GezondheidsNet.nl maakt gebruik van cookies: functioneel, om instellingen en voorkeuren te onthouden, voor beter en eenvoudiger navigeren en inloggen; analytisch, om bezoeken bij te houden en te bestuderen; voor commerciële doeleinden, om bij te houden hoe vaak bepaalde advertenties zijn getoond en geklikt; voor targeting doeleinden, om advertenties op uw interesses te kunnen aanpassen en zodat andere sites ook gerichte advertenties kunnen tonen. Door hiernaast op akkoord te klikken, of door gebruik te blijven maken van deze website gaat u hiermee akkoord. Lees voor meer informatie ons Cookiebeleid.

Akkoord
dinsdag, 30 augustus 2016

Vrouwen gaan emotie-eten door burn-out

BAARN - Vrouwen die genoeg hebben van hun werk graaien eerder naar chocolade of koek om zich beter te voelen. Daarbij is hun eetgedrag op zulke momenten vaak ongecontroleerd.

Dat blijkt uit onderzoek aan het Finnish Institute of Occupational Health. Vrouwen die blootgesteld worden aan werkstress of tegen een burn-out aanzitten zullen eerder emotie-eten.

Onderzoek
De conclusies zijn gebaseerd op een onderzoek onder 230 vrouwen tussen de 30 een 55 jaar oud. Aan het begin van het onderzoek werkten alle vrouwen: 22 procent had in bepaalde mate burn-outklachten. Bij deze laatste groep was vaker sprake van emotie-eten of ongecontroleerd eetgedrag.

Aanpassen
"Vrouwen met werkstress zijn minder goed in staat om hun eetgedrag aan te passen", vertelt onderzoeker Nina Nevanpera. "Het heeft dan ook geen zin om met de burn-out gelijk ook het eetgedrag aan te pakken: je moet eerst de burn-out behandelen."

Gewicht
De onderzoekers vonden geen verband tussen burn-out en lichaamsgewicht. Aan het begin van het onderzoek had de helft van de vrouwen met een burn-out normaal gewicht. Bij de niet overspannen vrouwen was dit slechts een derde.

Opleidingsniveau speelt hier wellicht een rol in. Vrouwen met een hogere opleiding krijgen vaker te maken met een burn-out, maar hebben gemiddeld een lager gewicht. Emotie-eten is wel een risicofactor voor gewichtstoename in de toekomst.

Bron(nen):