zaterdag, 15 augustus 2020

Granaatappel: pitjes vol polyfenolen

Een supergezonde vrucht

De oude Egyptenaren dachten dat granaatappelsap een levenselixer was wat je onsterfelijk maakt. Helaas zul je niet eeuwig jong blijven door het drinken van hun rode sap, maar granaatappels hebben wel allerlei gezonde eigenschappen. Waarom wordt het wel een superfruit genoemd?

Granaatappelbomen groeien rond de Middellandse Zee, in het Midden-Oosten en andere subtropische gebieden. De vruchten zijn ongeveer zo groot als een grapefruit en hebben een leerachtige bruine, rode of oranje schil met een kroontje. Binnenin zitten rozerode vruchtjes, omgeven door witte vliezen.

Polyfenolen

Granaatappels bevatten veel kalium en vitamine C. Bovendien bevatten ze nog meer polyfenolen dan rode wijn en groene thee. Polyfenolen zijn krachtige antioxidanten. De vrucht krijgt dan ook allerlei gezondheidsvoordelen toegedicht. Zo zouden de rode pitjes ontstekingen remmen, de bloeddruk verlagen, zorgen voor een mooie huid, overgangskwalen verminderen en erectieproblemen voorkomen. Ook wordt er een preventieve werking tegen kanker en hart- en vaatziekten toegeschreven aan de granaatappel.

Granaatappels zijn in de herfst en winter verkrijgbaar bij de groenteboer en goed gesorteerde supermarkten. Kies exemplaren die zwaar aanvoelen en een gladde schil hebben. Verse granaatappels worden rijp geoogst dus je kunt ze meteen eten. In de koelkast blijven ze zeker een week goed.

Hoe eten?

Om granaatappelsap te maken, halveer je de granaatappel. Daarna pers je hem voorzicht uit zoals een sinaasappel. Zeef vervolgens eventueel het sap. Zorg ervoor dat je geen sap op je kleding krijgt, de rode vlekken gaan er haast niet meer uit.

Wil je de pitjes gebruiken, dan zijn er verschillende methoden om deze uit de appel te halen. De vrucht opensnijden en de pitjes eruit peuteren is een optie, maar gelukkig kan het ook makkelijker. Snijd de schil rondom een stukje in over de 'buik' van de vrucht, daarna kun je de granaatappel voorzichtig met je vingers in twee helften breken.

Houd een helft met de snijkant naar beneden in je handpalm, boven een kom. Tik vervolgens met bijvoorbeeld een houten pollepel op de vrucht, zodat de pitjes eruit vallen. Of snijd de granaatappel van boven naar beneden in kwarten, buig de partjes schil naar buiten en laat de pitjes eruit vallen. De witte vliezen die tussen de pitjes zitten, zijn niet lekker.

Granaatappel smaakt zoetzuur en fris. Je kunt ze los eten, maar de rozerode pitjes geven ook een vrolijk kleuraccent aan gerechten. Ze smaken lekker in (fruit)salades, couscous, Oosterse gerechten, bij yoghurt en andere toetjes en je kunt er ook ijs van maken.