dinsdag, 12 november 2019

Vleesboom (myoom)

Een goedaardig gezwel in de baarmoeder.

Een vleesboom is een knobbeltje of gezwel in de baarmoeder. Dat klinkt gevaarlijk, maar een vleesboom kan in werkelijkheid weinig kwaad. Een dergelijk gezwel is goedaardig en zal in de meeste gevallen weinig tot geen klachten opleveren. Er is dus geen reden voor paniek. Het kan in sommige gevallen echter toch nodig zijn om de vleesboom te behandelen.

Wat is een vleesboom?

Een vleesboom is een gezwel in de baarmoeder. Dit gezwel bestaat uit spierweefsel en bindweefsel en wordt ook wel een 'baarmoedermyoom' genoemd. De grootte van een vleesboom kan sterk verschillen - de ene vleesboom blijft zo klein als een speldenknop, de ander is zo groot als een voetbal. In uitzonderlijke gevallen kan een vleesboom doorgroeien tot een gewicht van een kilo.

Er kunnen verschillende typen vleesbomen worden onderscheiden. De meest voorkomende typen vleesbomen zijn de intermurale, subsereuze en submuceuze myomen.

  • Intermuraal myoom:. dit type vleesboom komt het vaakst voor. Een intermuraal myoom bevindt zich - zoals de naam al suggereert - in de spierwand van de baarmoeder, waardoor de omvang van de baarmoeder toeneemt.
  • Subsereus myoom: dit type vleesboom bevindt zich in de baarmoederwand en groeit in de richting van de baarmoederholte. Deze vleesboom groeit dus naar buiten toe. In sommige gevallen is de vleesboom enkel met een steeltje aan de baarmoederwand verbonden. Een dergelijke vleesboom wordt een gesteelde myoom genoemd.
  • Submuceus myoom: een submuceus myoom bevindt zich in de baarmoederholte en kan de baarmoederholte ingroeien.

De oorzaken van een vleesboom

Een vleesboom ontstaat en groeit onder invloed van de vrouwelijke geslachtshormonen (oestrogeen en progesteron). Als er de oestrogeen- en progesteronspiegel in het bloed toeneemt, neemt de kans op een vleesboom toe.

De symptomen van een vleesboom

Een kleine vleesboom geeft doorgaans weinig tot geen klachten. Als het echter om een of meer grote vleesbomen gaat, kunnen er wel klachten ontstaan. Welke klachten dat zijn, is afhankelijk van het type vleesboom.

  • Intermuraal myoom en submuceus myoom. Deze myomen kunnen hevige, langdurige menstruaties met veel bloedverlies tot gevolg hebben. Ook kunnen deze myomen leiden tot lage rugpijn en hevige buikpijn, evenals pijn aan het bekken.
  • Subsereus myoom. Dit type vleesboom heeft geen invloed op de menstruatie. Dit betekent echter niet dat dit type vleesboom geen klachten kan opleveren. Een subsereus myoom kan namelijk druk uitoefenen op andere organen. Dit kan leiden tot een vervelend, drukkend gevoel in de onderbuik, buikpijn en rugpijn.

Als een vrouw met een vleesboom zwanger wordt of als er tijdens de zwangerschap een vleesboom ontstaat, kan dit complicaties opleveren. De vleesboom kan buikpijn tot gevolg hebben, maar bijvoorbeeld ook leiden tot een vroeggeboorte of een miskraam. Ook kan de arts besluiten dat een natuurlijke bevalling vanwege de vleesboom niet mogelijk is.

Hoe wordt de diagnose vleesboom gesteld?

Als een arts het bestaan van een of meer vleesbomen vermoedt, zal hij of zij onderzoek moeten verrichten om te bepalen of zich inderdaad een of meer vleesbomen in de baarmoeder bevinden. De arts kan kiezen uit de volgende onderzoeken.

  • Een gynaecologisch onderzoek: de arts kan de baarmoeder onderzoeken door middel van een eendenbek of door middel van zijn/haar vingers.
  • Een bloedonderzoek: door het hemoglobinegehalte in het bloed te meten, kan worden nagegaan of er sprake is van een vleesboom.
  • Een hysteroscopie: de arts neemt een kijkje in de baarmoeder door middel van een kijkbuis die via de vagina wordt ingebracht.
  • Een echoscopie: de arts neemt een kijkje in de baarmoeder door middel van geluidsgolven.

Risicofactoren en -groepen

Een vleesboom komt ontzettend veel voor: maar liefst 20 tot 30 procent van de vrouwen heeft een vleesboom. Er kunnen echter wel een aantal risicogroepen worden aangeduid.

  • Een vleesboom kan enkel ontstaan bij vrouwen die vruchtbaar zijn. Een vleesboom zal daarom nooit voor de eerste menstruatie ontstaan. Als een vrouw eenmaal in de overgang is geweest, is de kans klein dat er een nieuwe vleesboom zal ontstaan. Als de vrouw voor de overgang een vleesboom had, is de kans groot dat deze na de overgang kleiner zal worden.
  • Een vleesboom komt vaker voor bij vrouwen die (nog) geen kinderen hebben. Als een vrouw met een vleesboom zwanger wordt, is het mogelijk dat de vleesboom tijdens de zwangerschap groter wordt. De omvang zal na de zwangerschap vanzelf weer afnemen.
  • Een vleesboom kan ontstaan en/of groeien door veranderingen in de hormoonhuishouding. Een vleesboom komt daarom vaak voor bij vrouwen die hormoonbehandelingen volgen.
  • Een vleesboom komt vaker voor bij vrouwen van Afrikaanse afkomst.

De behandeling van een vleesboom

Als een vleesboom klachten veroorzaakt, is behandeling wenselijk. Er zijn verschillende behandelingen mogelijk.

  • Een vleesboom kan worden behandeld door middel van medicijnen. De vleesboom zal hierdoor niet verdwijnen, maar kan wel kleiner worden. Hierdoor kunnen de klachten afnemen. Het kan ook nuttig zijn om voorafgaand aan een operatieve ingreep medicijnen te slikken. Het uitvoeren van een operatieve ingreep is namelijk makkelijker bij een kleinere vleesboom.
  • Een vleesboom kan worden verwijderd door middel van een operatieve ingreep. Er zijn verschillende soorten operatie mogelijk. Zo kan een vleesboom worden verwijderd door middel van een hysteroscopie, een kijkoperatie, waterecho of een embolisatie.
  • Als er sprake is van een of of meerdere zeer grote vleesbomen die ernstige klachten opleveren, kan het nodig zijn om de baarmoeder te verwijderen. De arts zal dit echter enkel overwegen als de andere behandelingen niet mogelijk zijn of onvoldoende resultaat zullen opleveren.

Prognose

Als een vleesboom wordt behandeld door middel van medicijnen, is de kans groot dat de klachten sterk afnemen. Als dit niet het geval is, kan de vleesboom worden verwijderd door middel van een operatieve ingreep. Een dergelijke ingreep zal er in de meeste gevallen voor zorgen dat de klachten sterk afnemen. Als de patiënt nog niet in de overgang is, is het echter wel mogelijk dat er na de verwijdering opnieuw een of meerdere vleesbomen zullen ontstaan.