donderdag, 14 november 2019

6 fabels en feiten over zout

Word je dik van zout?

Zout: we eten er massaal te veel van en dat is niet goed voor de gezondheid. Maar het is ook een populair onderwerp van discussie. Zo zouden bepaalde zoutsoorten beter voor je zijn en gaan er geruchten over het compenseren van zoutverlies na bijvoorbeeld intensief sporten. Zes feiten en fabels uitgezocht.

1. Van te veel zout krijg je overgewicht

Fabel. Zout op zichzelf veroorzaakt geen overgewicht. Maar krijg je dat zout binnen via bewerkte voeding, dan is dat wel een teken dat je eetpatroon misschien niet zo gezond is als je zou willen. Het is dus niet het zout dat zorgt voor het overgewicht, maar het soort voeding en (fris)drank waar je voor kiest. Zout zorgt wel voor een verhoogde bloeddruk waardoor de kans op hart- en vaatziekten en nierproblemen toeneemt. Een ander verband tussen zout en overgewicht: mensen met overgewicht hebben vaak al een hogere bloeddruk en lopen door extra zoutinname nog meer kans op hart- en vaatziekten.

2. Ook als je geen zout toevoegt, krijgen de meeste mensen nog te veel zout binnen

Feit.  85 procent van de Nederlanders krijgt te veel zout binnen. De maximum aanbevolen hoeveelheid is 6 gram, terwijl het gemiddelde 9 gram zout per persoon is. 20 procent van het zout dat we binnenkrijgen, voegen we zelf toe tijdens het koken of op tafel bij het eten. De overige 80 procent van onze zoutinname krijgen we dus binnen via bewerkte voedingsmiddelen die je bijvoorbeeld in de supermarkt koopt. De belangrijkste bronnen van zout in de Nederlandse voeding zijn brood, vleesproducten en kaas. Ook zit er veel zout in  kant-en-klaarmaaltijden, pizza’s, soepen, sauzen en hartige snacks. Zout zit niet alleen in producten waarbij het goed te proeven is, maar ook in bijvoorbeeld roomijs, koekjes of gebak. Het is dus belangrijk om de etiketten goed te lezen, zodat je weet hoeveel zout de producten die je koopt bevatten en eventueel kunt switchen naar een gezondere variant. Er zijn ook apps op de markt die je precies laten zien hoeveel zout er in elk product zit.

3. Dagelijks aanbevolen maximum hoeveelheid van 6 gram zout per dag is al te veel

Feit. In landen waar aanbevolen hoeveelheden zijn opgesteld voor zout (natrium), zoals Amerika en Duitsland, worden voor volwassenen hoeveelheden van 3-4 gram zout per dag aanbevolen. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) adviseert 5 gram per dag. Zo gezien is die 6 gram die we in Nederland aanhouden aan de ruime kant, maar het zou heel mooi zijn als de gemiddelde Nederlander dat zou halen. Zout is belangrijk voor de vochtbalans in het lichaam, de bloeddruk en voor een goede werking van spier- en zenuwcellen, maar in principe  is het zout dat van nature in producten voorkomt voldoende voor het lichaam om goed te functioneren. He zelft toevoegen van zout is dus nergens voor nodig; om gerechten op smaak te brengen kun je kruiden gebruiken.

4. 'Gezond' zout is niet schadelijk

Fabel. Himalayazout, keltisch zout, zwart zout, zeezout: Sommige mensen zijn ervan overtuigd dat deze zoutvarianten gezonder zijn dan normaal keukenzout.  Helaas; ze klinken misschien gezonder, maar zijn dat zeker niet. Het belangrijkste ingrediënt van deze producten is natriumchloride (NaCl), dat is keukenzout. Voor je lichaam maakt het niet uit waar het zout vandaan komt of hoe het is bewerkt. Te veel van deze zoutproducten is dus net zo schadelijk. Sommige zoutproducten benadrukken dat er mineralen en spoorelementen in zitten, zoals jodium, magnesium en calcium. Maar ook die maken het niet gezonder: er zit namelijk zo weinig van zulke stoffen in, dat die niet bijdragen aan het halen van de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid van deze stoffen.

5. Minder zout voorkomt sterfgevallen

Feit. Te veel zout verhoogt je bloeddruk. Ook kan te veel zout eten je nieren beschadigen. En als je al nierschade hebt, ben je extra gevoelig voor te veel zout: je nierfunctie gaat daardoor sneller achteruit. Een verlaging van de zoutconsumptie tot maximaal 6 gram per dag kan naar schatting bijna 150.000 gevallen van chronische nierschade voorkomen over een periode van 10 jaar. Daarnaast voorkomt het bij 250 mensen nierfalen, waarbij dialyse of transplantatie nodig is. Dat blijkt uit recent wetenschappelijk onderzoek van het RIVM, uitgevoerd in opdracht van de Nierstichting.

6. Na zweten moet je zoutverlies compenseren

Fabel. In zweet zit zout. Als je flink zweet, op een warme zomerdag of tijdens het sporten, verlies je dus zout. Maar het is niet nodig om dit te compenseren, met bijvoorbeeld soep of een andere zoute snack. Doordat we allemaal (te) veel zout eten, heeft bijna iedereen een overschot. Flink zweten vermindert dat nauwelijks. Laat staan dat er een tekort zou ontstaan. Belangrijk is wel om het vocht dat je verliest aan te vullen, door voldoende te drinken. Een tekort aan zout komt alleen in extreme situaties voor. Bijvoorbeeld bij mensen die in zomerhitte de Nijmeegse Vierdaagse lopen of meedoen aan de marathon.

Bron(nen):