zaterdag, 19 oktober 2019

Diarree door darmparasieten

Buikklachten dankzij een ongenode gast

Diarree, buikpijn, misselijkheid. Bij deze klachten denken we vaak al snel aan een buikvirusje, allergische reactie of voedselvergiftiging. Darmparasieten kunnen echter ook klachten veroorzaken. En deze zijn helemaal niet zo zeldzaam als je zou denken.

Een darmparasiet doet meestal niet veel meer dan voedsel en bacteriën uit de darm opnemen. Een parasiet heeft namelijk een gastheer, mens of dier, nodig om te overleven en gebruikt dus de darminhoud om te leven en zich te vermenigvuldigen. De meeste mensen merken niets van de aanwezigheid van de ongenode gast. Daarbij zijn er ook tal van onschadelijke parasieten. Soms binden de parasieten zich echter aan het darmslijmvlies en veroorzaken ontstekingsreacties. Door irritatie en zwelling van het slijmvlies zet de buik op en ontstaan pijn en diarree.

Infectie met een parasiet is meestal te herkennen aan de wisselende structuur van de ontlasting. Wanneer om de vier tot tien dagen normale ontlasting wordt afgewisseld met een dunnere substantie kan het zijn dat je een parasiet in je darmen hebt. Naast buikklachten en diarree, kunnen ook misselijkheid, eczeem of huidklachten en vermoeidheid optreden.

Er zijn drie veelvoorkomende darmparasieten die tot klachten kunnen leiden: Dientamoeba fragilis, Blastocystis spp en Giardia lamblia. Met behulp van ontlastingsonderzoek kan de aanwezigheid van een van deze parasieten worden aangetoond. Vaak wordt hierbij de triple-feces-test gebruikt. Voor deze test moet je gedurende drie dagen een beetje ontlasting verzamelen. Het aantal cysten (ingekapselde parasieten die buiten het lichaam (langer) kunnen overleven) en parasieten wisselt namelijk per dag. Tegenwoordig bestaan er ook testen waarbij een ontlastingsmonster voldoende is.

Dientamoeba fragilis

De Dientamoeba fragilis is de meest voorkomende schadelijke dikke darmparasiet. Toch krijgen de meeste mensen met deze parasiet, zo'n 70 procent, geen klachten. Waarom de een wel klachten krijgt en de anderen niet, is onduidelijk. Ook hoe besmetting met Dientamoeba fragilis ontstaat en hoe hij wordt overgedragen kunnen wetenschappers nog niet met zekerheid zeggen.

Kinderen die besmet zijn hebben vaak last van diarree of dunne ontlasting, buikpijn en soms huidklachten. Bij volwassenen ontstaat ook vaak verstopping. Ook worden vermoeidheidsklachten regelmatig genoemd bij Dientamoeba fragilis. Winderigheid komt ook veel voor. Er zijn aanwijzingen dat er een verband bestaat tussen deze dikke darmparasiet en aarsmaden.

Een infectie met Dientamoeba fragilis is lastig te behandelen, maar vaak is behandeling ook niet noodzakelijk. Bij ernstige klachten schrijven artsen soms het antibioticum metronidazol voor. In uitzonderingsgevallen wordt het parasietdodende middel clioquinol gebruikt.

Blastocystis spp

Miljoenen Nederlanders dragen de darmparasiet Blastocystis spp (voorheen Blastocystis hominis genoemd) bij zich, maar de meeste mensen zullen dit nooit weten. Over het algemeen geeft de aanwezigheid van de Blastocystis spp in de dikke darm geen klachten. Toch zijn er aanwijzingen dat deze parasiet bij sommige mensen leidt tot een opgezette buik, winderigheid, buikpijn en soms diarree en misselijkheid. Waarom de besmetting ontstaat is niet helemaal duidelijk. Mogelijk dragen goede hygiënische omstandigheden bij aan voorkomen.

Over het algemeen wordt besmetting met de Blastocystis spp niet behandeld. Als de darmklachten aanhouden en deze kunnen niet worden verklaard, kiest een arts soms toch voor behandeling met het antibioticum metronidazol. De werkzaamheid van dit middel bij deze parasiet is echter beperkt. De Blastocystis spp en de Dientamoeba fragilis worden ook regelmatig in elkaars gezelschap aangetroffen.

Giardia lamblia

Ook de Giardia lamblia is een parasiet die bij infectie kan leiden tot darmklachten. In tegenstelling tot de Dientamoeba en de Blastocystis huist de Giardia lamblia vooral in de dunne darm. De parasiet hecht zich aan de darmwand, waardoor deze beschadigt en diarree en darmklachten ontstaan.

Infectie met Giardia lamblia komt op elke leeftijd voor, maar vooral bij kinderen tussen de 5 en 14 jaar. In Nederland zien we in de maanden augustus, september en oktober veel gevallen van giardiasis. In een enkel geval leidt besmetting tot ernstige of zelfs chronische klachten. Als voedingsstoffen niet meer goed worden opgenomen, kun je last krijgen van gewichtsverlies. Bij jonge kinderen heeft dit vaak een groeiachterstand tot gevolg.

Besmetting vindt meestal plaats door contact met ontlasting waarin de cysten van de parasiet zitten. Giardia lamblia zelf kan buiten de gastheer niet overleven, maar de cysten kunnen dit wel.  Dit kan zijn via besmet voedsel, besmet water (zwemmen of drinken) of rechtstreeks contact met ontlasting van een besmet persoon. Een goede hygiëne is dan ook erg belangrijk. Giardia lamblia komt niet alleen bij mensen, maar ook bij dieren als katten, honden, schapen, muizen en kalveren voor.

Een Giardia lamblia-infectie wordt over het algemeen wel behandeld, vooral ook om besmetting van familieleden te voorkomen. Meestal schrijft de huisarts een antibioticum voor, waardoor de parasiet gedood wordt. Twee tot drie weken na de behandeling moet de ontlasting weer gecontroleerd worden. Voor de diarree moeten soms ook maatregelen getroffen worden.

Hygiëne

De meeste besmettingen met parasieten treden niet op tijdens het reizen in ontwikkelingslanden. Een parasiet heb je namelijk ook hier zo opgelopen. Via het toilet, de kraan of de deurknop bijvoorbeeld. Of door besmet voedsel of water. Een baby kan tijdens de bevalling ook al besmet worden door de ontlasting van de moeder. Vrienden, familieleden, collega's ze kunnen je allemaal besmetten.

Toch is het niet nodig om smetvrees te ontwikkelen. Een goede hygiëne is hier in Nederland afdoende: was je handen dus altijd na toiletgebruik of voor het eten. Op reis is het soms raadzaam om wat voorzichtiger te zijn.

Bron(nen):