donderdag, 17 oktober 2019

6 zorgverleners bij een longziekte

Wie doet wat?

Heb je astma, COPD of een andere chronische longziekte, dan kun je met veel verschillende zorgverleners te maken krijgen. Maak kennis met de zes belangrijkste. Wie zijn ze, waar werken ze en wat zijn hun taken?

1. De huisarts

Waar: in de huisartsenpraktijk

Last van een aanhoudende hoest, piepende ademhaling of veel slijm in de longen? Of steeds vaker buiten adem als je de trap oploopt? Met longklachten ga je in eerste instantie naar de huisarts. Die zal vragen stellen over je gezondheid, met een stethoscoop naar je longen luisteren of de praktijkondersteuner vragen een longfunctiemeting uit te voeren.

Is de diagnose gesteld, dan kan de huisarts (inhalatie)medicijnen voorschrijven en leefregels bespreken die je helpen zo goed mogelijk met de longziekte om te gaan. Die leefregels gaan bijvoorbeeld over voeding, bewegen en het vermijden van prikkels waar je longen sterk op reageren. Zo nodig kan de huisarts je verwijzen naar een fysiotherapeut of diëtist.

Als de klachten hiermee (voldoende) onder controle zijn, blijf je meestal onder behandeling in de huisartsenpraktijk. Is dat niet het geval of heeft de huisarts niet de juiste diagnose kunnen stellen, dan volgt een verwijzing naar de longarts.

Tip: wil je graag naar de longarts maar weigert de huisarts een verwijzing? Neem dan contact op met je zorgverzekeraar. Die kan bemiddelen tussen jou en de huisarts. Je kunt ook zonder verwijzing een afspraak maken bij de longarts, maar dan draai je zelf op voor de kosten.

2. De praktijkondersteuner huisarts (POH)

Waar: in de huisartsenpraktijk

De praktijkondersteuner huisarts (POH) is een verpleegkundige of doktersassistent die zich met een extra opleiding heeft gespecialiseerd in een of meer chronische ziektes. Zo’n specialisatie is bijvoorbeeld ‘astma en COPD’. De POH is bevoegd om een aantal taken van de huisarts over te nemen. Zo kan de praktijkondersteuner een longfunctiemeting doen, uitleg geven over de ziekte en het gebruik van medicijnen, adviseren over een gezonde leefstijl en begeleiding geven bij stoppen met roken.

De praktijkondersteuner werkt nauw samen met de huisarts, die eindverantwoordelijk blijft voor de behandeling.

3. De longarts

Waar: op de polikliniek Longziekten

Zijn je klachten met de behandeling van de huisarts niet (genoeg) onder controle? Of is verder onderzoek nodig? Dan verwijst de huisarts je naar de longarts. Dit gebeurt ook als je een longziekte hebt die de huisarts niet goed kan behandelen, zoals longfibrose of bronchiëctasieën.

De longarts kan onderzoeken (laten) uitvoeren die in de huisartsenpraktijk niet mogelijk zijn. Zo kan hij een CT-scan laten maken, waarop afwijkingen in het longweefsel goed te zien zijn. Hij kan ook een bronchoscopie uitvoeren. Hierbij kijkt de longarts in de luchtwegen met een slangetje waaraan een lens is bevestigd.

Op basis van de bevindingen zet de longarts een behandeling in. Als deze goed aanslaat, word je soms terugverwezen naar de huisarts. Daar blijf je onder controle zolang de longklachten stabiel zijn.

Tip: staat er binnenkort een afspraak gepland bij de longarts (of huisarts)? Bereid je goed voor en bedenk alvast welke vragen je wilt stellen. De vragenlijst van het Longfonds helpt hierbij.

4. De longverpleegkundige

Waar: in de huisartsenpraktijk, op de polikliniek Longziekten of thuis

De longverpleegkundige is een verpleegkundige die zich gespecialiseerd heeft in longziekten en de begeleiding van patiënten en hun naasten. Dat gebeurt altijd in nauw overleg met de huisarts of longarts, die eindverantwoordelijk blijft voor de behandeling. De longverpleegkundige leert je zo goed mogelijk om te gaan met de longziekte door adviezen te geven over stoppen met roken, de juiste voeding, een goed gewicht en aangepast sporten. Ze legt verder uit hoe je inhalatiemedicijnen of extra zuurstof moet gebruiken. De longverpleegkundige mag geen medische handelingen uitvoeren. Ze zal je dus bijvoorbeeld niet lichamelijk onderzoeken. Wel mag ze onder bepaalde voorwaarden medicijnen voorschrijven. De longverpleegkundige kan ook in dienst zijn van een thuiszorgorganisatie. Ze geeft patiënten dan tijdens een huisbezoek advies en begeleiding.

5. De verpleegkundig specialist

Waar: in de huisartsenpraktijk of op de polikliniek Longziekten

De verpleegkundig specialist (voorheen: nurse practitioner) werkt op het grensgebied van de verpleegkunde en geneeskunde. Zij heeft minimaal twee jaar als verpleegkundige gewerkt, en daarna een extra opleiding gevolgd om zich te specialiseren in een bepaald gebied van de gezondheidszorg. Bijvoorbeeld: ‘chronische zorg bij somatische (lichamelijke) aandoeningen’.

De verpleegkundig specialist mag een aantal medische handelingen uitvoeren. Die zijn altijd goedgekeurd door de huisarts of longarts. De arts blijft namelijk eindverantwoordelijk voor de behandeling.

De verpleegkundig specialist mag lichamelijk onderzoek doen, uitslagen van onderzoek bespreken, een behandeling starten en medicijnen voorschrijven. Ook bespreekt ze hoe je met de longziekte om kunt gaan, hoe je een opvlamming van je ziekte herkent en wat je kunt doen om deze zo snel mogelijk de baas te worden.

6. De physician assistant (PA)

Waar: in de huisartsenpraktijk of op de polikliniek Longziekten

Net als de verpleegkundig specialist neemt de physician assistant (PA) taken over van de huisarts of longarts. Toch is er een belangrijk verschil: de PA verleent geen zorg maar heeft alleen medische taken. Zo mag de physician assistant lichamelijk onderzoek doen, zelfstandig diagnoses stellen en medicijnen voorschrijven. De PA die in de huisartsenpraktijk werkt, mag een patiënt ook verwijzen naar de longarts.

Niet elke physician assistant heeft precies dezelfde taken. Deze worden namelijk bepaald in overleg met de huisarts of longarts. Deze blijft ook eindverantwoordelijk voor de behandeling.

Zorg op maat

Als dat nodig is, krijg je zorg van verschillende zorgverleners. Bijvoorbeeld de huisarts, longarts, longverpleegkundige, diëtist en fysiotherapeut. Ze maken afspraken met elkaar over de zorg voor elke individuele patiënt. Die afspraken staan in een individueel zorgplan. In de behandeling werken de zorgverleners samen als een team. Zo krijg je zorg op maat, die ook wel ‘ketenzorg’ wordt genoemd.

Bron(nen):

    • Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland