zaterdag, 5 december 2020

Alles wat je moet weten over de menstruatie

Voor het eerst ongesteld?

Ieder meisje krijgt er vroeg of laat mee te maken en tot op een bepaalde leeftijd is het een maandelijks terugkerend fenomeen: de menstruatie. Heel natuurlijk en een teken van vruchtbaarheid, maar het kan ook problemen met zich meebrengen. Weet je eigenlijk wat er precies in je lichaam gebeurt als het (weer) zover is?

De menstruatie - of ongesteldheid - is een periodiek optredende bloeding van het baarmoederslijmvlies. Het treedt maandelijks op bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd. De eerste menstruatie begint tussen het tiende en zestiende levensjaar (gemiddeld 12) en de laatste rond de 51. Ongesteld zijn duurt meestal 4 tot 5 dagen.

Elke maand maakt het lichaam zich klaar voor een eventuele zwangerschap. De baarmoeder neemt dan een nieuwe eicel op en de wand van je baarmoeder wordt dikker. Gemiddeld heeft een vrouw 500 keer een eisprong, die meestal overbodig blijkt te zijn. Ongeveer twee weken daarna verliest de baarmoeder dan weer de bekleding, het baarmoederslijmvlies en scheidt dit uit met het onbevruchte eitje. In het jaar na de eerste menstruatie treedt bij de meeste meisjes nog geen eisprong op.

De cyclus

Dit alles gebeurt in een periode van ongeveer vier weken: de menstruatiecyclus. Een normale cyclus kan worden onderverdeeld in twee fasen: de folliculaire en de luteale fase.

In die eerste fase scheidt de hypofyse het follikel stimulerend hormoon (FSH) af. Follikels zijn de holtes in je eierstokken die met vloeistof zijn gevuld. Elke follikel bevat een onontwikkeld eitje. Onder invloed van het FSH ontwikkelen een aantal follikels zich en produceren ze het hormoon oestrogeen. Dit hormoon zorgt ervoor dat de baarmoeder zich voorbereidt op de eventuele komst van een bevruchte eicel. Uiteindelijk zal één follikel doorgroeien en als deze groot genoeg is, produceert de hypofyse het luteïniserende hormoon. Binnen 36 tot 48 uur daarna vindt de eisprong plaats, de ovulatie. Dit is het moment waarop de vrouw bevrucht kan worden.

Na de ovulatie begint de luteale fase. De eicel heeft de follikel verlaten en wat overblijft is het gele lichaam (corpus luteum). De eicel kan in de baarmoeder tot 24 uur overleven. Ondertussen produceert het gele lichaam progesteron en oestrogeen, waardoor het baarmoederslijmvlies verder geschikt wordt voor innesteling. Bij innesteling neemt uiteindelijk de placenta de vorming van de hormonen over. Gebeurt dit niet dan zal door een daling van de hoeveelheid oestrogeen en progesteron de baarmoeder het slijmvlies afstoten, samen met de onbevruchte eicel. Dit is je menstruatie.

Klachten

De menstruatiecyclus start op de eerste dag van je ongesteldheid. Je verliest dan zo’n 50 milliliter bloed. Bij meer dan de helft van de vrouwen is de menstruatie pijnlijk. Je kunt last hebben van buikpijn, dit zijn vaak krampen in het spierweefsel van de baarmoeder. Ook hoofdpijn en misselijkheid komen regelmatig voor. Bij jonge meisjes is de buikpijn vaak het hevigst. Pilgebruik kan de klachten verminderen. Ook na de geboorte van het eerst kind neemt de pijn vaak af.

Daarnaast kan de ovulatie pijnlijk zijn. Veel vrouwen denken dat ze ovuleren op de 14e dag, maar dit is slechts een gemiddelde. Je ovulatie kan per cyclus verschillen. Sommige vrouwen voelen de ovulatie - vaak in de vorm van een pijnscheut van enkele minuten tot uren - maar de meeste merken dit helemaal niet.

Als de hoeveelheid hormonen in je lichaam daalt na de ovulatie, kun je last krijgen van het premenstrueel syndroom (PMS). Deze klachten ervaar je meestal in de week voor je menstruatie. Mogelijkheden zijn psychische klachten (emotioneel, snel geïrriteerd of depressie), pijnlijke borsten, een opgeblazen gevoel, je slap en niet lekker voelen, slapeloosheid, nervositeit, vocht vasthouden, huidproblemen en hoofdpijn. Meestal verdwijnen deze klachten zodra de ongesteldheid inzet.

Zelf doen?

Tegen de voornaamste klacht - bloedverlies - bestaan natuurlijk maandverband en tampons. In allerlei soorten en maten. Verder is het altijd goed om tijdens de menstruatie te zorgen voor voldoende rust en ontspanning. Een warme kruik of bad verlicht soms buik- of rugpijn. Bij lichte buikpijn kun je ook paracetamol gebruiken. Ibuprofen of naproxen zijn effectiever bij stevige buikkrampen.

Naar de huisarts

Als je veel last hebt van de menstruatie is het soms verstandig om te overleggen met de huisarts. In sommige gevallen loont het de moeite om de anticonceptiepil - of een andere anticonceptiemethode - te gaan gebruiken. Bij ernstige klachten, een onregelmatige cyclus of afwijkend bloedverlies is het ook goed om je huisarts om advies te vragen.

Ernstige pijnklachten kunnen bijvoorbeeld worden veroorzaakt door fibromen, poliepen, bekkenontsteking, endometriose, schildklierproblemen, bloedstollingsaandoeningen of een spiraaltje. Zwaar bloedverlies tijdens je menstruatie kan ook een behoorlijke invloed hebben op je leven en het uitblijven van de menstruatie betekent niet altijd meteen een zwangerschap. Een onregelmatige cyclus kan overigens ook het teken zijn van de naderende menopauze.

Anticonceptiepil

Als je de anticonceptiepil gebruikt, is er geen sprake van een menstruatiecyclus. Er vindt geen eisprong plaats. Wel kun je in de stopweek last krijgen van een onttrekkingsbloeding. Dit is echter geen menstruatie.