zaterdag, 31 oktober 2020

Naar de huisarts bij COPD

Niet vervelend, wel belangrijk

Met COPD-klachten kun je het beste een huisarts raadplegen. Dat is belangrijk omdat de huisarts de vervelende klachten kan verlichten. Het lichamelijk onderzoek dat de huisarts verricht is niet vervelend. Hieronder lees je precies wat je te wachten staat.

Als je vermoedt dat je wel eens COPD zou kunnen hebben, kun je het best een afspraak met je huisarts maken. Hoe eerder je erbij bent, hoe beter. Je zou COPD kunnen hebben bij de volgende klachten:

  • hoesten (rokershoestje)
  • benauwdheid
  • piepende ademhaling
  • vermoeidheid (bij inspanning)
  • longinfecties, longontstekingen
  • slijm ophoesten

De kans dat deze klachten wijzen op COPD is groter wanneer je ouder dan veertig bent en rookt of gerookt hebt. COPD vermindert de kwaliteit en de lengte van je leven, dus is er alles aan gelegen zo snel mogelijk tot behandeling over te gaan.

Spirometrie

De grote vraag is wat de huisarts precies gaat doen. Om te beginnen is het goed om te melden dat het onderzoek naar COPD niet vervelend of pijnlijk is. Je arts zal eerst met een stethoscoop naar je longen luisteren en je neus-, mond- en keelholte inspecteren.

Maar om COPD echt vast te kunnen stellen en om de mate waarin je er last van hebt te bepalen, is een longfunctiemeting nodig, ook wel spirometrie geheten. Dit klinkt ingewikkeld, maar het valt erg mee.

Eerst krijg je een klem op je neus. Dan ga je rechtop zitten en sluit je je tanden en lippen om het mondstuk van het apparaat. Door dit apparaat kun je dan gewoon blijven ademen. Dan stelt de arts de vraag om eerst zo diep mogelijk in te ademen en vervolgens zo lang mogelijk uit te blazen. Ook kan je worden gevraagd om zo hard mogelijk uit te blazen.

Mate van COPD

Met deze test wordt precies gemeten hoeveel lucht je uitblaast. Als blijkt dat deze hoeveelheid minder is dan normaal, dan is duidelijk dat je longen niet goed genoeg werken.

Hiernaast kan ook een inspanningstest worden gedaan. Dan wordt het effect op je ademhaling van bijvoorbeeld lopen of fietsen gemeten. Ook kunnen röntgenfoto's nodig zijn. De arts kan met alle resultaten bepalen in welke mate je COPD hebt.

Als bijvoorbeeld de hoeveelheid lucht die je hebt uitgeademd meer is dan 80 procent van de voorspelde waarde, heb je slechts lichte COPD. Tussen de 50 en 80 procent heb je matige COPD, onder de 50 procent ernstige of zelfs zeer ernstige COPD. Deze indeling heet de GOLD-indeling.

Bij ernstige en zeer ernstige COPD word je soms naar een longarts doorverwezen. Lichte en matige COPD worden vrijwel altijd door de huisarts zelf behandeld. De behandeling van de arts is gericht op het verminderen van je klachten, het verbeteren van je conditie, het voorkomen van invaliditeit en arbeidsongeschiktheid en in het algemeen het verbeteren van de levenskwaliteit.

Verbetering levenskwaliteit

Wat een huisarts concreet kan doen bij de behandeling is het volgende. Als je rookt, zal hij of zij je proberen te helpen met het stoppen daarmee. Stoppen met roken kan namelijk leiden tot verbetering van de longfunctie, al op korte termijn. Dit is het enige wat de huisarts kan doen om de levensverwachting te verbeteren.

De levenskwaliteit kan je arts op andere manieren verbeteren. COPD-klachten kun je verminderen met luchtwegverwijders, deze kunnen het benauwdheidsgevoel binnen een half uur verminderen. Een ander medicijn voor je luchtwegen zijn ontstekingsremmers. Deze verminderen de slijmvliesontsteking in je luchtwegen. Slijmoplossers helpen niet bij COPD.

Wel belangrijk is de griepprik, die heb je elk jaar nodig om ernstige complicaties van eventuele griep te voorkomen. Naast de behandeling met medicijnen en de sterke nadruk op het stoppen met roken, zal de huisarts ook zeker wijzen op het belang van een goede, evenwichtige voeding en zo veel mogelijk lichaamsbeweging.

Trefwoorden: