maandag, 23 september 2019

RS-virus

Het RS-virus veroorzaakt infecties aan je neus, keel, longen en luchtpijp. Zo'n infectie lijkt veel op een gewone verkoudheid. Maar het kan bij jonge kinderen voor ernstige complicaties zorgen. Hoe herken je besmetting met dit virus? En wat moet je doen als jij of je kind het virus oploopt?

Wat is het RS-virus?

Het RS-virus, ook wel bekend als Respiratoir Syncytieelvirus, is zeer besmettelijk. Het virus veroorzaakt bij de meeste mensen een eenvoudige verkoudheid. Net als bij een gewone verkoudheid zijn een verstopte neus, niezen, hoesten en/of lichte koorts de voornaamste klachten. Een infectie met het RS-virus is meestal ongevaarlijk. Alleen voor kinderen onder de 2 jaar kan een infectie met het RS-virus ernstige problemen geven.

De tijd tussen besmetting met het RS-virus en het verschijnen van de eerste klachten (incubatietijd) is twee tot acht dagen. Eenmaal besmet kan je nog ongeveer een week het virus op anderen overdragen. Baby’s en jonge kinderen kunnen zelfs tot vier weken anderen besmetten met het RS-virus.

Een infectie met dit virus komt zeer vaak voor bij kinderen en baby’s. De meeste kinderen krijgen er in hun eerste levensjaar al mee te maken. Bijna alle tweejarige kinderen hebben antistoffen tegen het RS-virus in hun lichaam. Ook op latere leeftijd is dit virus regelmatig de oorzaak van een verkoudheid.

Oorzaken van een infectie met het RS-virus

Je raakt besmet met dit virus door druppeltjes snot, slijm en speeksel. Dat kan gebeuren via de lucht, dus door niezen, praten of hoesten. Deze druppeltjes kunnen zich ook gemakkelijk via lichamelijk contact verspreiden. Dit kan bijvoorbeeld als je iemand een hand geeft of zoent. Of als een besmet persoon je mond, neus of handen aanraakt.

Buiten het lichaam kan het RS-virus nog uren overleven. Het is bijna niet mogelijk om besmetting met het RS-virus te voorkomen. De grootste kans op een infectie met dit virus is tussen oktober en maart. In de winter is het RS-virus namelijk het actiefst.

Symptomen van een RS-virusinfectie

Met klachten als een loopneus en temperatuursverhoging lijkt een infectie met het RS-virus veel op een gewone verkoudheid. Symptomen van een infectie met het RS-virus zijn:

  • een dichte neus
  • (lichte) koorts
  • snotteren en hoesten

Na een paar dagen kunnen naast hoesten en niezen problemen met de longen ontstaan, vooral bij baby’s. Symptomen hiervan zijn:

  • een piepende ademhaling
  • snel ademhalen
  • het kind stopt soms heel even met ademen
  • het kind drinkt niet meer genoeg
  • de huid tussen de ribben trekt bij inademen naar binnen
  • de neusvleugels bewegen mee met de ademhaling
  • de huid rond de mond en onder de nagels wordt blauw of grijs
  • het kind of de baby is suf of slaperig en is moeilijk wakker te maken

Zie je deze symptomen bij je kind? Neem dan contact op met de huisarts.

Stellen van de diagnose

Als een arts vermoedt dat iemand besmet is met het RS-virus, onderzoekt hij of zij het snot. Hiervoor wordt met een slangetje met zout water wat snot uit de neus gezogen. Vervolgens kijkt een laboratoriummedewerker of het RS-virus in het snot zit. Dit weten ze vaak al na een paar uur.

Risicofactoren en –groepen

Bij gezonde volwassenen zijn de symptomen doorgaans mild. Zij worden vaak alleen een beetje verkouden na besmetting met het virus. Maar voor baby’s en kinderen onder de 2 jaar kan een infectie met het RS-virus gevaarlijk zijn. Zij kunnen bronchiolitis krijgen. Bij bronchiolitis raken de kleine luchtwegen ontstoken. Het lichaam produceert dan veel slijm. Ook zwellen de slijmvliezen op. Daardoor kan de baby of het kind het erg benauwd krijgen. Als een kind de neusvleugels wijd spert, is dat een teken dat het benauwd is. Soms drinkt een kind door de benauwdheid te weinig. Of neemt het lichaam te weinig zuurstof in het bloed op.

In het algemeen geldt dat hoe jonger een kind is, hoe groter de kans op complicaties is. Daarnaast zijn er een paar groepen kinderen die extra risico lopen bij een RS-virusinfectie:

  • Vroeg geboren kinderen (geboren voor 37 weken) jonger dan 1 jaar.
  • Baby’s jonger dan zes weken.
  • Kinderen met een ernstige aangeboren hartafwijking, chronische longziekte, afweerstoornis of vergelijkbare ziekte.

Behandeling van een infectie met het RS-virus

Er bestaat geen specifieke behandeling met medicijnen voor een infectie met het RS-virus. Het geven van bijvoorbeeld antibiotica heeft geen zin. Als je je ziek voelt, kan je wat paracetamol slikken. Dat is ook een goed idee als een kind te weinig drinkt. Verder is voldoende rust belangrijk. In bed liggen is niet nodig. Bij verhoging of koorts moet je zorgen dat het lichaam de warmte kwijt kan. Verder is het een kwestie van uitzieken, net zoals bij een gewone verkoudheid.

Soms worden de klachten na een paar dagen ernstiger. In dat geval moet een kind met een RS-virusinfectie naar het ziekenhuis. Daar wordt gemeten hoeveel zuurstof in het bloed van het kind zit. Als het zuurstofgehalte te laag is, krijgt het kind zuurstof toegediend met een zuurstofbrilletje of via een kapje over de mond en neus. In de meeste gevallen brengt dat meteen verlichting en heeft het kind het minder benauwd.

Prognose

De meeste infecties die veroorzaakt zijn door het RS-virus, verlopen zonder verdere problemen. Ook gaat de infectie meestal na een tijdje uitzieken vanzelf weer over. Dat geldt niet alleen voor volwassenen, maar ook voor baby's en jonge kinderen. Wel kan het twee weken of langer duren voordat je helemaal hersteld bent van de infectie. Dit is uiteraard afhankelijk van hoe ziek je was.

Opname in het ziekenhuis is dus meestal niet nodig, ook niet voor jonge kinderen. Voor een klein deel van alle besmette kinderen is dat wel het geval. Jaarlijks worden in Nederland vijftienhonderd tot tweeduizend kinderen opgenomen in het ziekenhuis nadat ze ziek zijn geworden door dit virus. Deze kinderen kunnen nog lang last houden van besmetting met het RS-virus. Ongeveer 50 procent van de kinderen die in het ziekenhuis terecht kwamen, heeft nog een paar jaar lang regelmatig last van een piepende ademhaling.

Bron(nen)