maandag, 16 september 2019

Hyperventilatie (hypocapnie, overademen)

Bij hyperventilatie adem je te snel en/of te diep. Daardoor adem je meer koolzuurgas (koolstofdioxide, CO2) uit dan nodig is. Je wordt duizelig en benauwd, en gaat stresshormonen aanmaken. Hoe kun je een aanval van hyperventileren voorkomen en hoe stop je een aanval wanneer je eenmaal hyperventileert?

Wat is hyperventilatie?

Normaal gesproken haal je ongeveer tien keer per minuut adem. Dat gaat vanzelf. Je ademt sneller bij inspanning en minder snel in rust, bijvoorbeeld wanneer je slaapt. Bij hyperventilatie adem je te snel en/of te diep. Je lichaam gaat stresshormonen aanmaken, alsof je je voorbereidt op actie. Tijdens een aanval adem je al gauw meer dan twintig keer per minuut.

Bij een normale ademhaling nemen je longen zuurstof op uit de lucht die je inademt. Via het bloed gaat deze zuurstof naar je hele lichaam, waar het door de organen en weefsels gebruikt wordt en omgezet wordt in koolzuurgas (koolstofdioxide oftewel CO2). Het koolzuurgas gaat via het bloed naar de longen, waar je het uitademt.

Bij hyperventilatie raakt de balans tussen de zuurstof die je inademt en het koolzuurgas dat je uitademt, verstoord. Je lichaam is vooral gevoelig voor het uitademen van te veel koolzuurgas. Je bloed wordt minder zuur en bepaalde bloedvaten, waaronder die naar de hersenen, vernauwen. Daardoor wordt de toevoer van bloed minder. Daarnaast geeft je bloed minder zuurstof af aan de weefsels, ook al heb je meer zuurstof dan nodig ingeademd door het overademen. Door de verminderde bloedtoevoer en de verminderde afgifte van zuurstof krijgen je hersenen en andere organen tijdelijk minder zuurstof. Dat kan op zich geen kwaad.

Oorzaken

Hyperventilatie wordt meestal veroorzaakt door stress en angst, en kan deel uitmaken van een paniekaanval. Je ademhaling kan van slag raken zonder dat je het in eerste instantie zelf doorhebt. Ook oververmoeidheid en overbelasting kunnen hyperventileren uitlokken.

Hyperventilatie kan ook ontstaan bij lichamelijke ziektes, zonder dat paniek of angst daarbij een rol speelt. Mensen met suikerziekte (diabetes) die slecht onder controle is, kunnen een ketoacidose krijgen, waarbij het bloed verzuurt. Dit kan leiden tot hyperventileren, omdat het lichaam het teveel aan zuur in het bloed in balans probeert te krijgen door meer van het zure koolzuurgas uit te ademen.

Ook ziektes van je hart en longen kunnen tot hyperventileren leiden. Bij de longziektes astma en chronisch obstructieve longziekte (Chronic Obstructive Pulmonary Disease, afgekort COPD) kunnen je longen te ver worden opgeblazen (hyperinflatie). Je longblaasjes worden dichtgedrukt tijdens het uitademen en worden opengezogen tijdens de inademing. Daardoor kan je long als ventiel gaan werken. Wanneer je snel ademt komt de lucht er makkelijk in, maar gaat er moeilijk weer uit.

Symptomen

Sommige mensen krijgen slechts één keer in hun leven te maken met hyperventilatie, andere mensen hebben er regelmatig last van. De symptomen ontstaan voor een deel door het gebrek aan koolzuurgas in het bloed en deels door het snelle en/of diepe ademen.

Door hyperventileren kunnen de volgende symptomen ontstaan:

  • benauwdheid, kortademigheid
  • duizeligheid
  • hoofdpijn
  • zweten
  • hartkloppingen
  • je slap voelen
  • pijn of druk op de borst
  • tintelingen
  • droge mond
  • misselijkheid

Hyperventilatie kan lastig en beangstigend zijn, maar is in wezen niet gevaarlijk. Angst bij hyperventilatie ontstaat meestal door de gedachten die je over de aanval hebt. Als je bijvoorbeeld de duizeligheid of druk op de borst onterecht interpreteert als gevaarlijk, kun je daar bang van worden en gaan hyperventileren. Je bent je echter niet altijd bewust van deze gedachten. Niet iedereen wordt angstig van hyperventilatie en omgekeerd gaat niet iedereen die angstig is of een paniekaanval heeft hyperventileren.

Neem contact op met je huisarts in de volgende situaties:

  • De pijn of druk op de borst gaat niet over.
  • Je denkt dat de benauwdheid niet door hyperventilatie wordt veroorzaakt.
  • De maatregelen die je zelf neemt helpen niet.

Diagnose

Je (huis)arts stelt de diagnose op basis van je symptomen. Hij of zij zal je vragen stellen over de symptomen die je hebt ervaren en of er risicofactoren aanwezig zijn die het hyperventileren kunnen uitlokken. Je huisarts kan lichamelijk onderzoek doen, bijvoorbeeld naar je hart en longen luisteren. Als je arts vermoedt dat het hyperventileren een lichamelijke oorzaak heeft, kan hij of zij aanvullend onderzoek laten doen, gericht op het aantonen (of uitsluiten) van lichamelijke ziektes. Voorbeelden hiervan zijn bloedonderzoek en longfunctieonderzoek.

Risicofactoren

Angst en paniek kunnen leiden tot hyperventileren. Sommige mensen hebben een erfelijke aanleg waardoor ze makkelijker in paniek raken. Ook vervelende ervaringen met ziekte en gezondheid, stress en het verkeerd interpreteren van lichamelijke gewaarwordingen vergroten de kans op angst en hyperventileren.

Het risico op hyperventilatie is ook verhoogd bij mensen met bepaalde lichamelijke ziektes, zoals suikerziekte (diabetes), hartziektes en longaandoeningen als astma en COPD.

Behandeling

Allereerst is het belangrijk om een aanval van hyperventilatie zoveel mogelijk te voorkomen. Heb je een lichamelijke ziekte als diabetes of een hart- of longziekte? Doe er dan alles aan om deze ziekte zo goed mogelijk onder controle te krijgen.

Stress en angst kunnen aanvallen uitlokken. Zorg er dus voor dat je goed om leert gaan met eventuele spanningen door bijvoorbeeld ontspanningsoefeningen, sporten en het uitoefenen van hobby’s. Ook mindfulness en psychotherapie kunnen helpen om minder angst en spanning te ervaren, waardoor de kans op hyperventileren kleiner wordt. In ernstige gevallen kan je arts medicijnen tegen angst voorschrijven, zoals antidepressiva of benzodiazepines.

Tijdens een aanval van hyperventilatie is het belangrijk om rustiger te gaan ademen. Adem bijvoorbeeld drie tellen in en zes tellen uit. Eventueel kan een fysiotherapeut of oefentherapeut Cesar/Mensendieck je ademhalingsoefeningen aanleren om hyperventileren te verminderen. Ook afleiding helpt vaak goed om het hyperventileren te stoppen. Het helpt niet om in een papieren zak te ademen.

Prognose

Sommige mensen krijgen één keer in hun leven een hyperventilatieaanval, bij andere mensen komt het hyperventileren vaker terug. Als psychische problemen de symptomen veroorzaken en deze problemen opgelost worden, is de kans op nieuwe aanvallen kleiner. Wanneer het hyperventileren veroorzaakt wordt door een lichamelijke ziekte, bijvoorbeeld een longziekte, is de kans groter dat je last houdt van aanvallen van hyperventilatie.