dinsdag, 27 oktober 2020

Medicijnen en rijvaardigheid: dit moet je weten

Mag je autorijden als je bepaalde medicijnen gebruikt?

We weten allemaal dat je niet mag autorijden als je alcohol gedronken hebt. Over medicijngebruik in het verkeer weten we veel minder, terwijl het net zo gevaarlijk en ook strafbaar is.

Verschillende onderzoeken in binnen- en buitenland hebben de schadelijke werking van geneesmiddelen in het verkeer aangetoond. In 2006 vielen er in Nederland bijvoorbeeld 70 doden in het verkeer door medicijnen die het reactievermogen verminderden. Nog eens 1.600 belandden erdoor in het ziekenhuis.

Het rijden onder invloed van medicijnen is ook wettelijk strafbaar. In de Wegenverkeerswet (artikel 8.1) staat dit als volgt omschreven:

‘Het is een ieder verboden een voertuig te besturen of als bestuurder te doen besturen, terwijl hij verkeert onder zodanige invloed van een stof, waarvan hij weet of redelijkerwijs moet weten, dat het gebruik daarvan – al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof – de rijvaardigheid kan verminderen, dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moet worden geacht.’

Hierover is de wegenverkeerswet duidelijk: je mag niet rijden onder invloed van medicijnen die de rijvaardigheid negatief beïnvloeden. Maar hier houdt de duidelijkheid dan ook op, want in tegenstelling tot alcohol, waar duidelijke regels voor bestaan, is de invloed van medicijnen heel ruim op te vatten. Wat zijn de verschijnselen? En hoeveel moet je ervan innemen om effecten te merken? Dit soort vragen komen al snel naar boven als je gewaarschuwd wordt voor medicijnen die een negatieve invloed hebben op de rijvaardigheid.

Noodzaak

Het grootste probleem bij medicijngebruik zit hem in de noodzaak ervan. In tegenstelling tot het genotsmiddel alcohol neem je medicijnen alleen in als dit echt noodzakelijk is, medicijnmisbruik buiten beschouwing gelaten. Ook is in het geval van een ongeluk veel moeilijker te bewijzen dat medicijnen een rol hebben gespeeld bij het ongeluk. Naar schatting gebruikt een op de tien automobilisten een geneesmiddel dat de rijvaardigheid beïnvloedt. Toch veranderen zij het rijgedrag niet, vooral omdat de auto zo’n belangrijke rol speelt in het dagelijks leven.

Zo herken je de medicijnen

Medicijnen die de rijvaardigheid beïnvloeden, veroorzaken sufheid, duizeligheid, verminderd gezichtsvermogen en verlagen je reactietijd. Ze zijn te herkennen aan een gele sticker op het doosje, met daarop een waarschuwing dat het geneesmiddel het reactievermogen beïnvloedt. Vroeger was dit een stuk duidelijker: toen zat er een rode sticker op het doosje met de boodschap ‘Bij gebruik geen voertuig besturen!’ De gele sticker geeft niet aan hoe groot de invloed is en zorgt dus voor onduidelijkheid. Mede hierdoor negeren veel mensen de sticker. Onderschatting van de risico’s speelt hier ook een belangrijke rol. Je bent namelijk pas strafbaar als je niet meer normaal kunt rijden en kunt weten dat dit door het medicijn komt.

Artsen en apothekers weten wel hoeveel invloed een geneesmiddel heeft. Volgens de wet moeten zij hun patiënten hierover informeren. Doen zij dit niet, dan blijven zij in gebreke. Na het geven van de informatie is het de verantwoordelijkheid van de patiënt om dit wel of niet in acht te nemen.

Richtlijnen

Geneesmiddelen zijn in categorieën ingedeeld om de effecten ervan te omschrijven. Hierbij wordt het geneesmiddel vergeleken met alcoholpromillages in het bloed. In de bijsluiter van een geneesmiddel kun je lezen onder welke categorie je geneesmiddel valt. Hieronder een overzicht van de categorieën met het daarbij geldende advies.

Categorie I: geen of weinig negatieve invloed

Bestuur geen auto als je last hebt van bijwerkingen zoals sufheid, duizeligheid en slecht zien. Medicijnen in deze categorie komen overeen met een bloedalcoholgehalte van maximaal 0,5 promille (twee glazen).

Categorie II: licht tot matig negatieve invloed

Wacht een aantal dagen met autorijden tot je gewend bent aan het medicijn en de effecten ervan afzwakken. Informeer bij je arts hoelang deze gewenningsperiode is. Medicijnen in deze categorie komen overeen met een bloedalcoholgehalte van 0,5 tot 0,8 promille (twee tot vier glazen).

Categorie III: ernstige of potentieel gevaarlijke invloed

Je wordt aanbevolen om niet te rijden zolang je geneesmiddelen uit categorie III gebruikt. Wel kunnen de effecten na enkele weken verglijkbaar worden met een categorie I-medicijn, maar zelfs dan moet je goed letten op de bijwerkingen. Medicijnen in deze categorie komen overeen met een bloedalcoholgehalte van meer dan 0,8 promille (meer dan vier glazen).

Gebruik je medicijnen uit de zwaarste categorie en moet je na je 70ste gekeurd worden voor een nieuw rijbewijs? Dan krijg je die niet. Je zult dan moeten kiezen tussen het medicijn of autorijden. Eventueel kun je een alternatief medicijn aanvragen dat minder zwaar is.

Heb je vragen over medicijnen en rijvaardigheid? Stel deze dan aan je arts of kijk op de website van Rijveiligmetmedicijnen.nl of het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen.

Bronnen: TPO De Praktijk, Rijveiligmetmedicijnen.nl & CBR