maandag, 16 september 2019

Past dit medicijn (nog) bij mij?

Op latere leeftijd heb je eerder, vaker en meer last van bijwerkingen

Het lichaam reageert anders op medicijnen als je ouder wordt. En er zijn meer redenen om zelf in de gaten te houden of je wel echt baat hebt bij een middel.

Stel, je slikt al jaren hetzelfde medicijn – en ineens krijg je last van bijwerkingen. Dat klinkt vreemd, maar toch is het niet zo raar. Met het ouder worden reageert het lichaam vaak anders op medicijnen. Doordat de hoeveelheid vocht in het lichaam in de loop van de jaren afneemt, kunnen geneesmiddelen die in water oplossen ‘sterker’ werken. Ook worden de hersenen gevoeliger voor het effect van bepaalde medicatie. Daardoor word je bijvoorbeeld eerder licht in je hoofd door een middel. Wanneer de nieren een verminderde werking hebben, kan het langer duren voordat medicijnen uit je lichaam zijn verdwenen. En als je verschillende middelen slikt, kunnen die elkaar versterken, verzwakken of op een andere manier beïnvloeden. Dat geldt trouwens ook voor middeltjes die je zonder recept bij de drogist koopt, zoals pijnstillers of sint-janskruid.

Het gevolg: met het stijgen van de leeftijd heb je eerder, vaker en meer last van bijwerkingen. Bijvoorbeeld van sufheid, duizeligheid en verwardheid. Het risico op valpartijen wordt daardoor groter.

Studies en standaarden

Geneesmiddelen worden voornamelijk getest op jonge, gezonde proefpersonen. Eigenlijk zou ook moeten worden onderzocht hoe medicijnen bij oudere patiënten werken. Maar zo’n onderzoek is duur en ingewikkeld. Wie als proefpersoon aan geneesmiddelenonderzoek meedoet, moet bijvoorbeeld een tijdlang een paar uur per week naar het ziekenhuis, mag geen andere middelen slikken, of mag niet aan bepaalde aandoeningen lijden. In de praktijk doen juist oudere patiënten (die de meeste medicijnen gebruiken) onvoldoende mee aan studies waar de veiligheid en werkzaamheid van medicijnen worden onderzocht.

Het wetenschappelijk onderzoek naar medicijnen wordt vertaald in richtlijnen. Daarin staat onder andere welke geneesmiddelen artsen moeten voorschrijven bij bepaalde ziektes. En in welke dosering. Maar ook voor de richtlijnen geldt: ze zijn slecht onderbouwd
voor het oudere lichaam. Een standaarddosering kan, door lichamelijke veranderingen, bij iemand van 85 jaar heel anders uitpakken dan bij een patiënt van 50.

Hogere bloeddruk soms beter

Daar komt bij dat ook de streefwaarden (voor bijvoorbeeld een gezonde bloeddruk of een gezond cholesterolgehalte) op latere leeftijd veranderen. Hoe lager, hoe beter, denken de meeste mensen over dit soort waarden. "Maar dat klopt niet", zegt Rob van Marum, klinisch geriater in het Jeroen Bosch Ziekenhuis in Breda en bijzonder hoogleraar farmacotherapie bij ouderen in het VUmc in Amsterdam. “Een ‘normale’ bloeddruk van 120/80 kan voor een 80-plus patiënt te laag zijn en ervoor zorgen dat iemand sneller duizelig wordt en valt. Vandaar dat voor deze groep een bloeddruk van 160/100 wel zo veilig is.” Maar een hoge bloeddruk is toch ongezond?, hoort Van Marum vaak.  “Dat hangt er helemaal van af”, nuanceert hij. “Een bloeddruk van bijvoorbeeld 220/120 is inderdaad gevaarlijk hoog, maar die zie je niet vaak. Meestal schrijven we medicijnen voor als een patiënt licht afwijkende bloeddrukwaarden of cholesterolwaarden heeft, om daarmee op de lange termijn – over tien of twintig jaar – het risico op hart- en vaatziekten te verkleinen. Maar als je maximaal nog een paar jaar in het verschiet hebt, doen dit soort middelen door de bijwerkingen vaak meer kwaad dan goed.”

