maandag, 23 september 2019

Bipolaire stoornis (manisch-depressieve stoornis)

Een bipolaire stoornis is een psychiatrische ziekte, waarbij je periodes hebt met manische kenmerken (zoals grootheidswaan en overdreven veel energie) en depressieve periodes, waarbij je je juist somber en futloos voelt. De behandeling bestaat uit psychologische begeleiding en medicijnen. Wat zijn de risicofactoren en hoe verloopt deze ziekte?

Wat is een bipolaire stoornis?

Bij een bipolaire stoornis heb je periodes met verschillende stemmingen: depressieve periodes (episodes) en manische periodes. Deze psychiatrische aandoening wordt daarom ook wel een manisch-depressieve stoornis genoemd. Vaak is je stemming normaal tussen de manische en depressieve periodes.

Ongeveer anderhalf procent van de Nederlanders heeft een manisch-depressieve stoornis. Meestal wordt de diagnose tussen het vijftiende en dertigste jaar gesteld.

Oorzaken

De precieze oorzaak van een manisch-depressieve stoornis is nog niet bekend. Meestal spelen verschillende factoren een rol, zoals erfelijke aanleg en stress.

Symptomen

Kenmerkend voor een bipolaire stoornis is dat je periodes met depressies en manische periodes hebt, afgewisseld met periodes met een normale stemming. Je kunt ook hypomane periodes hebben, een lichtere vorm van een manie.

Symptomen van een manische of hypomane episode zijn:

  • irreëel beeld van de werkelijkheid
  • grootheidswaan, overdreven gevoel van eigenwaarde
  • overdreven optimistisch en opgewekt
  • veel minder slaap nodig hebben
  • veel praten
  • onrustige, drukke gedachten
  • makkelijk afgeleid zijn
  • lichamelijk onrustig zijn, veel moeten bewegen
  • veel activiteiten ondernemen, vooral aangename maar riskante activiteiten zoals veel geld uitgeven, losbandige seksuele activiteiten en onverstandige zakelijke investeringen
  • prikkelbaar en snel boos zijn
  • je normale activiteiten lijden onder deze symptomen
  • niet doorhebben dat je je anders gedraagt dan normaal

Symptomen van een depressieve episode zijn:

  • somber, verdrietig gevoel of juist bijna niets voelen (vlak gevoel)
  • geen plezier kunnen beleven
  • je waardeloos voelen
  • geen interesse hebben in normale zaken, zoals hobby’s en contacten met andere mensen
  • vermoeidheid, weinig energie
  • moeite hebben met het nemen van beslissingen
  • concentratieproblemen, vergeetachtigheid
  • lichamelijke klachten, zoals pijn
  • minder of juist meer zin in eten
  • minder zin in seks
  • slaapproblemen
  • veel denken aan de dood, doodswens

Ruim de helft van de mensen met een bipolaire stoornis ervaart wel eens een psychose tijdens een manische of depressieve periode. Je verliest dan het contact met de werkelijkheid en ervaart hallucinaties en wanen. Hallucinaties zijn ervaringen van de zintuigen die niet echt zijn: je hoort bijvoorbeeld stemmen of ziet dingen die er niet zijn. Wanen zijn gedachten die niet kloppen, zoals het idee dat je achtervolgd wordt.

Voel je een depressieve of manische periode aankomen? Neem dan direct contact op met je huisarts of psychiater. Met een snelle behandeling kun je een ernstige episode vaak voorkomen.

Diagnose

Heb je symptomen van een depressie of manie? Ga dan naar je huisarts. Hij/zij vraagt naar je symptomen en hoe deze klachten invloed hebben op je dagelijks leven. Bij het vermoeden van een bipolaire stoornis verwijst de huisarts je naar een psychiater. Dit is een medisch specialist die gespecialiseerd is in psychische aandoeningen. De psychiater kan de diagnose bevestigen en zonodig de behandeling starten.

