donderdag, 3 december 2020

Niet langer onzeker

Bepaal doelen en grenzen

Je af en toe onzeker voelen is heel gewoon. Niemand is 100 procent zeker van zichzelf. Vervelend wordt het als je zo onzeker bent, dat je er dagelijks last van hebt. Waar komt die onzekerheid vandaan? En hoe krijg je meer zelfvertrouwen?

Onzekerheid heeft te maken met angst. Angst dat je niet goed genoeg bent. Dat je niet mooi of leuk bent. Dat je verkeerde keuzes maakt. En angst dat anderen dat ook vinden. Door deze angst neemt het vertrouwen in jezelf af. Je gelooft niet dat je iets tot een goed einde kunt brengen.

Zelfvertrouwen

Hoeveel zelfvertrouwen je hebt, hangt af van ervaringen uit je verleden. Hoe vaker je hebt gemerkt dat je iets goed kan, hoe makkelijker het is om te geloven dat je het nog een keer kan. Ook complimenten en steun van anderen hebben invloed op je zelfvertrouwen.

Hoe meer steun en complimenten je vroeger hebt gekregen, hoe meer zelfvertrouwen je hebt. Heb je veel zelfvertrouwen, dan is het makkelijker om aan je onzekerheid te werken. Je durft te werken aan zaken waar je onzeker over bent. Heb je weinig zelfvertrouwen, dan is dat veel moeilijker. Je ziet vooral wat je niet kan in plaats van wat je wel kan.

Twijfel

Als je vaak onzeker bent en weinig zelfvertrouwen hebt, dan kan je onzekerheid chronisch worden. Je twijfelt niet alleen over bepaalde keuzes, of over wat je wel en niet kan. Je twijfelt over je hele zelfbeeld: over wie je bent, wie je wilt zijn en wat je graag wilt doen. Gedachten over jezelf zijn vaak negatief in plaats van positief. Je hebt het gevoel op ieder punt te falen.

Als vriend(in) heb je het gevoel dat je tekortschiet. Of je hebt het idee dat je geen goede dochter/zoon of moeder/vader bent. Je raakt snel teleurgesteld in jezelf of schaamt je voor wat je doet of wie je bent. Schaam je je vaak voor jezelf of ben je vaak onzeker over wat anderen van je vinden, dan kan het zijn dat je onzekerheid een sociale fobie wordt.

Bevestiging

Om je zekerder te voelen vraag je bevestiging aan anderen. Alleen als een ander zegt dat het goed is, is het goed. Je vindt het immers moeilijk om zelf te zien wat je kwaliteiten zijn. Familie en vrienden moeten vertellen waar je goed in bent en waarom je leuk bent. Hierdoor kan je heel afhankelijk worden.

Acceptatie van anderen wordt zo belangrijk, dat je vergeet wie je zelf bent en wat je zelf wilt. Praten anderen positief over je, dan geloof je hen niet. Je denkt al snel dat er niets positiefs over jou te zeggen is. Je weet niet goed hoe het voelt om trots op jezelf te zijn. Als je veel bevestiging van anderen nodig hebt, vergeet je waar je eigen grenzen liggen.

Hoge eisen

Als je niet goed weet waar je grenzen liggen, stel je al snel te hoge eisen aan jezelf. Je wilt anderen niet teleurstellen, maar ook jezelf niet. Je wilt alles 100 procent goed doen. Maak je een fout, dan heb je het gevoel dat je een mislukkeling bent.

Gaat iets goed, dan wijdt je dat aan toeval of geluk. Wil je vaak alles goed doen, dan kun je perfectionistisch worden. Ook kan je het gevoel hebben dat anderen dingen beter doen dan jij. En jezelf vergelijken met anderen maakt je nog onzekerder. 

Onzekerheid neemt alleen af als je een gevoel van zelfvertrouwen uit jezelf haalt. Je wordt niet zekerder als je jezelf vergelijkt met anderen. Of als je bevestiging zoekt bij anderen. Je zelfvertrouwen zal groeien als je ontdekt wie je bent, wat je wilt en waar je grenzen liggen. Het is niet makkelijk om daar achter te komen. Het kan helpen om samen met een psycholoog te kijken hoe je minder onzeker kunt worden.

Tips

Ten slotte nog wat korte tips om om te gaan met je onzekerheid:

  • Zoek uit waarover je onzeker bent. Schrijf deze punten op. Ga samen met een vriend of vriendin na of het wel logisch is dat je over die punten onzeker bent.
  • Schrijf op waar je goed in bent en waar dit uit blijkt. Je zult zien dat je meer kan dan je denkt. Kijk regelmatig naar deze lijst. Vul de lijst aan met kleine en grote successen.
  • Probeer zo min mogelijk te bedenken wat een ander van je vindt. Je kunt geen gedachten lezen.
  • Waarom ben jij leuk? Laat vrienden en vriendinnen opschrijven waarom zij jou leuk vinden. Wat is er mooi aan jou en wat zijn jouw kwaliteiten?
  • Probeer geen waarde te hechten aan wat anderen, die niet belangrijk voor jou zijn, tegen je zeggen. Mensen die jou kwetsen of onzeker maken, zijn het vaak niet waard om energie in te steken.
  • Betrap jezelf erop als je negatieve gedachten hebt over wat iemand van je vindt. Vraag je af of het logisch is wat die persoon zegt of doet. Denk: het is jouw probleem dat je zo doet en niet mijn probleem.
  • Stel doelen die haalbaar zijn. Leg de lat niet te hoog.
  • Verwen jezelf. Ook al denk je dat je het niet waard bent om van fijne dingen te genieten. Je kunt jezelf aanleren om te genieten van de dingen die jij prettig vindt.
  • Denk aan je houding. Loop rechtop, draag kleding waarin jij je lekker voelt. Je houding is wat anderen het eerste zien.
  • Leef je eigen leven. Probeer zoveel mogelijk je eigen leven in te richten. Doe wat jij leuk en belangrijk vindt.