie wordt gezien als een vorm van normaal medisch handelen en is dus niet strafbaar. Euthanasie is dat wel, tenzij de arts zich aan bepaalde zorgvuldigheidseisen houdt (zie ook vraag 5).

3. Hoeveel Nederlanders hebben een euthanasieverzoek?
Zo’n 107.000 mensen zijn lid van de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE). Het is aannemelijk dat de meesten een euthanasieverklaring van de vereniging hebben ingevuld. Daarnaast zijn er waarschijnlijk nog duizenden niet-leden, die zelf een verzoek hebben opgesteld. Ruim 80 procent van de euthanasieverzoeken komt van patiënten met een ongeneeslijke vorm van kanker. De overige verzoeken zijn vooral afkomstig van mensen met neurologische aandoeningen zoals de dodelijke spierziekte ALS, en hart- en vaatziekten zoals terminaal hartfalen.

Verder stelt een groeiend aantal mensen een euthanasieverzoek op vóórdat ze ziek worden, voor het geval ze in een situatie terechtkomen die ze nu als ondraaglijk en uitzichtloos beschouwen.

4. Hoe vaak vindt euthanasie plaats?
Per jaar overlijden er in Nederland ongeveer 140.000 mensen. Bij zo’n 2.400 van hen is euthanasie toegepast. Meestal voert de huisarts de euthanasie thuis uit. Zo’n 10.000 mensen worden palliatief gesedeerd.

5. Is euthanasie strafbaar?
Volgens de euthanasiewet is het verboden een ander te doden, ook als die daar nadrukkelijk om heeft gevraagd. De wet biedt één uitzondering: een arts (en alléén een arts) mag euthanasie toepassen als hij zich aan een aantal zorgvuldigheidseisen houdt en meldt dat hij de euthanasie heeft uitgevoerd. Doet hij dat niet, dan kan hij alsnog strafrechtelijk worden vervolgd. Onzorgvuldig uitgevoerde euthanasie kan leiden tot een gevangenisstraf van maximaal twaalf jaar. Voor hulp bij zelfdoding is dat maximaal drie jaar.

Uit onderzoek blijkt dat zo goed als alle euthanasiegevallen worden gemeld. Van de ongeveer 2.400 gevallen per jaar worden er gemiddeld vier als 'onzorgvuldig' beoordeeld. Niet alle gevallen van onzorgvuldigheid leiden tot vervolging. Sinds de invoering van de euthanasiewet in 2002 is nog geen enkele arts wegens onzorgvuldige euthanasie veroordeeld.

6. Wat zijn die zorgvuldigheidseisen?
De arts moet er zeker van zijn dat er sprake is van een 'vrijwillig en weloverwogen euthanasieverzoek'. Dat mag dus niet onder druk van anderen tot stand zijn gekomen. De patiënt moet ook 'wilsbekwaam' zijn, oftewel de gevolgen van zijn besluit overzien. Zijn dokter moet hem daarom goed informeren over zijn ziekte en de behandelmogelijkheden.
Verder moet de arts ervan overtuigd zijn dat er op dát moment (en dus niet in de toekomst) sprake is van 'uitzichtloos en ondraaglijk lijden' van de ­patiënt. Samen moeten ze het erover eens zijn dat er geen andere oplossing meer is dan euthanasie.

Als een arts tot euthanasie wil overgaan, is hij verplicht minimaal één andere, onafhankelijke dokter te raadplegen, die de patiënt persoonlijk spreekt. Die tweede arts (meestal een hiervoor speciaal opgeleide arts, een zogeheten SCEN-arts) maakt een schriftelijk verslag waarin hij beschrijft of aan de zorgvuldigheidseisen is voldaan. In tegenstelling tot wat veel mensen denken, hoeft de tweede arts géén toestemming te geven voor de euthanasie.

Verder moet de dokter het dodelijke middel zelf toedienen. Hij mag dat dus niet overlaten aan een verpleegkundige of familielid. Tot slot moet de arts na uitvoering van de euthanasie het overlijden melden bij de gemeentelijke lijkschouwer en bij een toetsingscommissie die speciaal is ingesteld om te beoordelen of hij zorgvuldig heeft gehandeld.

7. Hoe bepaalt een arts of er sprake is van 'ondraaglijk en uitzichtloos lijden'?
Van uitzichtloos lijden is sprake als er een ziekte is vastgesteld en er geen redelijke behandelmogelijk­heden meer zijn. Met redelijk wordt bedoeld dat de behandeling binnen korte tijd verbetering moet geven en dat die niet te zwaar mag zijn voor de patiënt.

Wat ondraaglijk inhoudt, is een stuk ingewikkelder. Daarbij kijkt een dokter niet alleen naar het ziektebeeld, maar ook naar hoe de patiënt de (pijn)klachten beleeft. Op basis daarvan kan de dokter overtuigd raken dat er voor zijn patiënt in die specifieke omstandigheden sprake is van ondraaglijk lijden. Overigens verschuiven veel patiënten hun eigen grens naarmate de ziekte langer duurt en stellen zo de euthanasie langer uit dan ze in het begin van hun ziekte voor mogelijk hielden.

8. Wat gebeurt er op het moment van levensbeëindiging?
De dokter vraagt aan de patiënt of hij met de euthanasie wil doorgaan. Als de patiënt die vraag bevestigend beantwoordt, zal de dokter hem een injectie geven met een middel om hem in een heel diepe, comateuze slaap te brengen. Dat gebeurt via een slangetje dat meestal een dag ervoor door een verpleegkundige in een ader van de hand of arm is ingebracht. Dit om te voorkomen dat de arts op het moment zelf geen goede ader kan vinden of mis prikt.

Vervolgens wordt via hetzelfde slangetje een spierverslappend middel ingespoten, waardoor het hart tot stilstand komt. Omdat de patiënt in een diepe coma is, merkt hij daar niets van. Tot slot stelt de dokter het overlijden vast. In totaal neemt dit proces ongeveer tien tot dertig minuten in beslag. Een klein deel van de patënten kiest voor het zelf innemen van dodelijke medicatie.

9. Wat moet iemand doen voor een euthanasieverzoek?
Een euthanasieverzoek (ook wel wilsbeschikking genoemd) hoeft niet per se schriftelijk te worden gedaan. Als iemand zijn wens aan de dokter kenbaar maakt, is hij verplicht dat in het dossier op te nemen. Daarmee is het verzoek vastgelegd (maar niet toegezegd, zie ook vraag 10). Een schriftelijk verzoek heeft wel de voorkeur, omdat een arts daarmee bij de toetsing van de euthanasie minder snel in de problemen komt.

Een verzoek kan iemand in eigen woorden op papier zetten. Een standaardverklaring, zoals die van de NVVE, kan een handig hulpmiddel zijn, maar is zeker niet noodzakelijk – al zijn er artsen die er ten onrechte toch om vragen. De wet stelt geen eisen aan de vorm. Het gaat erom dat zo duidelijk mogelijk omschreven staat wanneer de situatie in een ziekteproces ondraaglijk wordt. Voor het opstellen van het verzoek zijn geen getuigen nodig en ook geen goedkeuring door een notaris.

Net als een donorcodicil blijft een euthanasieverzoek geldig totdat iemand het weer intrekt. Het regelmatig vernieuwen is niet nodig, al vinden sommige artsen (en de toetsingscommissie) dat wel fijn omdat daarmee getoond wordt dat een wens onveranderd is. Belangrijk is dat iemand op het moment dat zijn persoonlijke grens is bereikt, precies benoemt wat de situatie op dát moment ondraaglijk en uitzichtloos maakt.

10. Is een dokter verplicht om een euthanasieverzoek uit te voeren?
Nee. Euthanasie is geen plicht van de arts en geen recht van de patiënt. Het is een besluit dat alleen in goed overleg en met gezamenlijke instemming genomen kan worden. Een dokter heeft tegenover zijn patiënt twee verplichtingen, namelijk om zijn lijden weg te nemen of te verlichten, en om hem in leven te houden. Die tweede plicht botst met de vraag om euthanasie. Daarom kunnen artsen een euthanasieverzoek weigeren. Dat mogen ze ook om geloofs­redenen doen. De arts moet zijn gewetensbezwaren dan wel op tijd duidelijk maken aan de patiënt.

11. Wat gebeurt er als een dokter niet wil meewerken?
Euthanasie uitvoeren is voor alle artsen een zeer belastend onderdeel van hun vak. Om te beoordelen of een patiënt uitzichtloos en ondraaglijk lijdt en zich bewust is van de gevolgen van zijn besluit, moet een arts zijn patiënt goed kennen. Dat kan alleen als hij al enige tijd bij hem onder behandeling is. Vandaar dat het belangrijk is een verzoek tijdig met de huisarts te bespreken. Als blijkt, na goed overleg, dat hij niet in staat is met een euthanasieverzoek te helpen, mag de patiënt verwachten dat de arts doorverwijst naar een collega.

