donderdag, 3 december 2020

Snelle test voor pasgeboren baby's

Apgartest

Direct na de geboorte krijgt je kindje zijn eerste rapportcijfer. En een paar minuten later weer één. De arts of verloskundige doet een paar heel simpele testjes om te kijken of je baby gezond is: de Apgartest.

De Apgartest bestaat uit vijf onderdelen: beweging, hartslag, reflexen, uiterlijk en ademhaling. Op ieder onderdeel kan je kind hooguit twee punten scoren - in totaal maximaal een tien. De test wordt na een paar minuten herhaald. Als de baby tweemaal een onvoldoende scoort, kan de verloskundige snel ingrijpen.

1. Beweging

Om te zien hoe de spiermassa van de baby zich heeft ontwikkeld, kijkt de verloskundige naar de bewegingen van je baby. Als die krachtig zijn, krijgt hij twee punten. Beweegt de baby slecht, of is hij een beetje slapjes, dan krijgt hij één punt. Als hij helemaal niet beweegt, krijgt hij nul punten.

2. Hartslag

De verloskundige beluistert het hartje van je baby met een stethoscoop. Vanaf honderd hartslagen per minuut krijgt hij twee punten. Zijn het er minder, dan krijgt hij één punt. Is de hartslag niet te horen, dan krijgt hij nul punten.

3. Reflexen

Door de baby op verschillende manieren te prikkelen, test de verloskundige hoe de baby reageert op licht, geluid en aanraking. Als de verloskundige vindt dat je kindje goed reageert op de prikkels, krijgt hij twee punten. Reageert hij niet volledig, dan krijgt hij één punt. Als de baby helemaal niet reageert, krijgt hij geen punt.

4. Uiterlijk

Aan de kleur van je baby's huid is te zien hoe het met zijn gezondheid staat. Als de longen goed werken, kunnen ze het bloed van genoeg zuurstof voorzien. Dan heeft de baby een mooi roze huidje en krijgt hij twee punten. Als alleen de handjes en voetjes een beetje blauw zijn, krijgt hij één punt. Als de huid helemaal blauw is, krijgt hij nul punten.

5. Ademhaling

Aan het huilen van de baby hoort de verloskundige hoe de ademhaling is. Als je kindje hard en krachtig huilt, werkt de ademhaling goed en krijgt hij twee punten. Als het huilen wat zwakker en onregelmatiger is, krijgt hij één punt. Als ademhalen niet zelfstandig lukt, krijgt hij geen punten.

Trefwoorden: