woensdag, 27 januari 2021

9 mythes over mammografie

Bevolkingsonderzoek borstkanker

Half in je blootje, met je borsten tussen twee platen geplet... Het is best begrijpelijk dat je tegen een mammogram opziet en misschien naar excuses zoekt waarom je niet hoeft te gaan. Voordat je besluit om het bevolkingsonderzoek borstkanker over te slaan, bespreken we negen mythes over mammografie. Zo kun je een goede afweging maken.

Als je tussen de 50 en 75 jaar bent, ontvang je elke twee jaar een uitnodiging voor het bevolkingsonderzoek borstkanker. Voor dit onderzoek maakt een laborant met een speciaal apparaat een röntgenfoto van de borsten: een mammogram. Hierbij worden je borsten platgedrukt tussen twee platen van plexiglas.

Ook als je afwijkingen aan je borsten opmerkt, zoals een knobbeltje, kan je huisarts je adviseren een mammogram te laten maken.

1. Borstkanker komt toch niet in mijn familie voor

Als er borstkanker in je familie voorkomt, is het risico dat jij ook borstkanker krijgt inderdaad groter. Zeker als je zus of moeder borstkanker heeft of heeft gehad. Dat wil niet zeggen dat je geen borstkanker kunt krijgen als het niet in je familie voorkomt. Ongeveer één op de zeven vrouwen in Nederland krijgt borstkanker. In 5 tot 10 procent van de patiënten gaat het om een erfelijke vorm.

2. Ik houd mijn borsten zelf goed in de gaten

Het is goed om te weten hoe je borsten eruitzien en aanvoelen, zodat je eventuele veranderingen kunt opmerken. Bijvoorbeeld een knobbeltje, schilfering, sinds kort ingetrokken tepel of vocht uit de tepel of een rode, warm aanvoelende huid. Zelf je borsten onderzoeken kan het bevolkingsonderzoek alleen niet vervangen. Uit onderzoek is gebleken dat kanker niet eerder ontdekt wordt bij vrouwen die hun borsten regelmatig controleren. Ook leidt het niet tot minder sterfte. Met het bevolkingonderzoek kan wel vroeger ontdekt worden of je borstkanker hebt.

3. Ik vind het onderzoek te duur

Deelname aan het bevolkingsonderzoek is gratis. Is er vervolgonderzoek nodig of laat je op eigen initiatief borstfoto’s maken? Dat valt allebei niet onder het bevolkingsonderzoek. Afhankelijk van de hoogte van je eigen risico en hoeveel zorg je al verbruikt hebt, moet je dan een deel van de kosten zelf betalen. Heb je daar vragen over, dan kun je terecht bij je zorgverzekeraar.

4. Het kost zoveel tijd

Het nemen van de röntgenfoto’s neemt maar een minuut of vijf in beslag. Je bezoek aan het onderzoekscentrum duurt in totaal ongeveer 20 minuten. Komt het tijdstip dat in de uitnodiging staat je niet goed uit, dan kun je een andere afspraak plannen. Het onderzoek vindt plaats in een mobiel onderzoekscentrum, daardoor is het altijd bij je in de buurt.

5. Het doet zo'n pijn

Voor een goede röntgenfoto is het nodig om de borst tussen twee plexiglasplaten samen te drukken en dat kan pijnlijk zijn. Het duurt gelukkig maar kort en het is niet schadelijk. Ben je bang dat het veel pijn gaat doen, dan kun je eventueel van tevoren een pijnstiller als paracetamol of ibuprofen innemen. Dat haalt de scherpe randjes ervan af. Vind je het toch erg veel pijn doen, geef dat dan aan bij de laborant. Ook de dagen na de mammografie kun je nog gevoelige borsten hebben.

Wetenschappers doen wel onderzoek naar minder vervelende methoden, zoals een ademtest en Pammografie, een techniek waarbij met lichtpulsen tumoren worden opgespoord. Het is voorlopig nog niet duidelijk of deze screeningsmethoden betrouwbaar genoeg en bruikbaar zijn voor het bevolkingsonderzoek borstkanker. Daarnaast maakt het AMC gebruikt van aandrukplaten met een sensor die berekent hoeveel kracht er precies nodig is. Met deze mammografie-op-maat worden de borsten niet meer samendrukt dan echt nodig is.

6. Röntgenstraling is gevaarlijk

Je staat continu bloot aan een beetje straling, afkomstig uit het heelal, de bodem, bouwmaterialen en voeding. Door vliegreizen, internetten en bellen met je telefoon krijg je ook met straling te maken. Een grote dosis straling kan het risico op kanker verhogen. Bij het maken van röntgenfoto’s gebruiken radiologen een zo laag mogelijke dosis straling, zodat de kans op schade te verwaarlozen is.

7. Ik ben gezond

Het bevolkingsonderzoek is juist bedoeld om borstkanker in een vroeg stadium op te sporen, zodat de kans op genezing het grootst is. Er kan kanker ontdekt worden terwijl je nog nergens last van hebt. Dat je fit bent en geen afwijkingen aan je borsten ziet of voelt, geeft geen garantie dat je geen borstkanker hebt.

8. De uitslag geeft niet altijd zekerheid

Een röntgenfoto is een momentopname. Het is mogelijk dat er niets te zien is op het mammogram en er later toch borstkanker geconstateerd wordt. Bij ongeveer twee op de 1.000 gescreende vrouwen wordt in de twee jaar tussen de bevolkingsonderzoeken toch borstkanker ontdekt. Bovendien wordt één op de drie gevallen van borstkanker niet gevonden tijdens het bevolkingsonderzoek. Je kunt dus onterecht gerustgesteld worden door een negatieve uitslag.

Soms wordt er een afwijking gevonden bij het bevolkingsonderzoek, maar blijkt uit vervolgonderzoek dat deze afwijking geen kanker is. Dit gebeurt bij 14 op de 20 vrouwen die doorverwezen zijn voor nader onderzoek. In dat geval heb je je in de tussentijd voor niets zorgen gemaakt.

9. Ik heb een borstprothese

Dat is geen probleem. De kans dat een inwendige prothese kapot gaat door het samendrukken van de borsten is heel klein. Geef bij de laborant aan dat je een borstimplantaat hebt en hoeveel druk je aandurft.

Prothesen laten geen röntgenstraling door, waardoor een deel van het borstweefsel soms niet te zien is op het mammogram. Bij een kleine groep vrouwen zijn de röntgenfoto’s daardoor niet goed te beoordelen. Is dat bij jou het geval, dan staat dat in je uitslag.

Bron(nen):