GezondheidsNet.nl maakt gebruik van cookies: functioneel, om instellingen en voorkeuren te onthouden, voor beter en eenvoudiger navigeren en inloggen; analytisch, om bezoeken bij te houden en te bestuderen; voor commerciële doeleinden, om bij te houden hoe vaak bepaalde advertenties zijn getoond en geklikt; voor targeting doeleinden, om advertenties op uw interesses te kunnen aanpassen en zodat andere sites ook gerichte advertenties kunnen tonen. Door hiernaast op akkoord te klikken, of door gebruik te blijven maken van deze website gaat u hiermee akkoord. Lees voor meer informatie ons Cookiebeleid.

Akkoord
woensdag, 31 augustus 2016

AB-positief of misschien wel 0-negatief

Hoe zit dat met die bloedgroepen?

Uit een onderzoek in 2009 bleek dat de helft van de Nederlanders zijn eigen bloedgroep niet weet. Maar is dat erg? Is het kennen van je bloedgroep verplichte stof? Voordat we eventueel achterhalen welke bloedgroep we hebben, is het goed om eerst te weten welke bloedgroepen er zijn.

Bij de mens komen 16 verschillende erkende bloedgroepensystemen voor. De belangrijkste, en meest gebruikte, zijn het AB0- en the Rhesus bloedgroepsysteem.

Classificatie

Een bloedgroep is een classificatie van bloed. Deze classificatie wordt bepaald door de aanwezigheid van een bepaald molecuul (antigenen) op de buitenkant van het celmembraan van de rode bloedcellen.

Bloedgroepen zijn erfelijk en worden door beide ouders overgedragen.

AB0-bloedgroepsysteem

Ook het AB0-systeem baseert de bloedgroep op basis van de aanwezige antigenen. Iemand met bloedgroep A heeft antigeen A en antistof B en iemand met bloedgroep B heeft antigeen B en antistof A. Daarnaast bestaan ook nog bloedgroep AB (antigeen A en B en geen antistoffen) en 0 (geen antigenen en antistof A en B). 

De antistoffen zijn met name belangrijk bij bloedtransfusies. Iemand met bloedgroep A kan absoluut geen bloed ontvangen van iemand met bloedgroep B. De antistoffen zouden ervoor zorgen dat het bloed gaat samenklonteren.

Aangezien iemand met de bloedgroep AB geen antistoffen heeft, kan deze in noodgevallen van alle bloedgroepen (als er geen andere belemmeringen zijn) bloed ontvangen. Een persoon met bloedgroep 0 kan juist aan iedereen doneren door de afwezigheid van antigenen.

Over het algemeen worden in de praktijk echter alleen bloedtransfusies uitgevoerd met bloed van dezelfde bloedgroep.

Rhesus bloedgroepsysteem

De meeste mensen, 84 procent, zijn rhesus positief. Dit betekent dat het zogenaamde D-antigeen op de buitenkant van hun rode bloedcellen aanwezig is.

Bij de rhesus negatieve mensen is dit D-antigeen vanzelfsprekend afwezig. In principe hebben deze mensen ook geen antistoffen tegen de Rhesus D-factor, maar deze antistoffen kunnen wel ontstaan.

Als een rhesus negatief persoon in aanraking komt met positief bloed, door bijvoorbeeld een bloedtransfusie of een bevalling (positieve baby, negatieve moeder) dan worden de antistoffen aangemaakt.

Andere varianten

Er zijn tegenwoordig meer dan 200 bloedgroepen bekend, onderverdeeld in ieder geval 16 erkende bloedgroepsystemen. Van sommige systemen zijn nog altijd niet alle antigenen bekend.

Binnen deze verschillende andere bloedgroepen bestaan ook antistoffen. Sommige van deze antistoffen zijn normaal gesproken niet in het bloed aanwezig. Dit noemen we irregulaire antistoffen. Ze ontstaan na een bloedtransfusie, maar kunnen ook voorkomen na een eerdere zwangerschap. Soms is het onduidelijk waarom ze aanwezig zijn. 

In principe zijn deze antistoffen niet schadelijk, maar bij een bloedtransfusie of een zwangerschap is het wel belangrijke informatie. Vandaar dat iemand met irregulaire antistoffen ook altijd een bloedgroepenkaart krijgt.

Deze antistoffen worden vaak met letters weergegeven zoals c, C, e, E, s, S, maar soms ook met de namen van de mensen bij wie deze antistoffen het eerst zijn ontdekt zoals Duffy (Fy), Hofman, Hovekamp, Kell (K) of Kidd (Jk).

Noodzakelijke kennis?

In Nederland is 0+ de meest voorkomende en AB- de minst voorkomende bloedgroep. Het is niet noodzakelijk om je bloedgroep uit je hoofd te weten. In Westerse landen wordt voor iedere bloedtransfusie de bloedgroep van de patiënt bepaald en de bloedgroep van het donorbloed. Bovendien wordt altijd een kruisproef gedaan om uit te sluiten dat er een andere meer zeldzame reactie optreedt.

Bron(nen):