Is iemand onder behandeling in een ziekenhuis, dan kan hij aan de specialist vragen of hij wil helpen. Als beiden niet willen helpen of niet doorverwijzen naar een collega – een situatie die in de praktijk weinig voorkomt – dan moet men op zoek naar een andere huisarts.
 
12. Als geen arts wil helpen, kan iemand dan in het buitenland terecht?
België en Luxemburg hebben een euthanasiewet die op hoofdlijnen overeenkomt met de Nederlandse. Als artsen vinden dat een verzoek niet binnen onze wet valt, dan zal iemand in die landen hoogstwaarschijnlijk ook nul op het rekest krijgen. Ook omdat er geen behandelrelatie is tussen dokter en patiënt.

In Zwitserland wordt een persoon die een patiënt bijstaat bij zelfdoding niet gestraft, tenzij hij dat doet uit winstbejag of misdadige motieven. Voorwaarde is dat de patiënt ongeneeslijk ziek en helder van geest is. Overigens wil de Zwitserse regering de wet strikter gaan toepassen. Dat betekent dat in de toekomst alleen nog buitenlanders die in Zwitserland wonen er gebruik van kunnen maken.
 
13. Als de kinderen tegen euthanasie zijn, zal een dokter dan toch helpen?
Ja. Een euthanasieverzoek is een persoonlijke wens. Als een patiënt en de arts het erover eens zijn dat euthanasie de enige overgebleven oplossing is, dan kunnen de kinderen de uitvoering niet tegenhouden. In een familiegesprek, onder begeleiding van de arts, kan men proberen om met elkaar in contact te blijven. De ervaring leert dat zo’n gesprek voor nabestaanden achteraf enorm waardevol kan zijn.  

14. Wat gebeurt er met een euthanasie­verzoek als iemand in coma raakt?
Dan is dat onbruikbaar. Zodra iemand in coma raakt, is er geen sprake (meer) van ondraaglijk lijden. Daarmee valt het verzoek niet langer onder de euthanasiewet. In een euthanasieverzoek kan iemand wel aangegeven dat hij in zo’n geval niet (langer dan een bepaalde periode) behandeld of gereanimeerd wilt worden. Daaraan moet een arts zich dan wél houden. Het is niet mogelijk een ander een volmacht te geven die in die situatie het verzoek doet.

15. En als iemand dement raakt?
Als iemand dement is, kan de dokter niet meer beoordelen of de patiënt euthanasie wil en of hij de gevolgen daarvan kan overzien. Daarom mag een arts in die situatie niet met een euthanasieverzoek instemmen. Oók niet als dat is opgesteld vóór de dementie intrad. De euthanasiewet biedt de mogelijkheid euthanasie uit te voeren in een vroege fase van dementie, als de patiënt nog wel wilsbekwaam is. In de praktijk vragen patiënten dat echter zelden.

Het ingewikkelde van dementie is dat een patiënt weliswaar steeds meer onder de ziekte gaat lijden, maar dat er naarmate het ziekteproces vordert minder goed met hem over te praten valt. Dat maakt het bijna onmogelijk om het juiste moment voor euthanasie te bepalen.

Al net zo ingewikkeld is een euthanasieverzoek van een psychiatrisch patiënt. Ook daarbij is het heel moeilijk vast te stellen of zo’n verzoek vrijwillig en weloverwogen is gedaan of dat het voortkomt uit de ziekte. Alleen als een psychiatrisch patiënt volledig is uitbehandeld, is euthanasie een optie. Dat gebeurt hoogstens in enkele gevallen per jaar.

16. Wat als iemand niet ziek is, maar wel aan het leven lijdt?
Zonder medische grondslag is euthanasie verboden. Dat geldt ook voor de vorm waarbij de patiënt zelf een dodelijk drankje inneemt (hulp bij zelfdoding).

17. Hoe denken de christelijke kerken en de islam over euthanasie?
De rooms-katholieke kerk wijst euthanasie officieel af. De argumenten hebben te maken met de heiligheid van het leven dat door God is gegeven en met de functie van het lijden. Bij de protestantse kerken staat Gods woord zoals beschreven in de Bijbel ­centraal en de uitleg hiervan is verschillend, soms meer naar de letter, soms meer naar de geest. In het algemeen leidt dit tot een tolerantere houding.

Euthanasie is voor de meeste moslims niet gerechtvaardigd, vanuit de overtuiging dat God het uur van de dood vaststelt. Daarom wordt euthanasie in het hiernamaals bestraft.

Dit artikel kwam tot stand met medewerking van Eric van Wijlick, beleidsadviseur van de KNMG (Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst) en SCEN-arts Yvonne van Ingen.

Bron(nen):