donderdag, 5 december 2019

Zo klopt het hart

De werking uitgelegd

Het hart is de belangrijkste spier van ons lichaam. Ons hele leven lang pompt hij het bloed naar de organen die het nodig hebben. Maar hoe doet hij dit precies?

Je hart ligt in je borstholte, midden achter het borstbeen en is ongeveer zo groot als je vuist. Hij ligt 'verpakt' in een hartzakje (pericard) dat hem beschermt.

Hart gespecialiseerd orgaan

Het hart is een zeer gespecialiseerd orgaan. Het bestaat uit een linker- en een rechterkant, gescheiden door een tussenschot. Beide kanten hebben een boezem (atrium, bovenin) en een kamer (ventrikel, onderin). De boezems zijn van de kamers gescheiden door hartkleppen.

Bloed rondpompen

Om alle organen van zuurstof te kunnen voorzien, moet het hart zo'n vijf tot zes liter bloed rondpompen. Bij elke slag verzamelt het bloed zich in de boezems. Wanneer de boezems zijn volgelopen, stroomt het bloed naar de kamers. Zij pompen het bloed vervolgens door het hele lichaam.

Tussen elke stap sluiten de verschillende kleppen van het hart. Zo kan het bloed vanuit de kamers niet terug in de boezems lopen. Ook kan het bloed niet vanuit de slagaderen terug in de kamers stromen. Het dichtvallen van de kleppen is het 'kloppen' van het hart dat je kunt horen (de harttonen).

Zuurstofrijk en -arm bloed

Dat het hart uit een linker- en een rechterhelft bestaat, is niet zonder reden. Er is namelijk een verschil in zuurstofrijk en zuurstofarm bloed. Het bloed waar de organen al zuurstof uitgehaald hebben, verzamelt zich in de rechter boezem.

Van daaruit gaat het naar de rechter kamer, die het vervolgens naar de longen pompt. Hier haalt het bloed weer nieuwe zuurstof op en gaat het via de linker boezem naar de linker kamer.

Deze pompt het vervolgens via de slagaderen hele lichaam door, zodat de organen weer zuurstof krijgen. De aderen brengen het zuurstofarme bloed weer terug naar de rechter boezem. Het proces begint weer van voren af aan.

Het samentrekken van de kamers noemen we systole. Na de systole volgt een rustfase, de diastole. In deze fase vullen de boezems zich met bloed. Ook kunnen de spiercellen zich klaarmaken voor de volgende systole.

De linker kamer van het hart moet het bloed door het hele lichaam pompen. Dit is veel zwaarder dan de taak van de rechter kamer. Deze hoeft het alleen naar de longen te pompen. Daarom is de linkerkant van het hart veel gespierder dan de rechterkant. Om te zorgen dat het hart blijft pompen, heeft het een soort natuurlijke pacemaker. Speciale cellen in de hartspier geven 'stroomstootjes' af. Hierdoor trekken eerst de boezems samen.

Hartslag

Normaal gesproken slaat het hart bij volwassenen in rust ongeveer 60 tot 100 keer per minuut. Een getraind hart (sporthart) maakt in rust veel minder slagen. Dit hart is namelijk gespierder en heeft minder slagen nodig om dezelfde hoeveelheid bloed rond te pompen.

Bij inspanning, stress of angst kan de hartslag behoorlijk oplopen. Het hart past zich snel aan. Zo krijgt het lichaam altijd wat het nodig heeft. De maximaal haalbare hartslag is ongeveer 220 min je leeftijd in jaren.

Als het hart - voortdurend of af en toe - te lange pauzes maakt, wordt een pacemaker gebruikt. Deze geeft stroomstootjes op de momenten dat het hart dit zelf niet meer doet.

De hartspier

Het hart pompt het bloed rond. Maar omdat het een spier is, heeft hij zelf ook bloed nodig. De hartspier krijgt zelf zuurstofrijk bloed via de kransslagaders (coronairarteriën). Net als alle (slag)aders, zijn de kransslagaders ook gevoelig voor aderverkalking (atherosclerose). Wanneer een kransslagader dichtslibt, krijgt de hartspier onvoldoende zuurstof. Dit zorgt voor de 'pijn op de borst' (angina pectoris). Wanneer het zuurstoftekort te lang duurt, kan een hartaanval ontstaan (myocardinfarct). Een deel van de hartspier is dan afgestorven.

Het hart onderzocht

Er zijn verschillende manieren om het hart te bestuderen. Met een electrocardiogram (ecg) kan de natuurlijke pacemaker van het hart goed worden bestudeerd. Met bijvoorbeeld een stethoscoop kun je de harttonen goed horen. Wanneer er sprake lijkt van bijvoorbeeld een infarct, is dit met een bloedtest te controleren.

Hartafwijkingen

Soms worden mensen met een minder gezond hart geboren. Er kan bijvoorbeeld een gaatje in een van de schotten tussen de boezems of kamers zitten (atriumseptumdefect, ASD of ventrikelseptumdefect, VSD). Hierdoor wordt zuurstofarm en zuurstofrijk bloed met elkaar vermengd. Het hart raakt overbelast. Met een operatie is dit te verhelpen.

Een andere veelvoorkomende aangeboren afwijking is de tetralogie van Fallot. Hierbij is er vaak sprake van een combinatie van vier ernstige afwijkingen. Een daarvan is VSD.

Verder kan de rechter kamer te groot zijn (hypertrofie van rechter ventrikel) en de aorta kan scheef geplaatst zijn (overrijdende aorta). Ook kan de longslagader te smal zijn of is zijn toegang vernauwd (pulmonalisstenose). Afhankelijk van het aantal afwijkingen en hun ernst moet dit geopereerd worden.