Het is niet verstandig om ‘zomaar’ te stoppen met allerlei geneesmiddelen als je wat ouder bent, benadrukt Van Marum. “Maar het zou goed zijn als we wat kritischer worden over medicijngebruik. En de voor- en nadelen beter tegen elkaar afwegen. Dat geldt voor artsen én patiënten. Ik zie mensen met uitgezaaide kanker en met een levensverwachting van maximaal een jaar die nog cholesterolverlagers slikken. Ze hebben daar in die fase helemaal geen baat meer bij.”

Betere keuzes

De oplossing ligt volgens Rob van Marum in meer maatwerk. Daarbij draait het om de vraag: is dit medicijn een goed idee voor mij? Een belangrijke eerste stap is betere voorlichting door artsen, vindt hij. Want alleen wanneer je als patiënt goed geïnformeerd bent, kun je ook goed afwegen of je een medicijn wilt gebruiken of niet. Van Marum: “Stel: iemand krijgt een TIA – een tijdelijke beroerte – en de neuroloog schrijft een dagelijks aspirientje voor. Aspirine verlaagt de kans op een nieuwe beroerte met een paar procent, maar vergroot de kans op onder andere een maagbloeding. Patiënt en arts moeten in goed overleg bepalen wat zwaarder weegt.”

Gebruik je vijf of meer verschillende medicijnen, dan is het verstandig om nut en noodzaak daarvan regelmatig door te nemen met je huisarts, aldus Van Marum. “Of vraag de apotheek jaarlijks om een adviesgesprek over je medicatie. Neem in alle rust door welke middelen je gebruikt. Zijn die allemaal nog nodig? Kan de dosering en toediening eventueel beter? Zo nodig overlegt de apotheker daar ook over met de huisarts.”

Wat moet je extra in de gaten houden bij deze medicijnen?

Middelen tegen hoge bloeddruk

Door bloeddrukverlagers kan de bloeddruk te laag worden. Het grootste gevaar daarvan is duizeligheid, met valpartijen als gevolg. Goed om te weten: de algemene streefwaarden voor een gezonde bloeddruk (120/80) zijn te streng voor 80-plussers. Rob van Marum, klinisch geriater in het Jeroen Bosch Ziekenhuis in Breda: “Voor patiënten ouder dan 80 jaar is een bloeddruk van 160/100 veiliger.”

Dit kun je doen: laat je bloeddruk periodiek controleren. Overleg met de huisarts hoe vaak controle verstandig is. Heb je last van duizeligheid of andere bijwerkingen? Kaart dit meteen aan. Denk niet: het hoort erbij.

Cholesterol-verlagers

Een sterke verlaging van het cholesterol is niet altijd beter bij oudere patiënten. Of het wel of niet beter is, hangt af van de reden dat de cholesterolverlager is voorgeschreven. Daarnaast veroorzaken cholesterolverlagers soms duizeligheid, spierpijn en een moe gevoel in de benen, met valgevaar tot gevolg.

Dit kun je doen: meld eventuele bijwerkingen direct bij de huisarts en bespreek ze. Door lichamelijke veranderingen bij het ouder worden, kunnen bijwerkingen ook pas ontstaan als je de middelen al jarenlang zonder klachten gebruikt.

Middelen tegen diabetes

Een te strenge ‘instelling’ op de medicatie geeft veel problemen bij oudere patiënten. Bijvoorbeeld in de vorm van meer ‘hypo’s’: dipjes in de bloedsuiker waardoor je je akelig voelt, gaat trillen, moe wordt of duizelig kunt worden. Als je ouder bent, herstel je bovendien langzamer van een hypo dan jongeren. De invloed van een hypo op de kwaliteit van leven is daardoor groot.