Het is verstandig om iemand mee te nemen naar het gesprek met je huisarts en psychiater, bijvoorbeeld je partner, een familielid of een vriend(in). Zij kunnen extra informatie geven over je symptomen. Zeker bij een manische periode heb je zelf niet altijd goed door dat je je anders gedraagt dan normaal.

Het duurt vaak lang voordat de juiste diagnose gesteld wordt, bijvoorbeeld wanneer je eerst meerdere depressieve periodes hebt voordat de manische periodes ontstaan. Ook voelen mensen zich vaak zo goed tijdens een hypomane of manische periode, dat ze geen hulp zoeken.

Risicofactoren

Waarom de ene persoon een bipolaire stoornis krijgt en iemand anders niet, is nog niet bekend. Wel zijn er verschillende risicofactoren bekend.

Het risico is hoger wanneer één of meer familieleden ook een manisch-depressieve stoornis hebben. Een psychologisch trauma op jonge leeftijd en stress vergroten de kans op een bipolaire stoornis bij mensen die daar gevoelig voor zijn. Het gebruik van wiet (cannabis) geeft een vijf keer zo hoog risico ten opzichte van mensen die geen drugs gebruiken.

Behandeling

De behandeling van een bipolaire stoornis bestaat uit medicijnen en psychologische begeleiding. Wanneer de symptomen ernstig zijn, bijvoorbeeld bij heftige gedachten aan zelfmoord of bij ernstige ontremming tijdens een manische episode, kan iemand gevaarlijk zijn voor zichzelf of voor de omgeving. Een opname in het ziekenhuis kan dan nodig zijn.

Een psychiater behandelt je wanneer je een bipolaire stoornis hebt. Meestal word je daarnaast begeleid door een psycholoog of psychiatrisch verpleegkundige. Aanvullende therapieën, zoals bewegingstherapie (psychomotore therapie) of muziektherapie kunnen helpen. Veel mensen kiezen ook voor mindfulness, ontspanningsoefeningen of yoga om hun klachten te verminderen.

Medicijnen helpen om de stemming stabieler te maken. Ook helpen ze om een volgende depressie of manie te voorkomen. De meeste mensen met een bipolaire stoornis gebruiken lithium, een medicijn dat stemmingswisselingen vermindert. Veel voorkomende bijwerkingen zijn trillen, gewichtstoename en (bij langdurig gebruik) een verminderde werking van de schildklier. De dosering moet regelmatig gecontroleerd worden met bloedonderzoek.

Andere medicijnen die een psychiater bij een manisch-depressieve stoornis voor kan schrijven zijn:

  • Antidepressiva: dit zijn medicijnen die de symptomen van een depressie verminderen en een nieuwe depressie helpen voorkomen.
  • Antipsychotica: wanneer je een psychose hebt, kunnen antipsychotica helpen om je hallucinaties en wanen te verminderen.
  • Kalmeringsmiddelen: deze medicijnen maken je gedachten rustiger en verminderen angstgevoelens.
  • Slaapmiddelen: als je langdurig erg slecht slaapt, kan je arts slaapmiddelen voorschrijven. Omdat slaapmiddelen verslavend zijn, schrijven artsen deze medicijnen meestal liever niet voor.

Medicijnen hebben altijd bijwerkingen. Samen met je psychiater zoek je uit welke medicijnen het beste werken en hoe je bijwerkingen zoveel mogelijk kunt verminderen. Pas nooit zelf de dosering van je medicijnen aan en overleg altijd met je psychiater voordat je stopt met je medicijnen. Meestal moet je medicijnen langdurig gebruiken om een nieuwe manische of depressieve periode te voorkomen.

Prognose

Een manisch-depressieve stoornis is met de huidige behandelingen nog niet te genezen. Het verloop van de ziekte wisselt per persoon. Sommige mensen hebben veel depressieve of manische episodes, sommige mensen hebben soms een depressie of manie en hebben meestal een normale stemming.