donderdag, 14 november 2019

Complementaire arts werkt goedkoper

TILBURG - Huisartsen die zich na hun reguliere opleiding hebben geschoold in complementaire geneeswijzen werken veel goedkoper dan hun collega's die dat niet deden. Dat blijkt uit onderzoek van de Tilburgse hoogleraar Gezondheidseconomie Peter Kooreman en de Leidse lector Erik Baars.

Ongeveer 4 procent van de Nederlandse huisartsen heeft na de reguliere artsenopleiding een erkende opleiding voltooid in aanvullende geneeswijzen op het gebied van antroposofie, homeopathie of acupunctuur.

De onderzoekers vergeleken de zorgkosten van patiënten van een complementair werkende huisarts met die van een reguliere huisarts. Kent een huisarts ook complementaire geneeswijzen, dan zijn de zorgkosten ongeveer 15 procent lager.

Dit komt zowel door minder medicijnen als minder ziekenhuisopnames. Bij patiënten van 75 jaar en ouder met een antroposofische huisarts loopt de kostenbesparing zelfs op tot ongeveer 25 procent.

Zelfherstellend vermogen
Volgens de onderzoekers worden de verschillen veroorzaakt door ander gedrag van zowel patiënt als arts. Patiënten met een voorkeur voor weinig medische interventies kiezen mogelijk eerder voor een complementair werkende arts.

Tegelijkertijd zijn complementair werkende artsen minder gericht op symptoombestrijding en meer op het aanspreken van het zelfherstellend vermogen van patiënten. Dat gaat gepaard met terughoudendheid in het voorschrijven van relatief dure reguliere medicijnen, tests en operaties.

De onderzoekers vinden geen aanwijzingen dat de patiënten van een complementair werkende arts onvoldoende zorg krijgen. Hun patiënten hebben zelfs een iets hogere levensverwachting dan patiënten van reguliere huisartsen, ook wanneer wordt gecorrigeerd voor verschillen in sociaal-economische status.