Dit kun je doen: bespreek met je arts welke bloedsuikerwaarde in jouw situatie acceptabel is. Voor sommige 80-plussers ligt die eerder in de richting van een bloedsuiker van 9 of 10 mmol/l dan de ‘normale’ 4 of 5 mmol/l. Het gaat erom de waarde te vinden waar je je zo goed mogelijk bij voelt. Een wat hogere waarde maakt voor de levensverwachting niets uit.

Pijnstillers

Eigenlijk is alleen paracetamol echt veilig. Alle andere pijnstillende middelen veroorzaken met name bij oudere patiënten vaak vervelende bijwerkingen. Het gaat daarbij om ontstekingsremmende pijnstillers (NSAID’s, zoals ibuprofen) en opiaten (zoals tramadol en morfine). NSAID’s vergroten de kans op maagbloedingen en nierproblemen. Ook kunnen ze klachten van patiënten met hartfalen verergeren. Opiaten kunnen een delier veroorzaken: een nare, tijdelijke verwardheid. Ook veroorzaken opiaten vaak verstopping (obstipatie).

Dit kun je doen: slik je NSAID’s, gebruik er dan altijd een middel bij dat de maag beschermt. Krijg je een pijnstiller uit de familie van opiaten voorgeschreven, vraag daar dan een laxeermiddel bij.

Antidepressiva

Alle middelen die de geestestoestand beïnvloeden (‘psychofarmaca’) kunnen voor oudere patiënten gevaarlijke bijwerkingen hebben. Denk aan sufheid, een verhoogde kans op vallen, hartritmestoornissen of zelfs een beroerte.

Dit kun je doen: bespreek ieder half jaar met de huisarts of het nodig is om door te gaan met het gebruik van de medicijnen. Stop nooit abrupt met dit soort middelen, maar bouw ze geleidelijk af en doe dit altijd in overleg met de arts.

Ziek door medicijnen

Jaarlijks belanden zo’n 48.000 65-plussers op de Eerste Hulp van een ziekenhuis als gevolg van een probleem met hun medicijnen. De meesten komen op de Eerste Hulp terecht omdat ze zijn gevallen (bijvoorbeeld door sufheid of duizeligheid). Ook problemen met de nieren en bloedingen komen veel voor. Hoe ouder de patiënt, hoe vaker het fout gaat. Drie keer zoveel 65-plussers als 65-minners worden in het ziekenhuis opgenomen in verband met geneesmiddelengebruik. De helft van deze opnames was te vermijden geweest als de medicijnen juist waren ingenomen en er tijdig zou zijn ingegrepen, aldus onderzoeksinstituut Nivel.

Nieuw middel? 7 praktische tips

  • Bespreek met je arts of het echt nodig en zinvol is om het medicijn te gaan gebruiken. Laat je goed voorlichten over de mogelijke gezondheidswinst. Zet de voordelen af tegen de eventuele bijwerkingen en nadelen.
  • Vraag aan de arts of apotheker waar je bij het gebruik op moet letten en wanneer je aan de bel moet trekken.
  • Vraag of het nodig is om voorafgaand aan het gebruik je nierfunctie te laten testen.
  • Spreek met de arts af dat je een middel bijvoorbeeld een paar weken probeert, en dat je daarna overlegt hoe het is bevallen en welke eventuele bijwerkingen je hebt.
  • Vraag dus niet ‘zomaar’ om een herhaalrecept.
  • Meld bij het afhalen van medicatie in de apotheek altijd welke receptloze middelen je gebruikt, bijvoorbeeld ontstekingsremmende pijnstillers (zoals ibuprofen) of sint-janskruid van de drogist.
  • Heb je bepaalde klachten die het gevolg kunnen zijn van een geneesmiddel? Controleer dit dan bij de apotheker. Deze kan zo nodig in overleg met de huisarts voor een alternatief zorgen.
  • Krijg je een medicijn dat nog maar net op de markt is? Vraag aan je arts of er al ervaring is met patiënten van jouw leeftijd.

Dit artikel is eerder verschenen in Plus Magazine juni 2018. Nog geen abonnee van Plus Magazine? Abonnee worden doet u in een handomdraai!

Bron(nen):