dinsdag, 26 mei 2020

Dromen ordenen informatie

Wat ons brein 's nachts bezighoudt

De koning op de koffie, kunnen vliegen, of in een stripverhaal spelen; in je dromen kan alles. Maar waar zijn dromen eigenlijk goed voor?

Iedereen droomt een paar uur per nacht. Ook al herinner je je er misschien niets van. Als je slaapt, volg je een ritme. Je slaapt afwisselend diep en minder diep.

REM-slaap

De droomslaap komt voor in een periode waarin je wat minder diep slaapt. Dit heet de REM-slaap (Rapid Eye Movement). In deze periode worden je hersenen heel erg actief en maken je ogen snelle bewegingen. Alle grote spieren zijn uitgeschakeld, anders zou je echt je dromen gaan uitvoeren.

In een nacht kom je vier of vijf keer in zo'n REM-slaap terecht. Je hebt dus ook vier tot vijf dromen. Naarmate de nacht verstrijkt, worden de periodes met REM-slaap steeds langer. De laatste duurt ongeveer een half uur tot drie kwartier.

Droomduiding

Er zijn verschillende theorieën waarom we dromen. Het zou kunnen gaan om onderdrukte gevoelens uit ons onderbewuste. Die theorie werd voor het eerst beschreven in 1900 door psychiater Sigmund Freud. Door iemands dromen te verklaren, zou je dus een blik in iemands ziel kunnen werpen.

Nog steeds bestaan er droomduiders en boeken met betekenissen van dromen. Maar je kunt je voorstellen dat niet alle beelden hetzelfde betekenen voor iedereen. Een rat bijvoorbeeld, is iets heel anders voor een dierenarts dan voor iemand die ooit door een rat gebeten is.

Ruis van de machine

Als we dromen zijn onze hersenen ineens heel erg actief, alsof we wakker zijn. Sommige wetenschappers denken dat de hersenen 's nachts niet zo lang inactief kunnen zijn. Dat zou ongezond zijn, dus zorgt het lichaam dat het brein actief wordt. Daardoor zouden er beelden loskomen, onze dromen. Volgens deze wetenschappers hebben de dromen zelf geen betekenis of nut.

Informatieverwerking

Over het algemeen nemen wetenschappers tegenwoordig aan dat tijdens de REM-slaap de indrukken van de afgelopen week worden verwerkt. Informatie wordt opgeruimd, gesorteerd, gewist en opgeslagen in de hersenen. Hierdoor krijg je dromen.

Kinderen dromen meer; zij hebben nog meer nieuwe dingen te verwerken. Dat dromen vaak zo raar verlopen, komt doordat je werkgeheugen niet meedoet. Dit geheugen zorgt dat je veel dingen tegelijkertijd kan onthouden.

Als je droomt, kun je je maar op één ding tegelijkertijd richten. Dus vraag je je ook niet af of iets eigenlijk wel kan. Overigens kan het voorkomen dat je wel beseft dat je droomt. In dat geval heb je een lucide droom. Met wat oefening kun je zo'n droom zelf sturen.