dinsdag, 12 november 2019

Rodehond

Rubella: een (meestal) onschuldige infectieziekte.

Rodehond is een besmettelijke, maar vrij onschuldige kinderziekte. De meeste mensen in Nederland zijn er tegen ingeënt. Vooral voor zwangere vrouwen die niet zijn ingeënt, is de ziekte gevaarlijk. Hoe herken je Rode hond? En wat moet of kun je doen als je de ziekte hebt?

Wat is rodehond?

Rodehond of rubella wordt veroorzaakt door het rodehondvirus of rubellavirus. Je herkent de ziekte aan opvallende rode vlekjes op de huid. Rode hond is geen ernstige of gevaarlijke ziekte. Ook komt Rode hond heel weinig voor in Nederland. Ieder jaar lopen minder dan vijf kinderen of volwassenen de ziekte op. Dit komt vooral doordat sinds 1974 meisjes een prik tegen de ziekte krijgen; jongens krijgen die sinds 1987. Als je besmet bent met het rubellavirus, duurt het twee tot drie weken voordat je ziek wordt (incubatietijd).

Ook al is rodehond op zich heel onschuldig, kan het bij een ongeboren kind ernstige aangeboren afwijkingen veroorzaken. Dankzij de inentingen zijn de meeste zwangere vrouwen in Nederland goed beschermd.

Oorzaken van rodehond

Het rubellavirus dat de ziekte veroorzaakt, is heel besmettelijk. Het virus zit in de keel van de persoon die ermee besmet is. Door uitademen, niezen of hoesten komen besmette druppeltjes vocht in de lucht. Als je deze druppeltjes inademt, kun je besmet raken. Mensen met Rode hond kunnen de ziekte al overdragen voordat ze zelf weten dat ze ziek zijn. Ongeveer een week voordat je de eerste symptomen ziet, ben je namelijk al besmettelijk. En vlak voordat de rode vlekjes verschijnen, is de kans op overdragen het grootst. Daarna neemt die kans langzaam weer af. Na ongeveer een week is iemand met Rode hond niet meer besmettelijk voor anderen. Alleen kinderen met bepaalde complicaties kunnen langer het virus overdragen op anderen.

Als je ooit in je leven Rode hond hebt gehad, krijg je het nooit meer. Je bent voor de rest van je leven immuun tegen het virus. Dit geldt ook voor zwangere vrouwen die in hun kindertijd Rode hond hebben gehad. Hun ongeboren baby loopt dus geen risico.

Symptomen van rodehond

Er zijn een aantal symptomen die horen bij een besmetting met het rodehondvirus. De meest voorkomende zijn:

  • verhoging of lichte koorts
  • verkoudheid
  • moe zijn
  • lymfeklieren in de hals en achter de oren zwellen op en zijn pijnlijk
  • roze-rode vlekjes op de huid
  • branderige ogen of lichte oogontsteking

rode vlekjes verschijnen meestal op de tweede dag van ziek zijn. Je ziet ze het eerst achter de oren, in het gezicht, in de nek, op de buik en op de rug. Daarna verschijnen ze ook op de armen en benen van de patiënt. Uiteindelijk zie je de vlekkerige huiduitslag over het hele lijf. Bij sommige kinderen zitten zoveel vlekjes, dat de hele huid rood is.

Naast deze klachten krijgen sommige kinderen of volwassenen te maken met ontstoken gewrichten in hun handen, knieën of polsen.

Stellen van de diagnose

De algemene klachten als verkouden, moe en verhoging of lichte koorts zie je terug bij veel infectieziektes. Maar dankzij de opvallende, rood-roze huiduitslag kan je rodehond heel gemakkelijk herkennen. Je hoeft er in principe niet mee naar de huisarts en onderzoek is niet nodig.

Als verder onderzoek wel nodig is, kan een arts het bloed op antistoffen laten onderzoeken. Ook als iemand niet meer ziek is, kan je aan de antistoffen zien of hij of zij net rodehond heeft gehad of dat het al langer geleden is.

Risicofactoren en –groepen

Er zijn een paar groepen mensen die rodehond kunnen krijgen of die extra risico lopen als ze het krijgen. Om te beginnen zijn dit personen die als kind niet zijn ingeënt. Bijvoorbeeld omdat ze al wat ouder zijn of niet in Nederland geboren zijn. Als ze als kind ook geen Rode hond hebben gehad, kunnen ze besmet raken. Daarnaast laten sommige ouders hun kinderen bewust niet inenten. Onder kinderen die niet ingeënt zijn, breekt af en toe een epidemie uit. Het gaat dan bijvoorbeeld om orthodox protestante schoolkinderen.

De belangrijkste risicogroep vormen zwangere vrouwen die niet ingeënt zijn of niet eerder rodehond hebben gehad. Als een zwangere vrouw rodehond krijgt, kan ze een miskraam krijgen. Ook kan de baby in de baarmoeder overlijden. Verder kan haar ongeboren kind ernstige afwijkingen ontwikkelen. Het gaat dan om hartafwijkingen, slechthorendheid of doofheid, oogafwijkingen, botafwijkingen, groeiachterstand en paarse vlekken. Als een baby deze afwijkingen door rodehond heeft gekregen, noem je dat het congenitaal rubella syndroom (CRS). Hoe korter de moeder zwanger was op het moment dat ze besmet raakte met het rodehondvirus, hoe groter de kans op afwijkingen bij haar baby.

Behandeling van rodehond

Voor rodehond bestaan geen medicijnen. Het is een kwestie van uitzieken. Omdat Rode hond een virusinfectie is, heeft het geven van antibiotica geen zin. Paracetamol slikken om je iets beter te voelen, kan wel. Soms jeukt de rode huiduitslag erg. In dat geval kan je bij de apotheek een anti-jeuk lotion of zalf met menthol halen en op de huid smeren. Zorg dat deze lotion of zalf niet op opengekrabde wondjes terechtkomt.

Verhoging of koorts hoort bij rodehond. Je hoeft het niet te onderdrukken met medicijnen. Zorg wel dat je genoeg drinkt. Anders kun je naast andere klachten te maken krijgen met uitdroging.

Prognose

Rodehond verloopt bij de meeste patiënten erg mild en zonder complicaties. De infectieziekte gaat bijna altijd vanzelf weer over. Veel kinderen of volwassenen hebben geen of alleen lichte koorts. Ook krijgt maar de helft huiduitslag na een besmetting met het rodehondvirus. Maar helemaal onschuldig is de ziekte ook niet. Bij een klein aantal patiënten leidt Rode hond tot hersenontsteking, een tekort aan bloedplaatjes of gewrichtsontsteking.

Ook ongeboren baby’s kunnen allerlei afwijkingen krijgen (congenitaal rubella syndroom). Ruim 10 procent van de baby’s met CRS overlijdt in de eerste weken na de geboorte. Maar ook daarna kunnen baby’s met CRS overlijden.

Bron(nen)