maandag, 16 september 2019

Hartinfarct

Bij een hartinfarct krijgt je hartspier onvoldoende zuurstof en raakt daardoor beschadigd. Heb je pijn op de borst die uitstraalt naar je arm of kaak, met zweten en misselijkheid, die in rust niet binnen vijf minuten overgaat? Bel dan het alarmnummer. Wat kun je doen om een hartinfarct te voorkomen?

Wat is een hartinfarct?

Bij een hartinfarct raakt je hartspier beschadigd door een tekort aan zuurstof. Dit kan gebeuren wanneer de bloedvaten die je hart voorzien van bloed (kransslagaders) vernauwd zijn of helemaal worden afgesloten door slagaderverkalking (arteriosclerose of atherosclerose) of een bloedprop (embolie).

Oorzaken

Je hart heeft zuurstof nodig om je bloed goed rond te kunnen pompen. De hartspier wordt voorzien van bloed en zuurstof via de kransslagaders. Deze bloedvaten liggen aan de buitenkant van je hart. Wanneer de kransslagaders afgesloten worden, krijgt een deel van je hart geen zuurstof en sterft af. Dit wordt een hartaanval of hartinfarct genoemd.

De belangrijkste oorzaak van een hartinfarct is slagaderverkalking. In de wand van je bloedvaten, inclusief je kransslagaders, ontstaan ophopingen van vet en cholesterol. Door deze plaques wordt het bloedvat steeds nauwer. Ook kan een plaque openscheuren en losschieten, waardoor er verderop in het bloedvat een blokkade ontstaat.

Symptomen

De symptomen die wijzen op een hartinfarct zijn:

  • drukkende of knellende pijn op de borst of in de bovenbuik, die niet verdwijnt in rust
  • pijn die uitstraalt naar de armen, kaak, hals, rug, schouders of rug
  • zweten
  • misselijkheid en overgeven
  • bleke, grauwe huid
  • benauwdheid of kortademigheid, snelle ademhaling
  • duizeligheid
  • angst
  • onrustig gevoel
  • plotselinge extreme vermoeidheid

Heb je symptomen die wijzen op een hartaanval? Ga dan rustig zitten of liggen. Als de symptomen na vijf minuten niet overgaan, bel dan het alarmnummer.

Hoe wordt de diagnose gesteld?

Het is belangrijk om de diagnose hartinfarct snel te stellen, zodat je snel met de behandeling kunt beginnen en verdere schade aan je hartspier voorkomen wordt. Hiervoor maken artsen een hartfilmpje en laten ze bloedonderzoek doen. Bij een hartfilmpje (elektrocardiogram, afgekort ECG) krijg je plakkers op je borst waarmee de elektrische stroompjes in je hart worden gemeten. Daarmee kan je arts zien of er delen van je hart niet goed werken doordat de hartspier daar is afgestorven. Wanneer hartspiercellen afsterven, komen er bepaalde stoffen vrij, zoals troponine en creatine kinase (CK-MB). Deze kunnen in het bloed worden gemeten.

Een paar dagen na je hartaanval meten artsen hoe groot de schade aan je hart is. Hiervoor zijn een aantal onderzoeken mogelijk:

  • Inspanningstest of fietstest: je gaat lopen of fietsen, waarbij artsen meten hoeveel inspanning je hart veilig aankan en of je hart een zuurstoftekort krijgt tijdens inspanning.
  • Echo: de arts bekijkt je hartspier met een echoapparaat dat onhoorbare geluidsgolven gebruikt om de beweging en dikte van je hart te meten.
  • Nucleaire scan (bijvoorbeeld PET of SPECT): je krijgt een radioactieve stof ingespoten. Daarna wordt er een scan van je hart gemaakt. Je arts krijgt daarmee een beeld van de stofwisseling en doorbloeding van je hart.
  • Hartkatheterisatie: via een snee in je lies brengt je arts een slangetje in je bloedvaten, waarmee hij of zij de kransslagaders van binnen kan onderzoeken.

Risicofactoren

Belangrijke risicofactoren voor een hartinfarct zijn:

  • hogere leeftijd
  • hart- en vaatziekten in je naaste familie (ouders, broers, zussen)
  • overgewicht
  • roken
  • hoge bloeddruk
  • hoog cholesterol
  • suikerziekte (diabetes mellitus)
  • ontstekingsziekten, zoals reumatoïde artritis (reuma)
  • stress
  • diabetes en/of een hoge bloeddruk tijdens de zwangerschap

Behandeling

Je kunt je risico op een hartaanval verlagen door gezond te leven. Beweeg regelmatig, liefst minimaal een half uur per dag. Zorg voor een gezond gewicht en eet gezond, met veel groente en fruit en weinig verzadigd vet, zout en suiker. Rook niet en gebruik niet te veel alcohol (maximaal één glas per dag voor vrouwen en één tot twee glazen per dag voor mannen).

Na een hartinfarct is een snelle behandeling belangrijk om blijvende schade aan je hart zoveel mogelijk te voorkomen. Je cardioloog (hartspecialist) maakt het afgesloten bloedvat weer open, zodat je hartspier weer van bloed met zuurstof wordt voorzien. Dat kan op verschillende manieren. Je krijgt altijd medicijnen. Een operatie (dotteren of bypassoperatie) is soms direct nodig, maar kan ook na enkele weken plaatsvinden.

Je cardioloog kan een dotterbehandeling doen. Via een snee in je lies brengt de arts een slangetje (katheter) in je bloedvaten, waarmee hij of zij de vernauwde kransslagader oprekt. Meestal plaatst de arts ook een buisje (stent) in je kransslagader, zodat het bloedvat openblijft.

Wanneer je kransslagader ernstig vernauwd is of helemaal is afgesloten, adviseren cardiologen een bypassoperatie. Dit is een openhartoperatie, waarbij de arts een omleiding van bloedvaten maakt om de verstopte kransslagader heen.

Behalve deze operaties krijg je na een hartinfarct altijd medicijnen om je hart te ontlasten en om nieuwe hartproblemen te voorkomen. Ze helpen bijvoorbeeld om te voorkomen dat er nieuwe verstoppingen ontstaan en om te zorgen dat je hart in het goede ritme kan blijven kloppen. Medicijnen die je cardioloog kan voorschrijven na een hartinfarct zijn:

  • Antistollingsmedicijnen, die ervoor zorgen dat er geen bloedstolsels ontstaan.
  • Bètablokkers, die de hartslag en bloeddruk verlagen.
  • Calciumblokkers, die de bloedvaten verwijden.
  • Cholesterolverlagende medicijnen.
  • Plastabletten: door overtollig vocht uit te plassen, hoeft je hart minder hard te werken om je bloed rond te pompen.
  • Nitraten: met een spray of smelttablet voor onder je tong verwijd je de bloedvaten.
  • Medicijnen die het hartritme normaal houden.

Met een speciaal revalidatieprogramma (hartrevalidatie) leer je om je normale activiteiten weer op te pakken. Ook werk je aan een gezondere leefstijl om een volgend hartinfarct te voorkomen.

Prognose

Door een betere behandeling is de prognose van een hartaanval steeds beter geworden. Wanneer de doorbloeding van het hart snel verbetert en de linkerhelft van het hart goed werkt na het hartinfarct, is de prognose over het algemeen gunstiger. Wel blijft het risico op een volgend hartinfarct verhoogd.

Ongeveer een op de drie mensen die een hartaanval krijgen, sterft daaraan. De helft van de patiënten overlijdt voordat ze in het ziekenhuis aankomen. De andere helft sterft binnen enkele dagen tot maanden na het infarct.