maandag, 21 oktober 2019

Baarmoederhalskanker

In 2005 is ontdekt dat baarmoederhalskanker door een virus wordt veroorzaakt. Een virus dat seksueel overdraagbaar is (soa). Sindsdien is hard gewerkt aan een vaccin.

Sinds 2009 zit de inenting tegen baarmoederhalskanker in het Rijksvaccinatieprogramma. De inenting is voor alle meisjes die zijn geboren in 1997 of daarna. Ook meisjes die zijn geboren in 1993, 1994, 1995 of 1996 krijgen een uitnodiging. De inenting bestaat uit drie prikken verdeeld over zes maanden. De GGD's verzorgen de inentingen.

Virus humaan papilloma

Elk jaar krijgen ongeveer 750 Nederlandse vrouwen (meestal tussen de 35 en 50 jaar) baarmoederhalskanker. Het virus humaan papilloma (hpv) is hier bijna altijd de oorzaak van. Dit virus wordt overgebracht tijdens de seks.

Ongeveer 80 procent van de Nederlandse vrouwen krijgt een keer een hpv-infectie. Meestal kan hun lichaam dit zelf weer opruimen. Soms lukt dit echter niet en ontstaan er afwijkende cellen. Om deze celgroei te voorkomen, is er een vaccin ontwikkeld. Net als ieder ander vaccin zorgt het ervoor dat hpv geen kans krijgt en baarmoederhalskanker niet kan ontstaan.

Afwijkende cellen

Als je besmet bent met het virus en je lichaam breekt het niet af, ontstaan er afwijkende cellen. Het duurt meestal heel lang, zo'n tien jaar, voordat je echt kanker ontwikkelt. De afwijkende cellen geven in het begin nog geen klachten. Pas later kun je last krijgen van een bloederige of bruinige afscheiding buiten de menstruatiecyclus om. Ook kun je bloed verliezen tijdens of na de seks (contactbloeding).

Uitzaaiingen

Als de kanker groeit kan hij doordringen in de lagen eronder, zoals spierlagen, blaas, endeldarm of buikholte. Ook kunnen tumorcellen losraken en zich via lymfe of bloed door het lichaam verspreiden. Zo ontstaan uitzaaiingen.

Onderzoeken

Er zijn verschillende onderzoeken mogelijk:

  • In Nederland worden alle vrouwen van 30 tot 60 jaar elke vijf jaar opgeroepen voor een uitstrijkje. Bij dit inwendige onderzoek worden slijmvliescellen afgenomen uit het gebied tussen de baarmoederhals en baarmoedermond. In een laboratorium worden deze cellen onderzocht op afwijkingen.
  • Inwendig onderzoek met een colposcoop. Dit is een soort vergrootglas. Hiermee kan de gynaecoloog de baarmoederhals beoordelen. Bij afwijkingen neemt de arts een stukje weefsel af (biopt) voor onderzoek in het lab.

Baarmoederhalskanker, en dan?

Wanneer afwijkende cellen worden gevonden in het lab, zijn verschillende vervolgonderzoeken nodig:

  • Inwendig onderzoek. Hierbij wordt (onder narcose) bekeken hoe groot de kanker is.
  • Bloedonderzoek. De gynaecoloog laat het bloed onderzoeken om informatie te krijgen over de algemene gezondheid.
  • Radiologisch onderzoek. Met behulp van allerlei radiologische technieken als röntgen, echo of ct-scan, wordt gekeken of de kanker zich heeft verspreid naar andere delen van het lichaam.

Het stadium van baarmoederhalskanker

Er zijn vier stadia:

  • Stadium I: de tumor zit alleen in de baarmoederhals.
  • Stadium II: de tumor is doorgegroeid tot in het steun- of spierweefsel van de bekkenbodem of in het bovenste deel van de schede.
  • Stadium III: de tumor is verder doorgegroeid tot aan de bekkenwand en/of het onderste deel van de vagina.
  • Stadium IV: de tumor is buiten het bekken gegroeid, in de blaas of de endeldarm, of het is uitgezaaid naar andere organen, zoals longen, lever of botten.

Behandeling

Het type behandeling wordt gekozen aan de hand van het soort kankercellen dat aanwezig is, het stadium en wat je zelf wilt (en aankunt). De gevolgen van de operatie (zoals onvruchtbaarheid) verschillen per persoon. Voor de operatie wordt dit door de arts besproken.

Mogelijke behandelingen zijn:

  • Operatie. De tumor wordt verwijderd. Bij uitzaaiingen kan het betekenen dat een deel van de baarmoederhals, de baarmoeder, eierstokken, eileiders en lymfeklieren wordt verwijderd.
  • Bestraling/radiotherapie. Het gebied van de kanker wordt bestraald om de kankercellen te doden.
  • Medicijnen (chemotherapie of hormonen). Dit is afhankelijk van de kwaadaardigheid van de tumor, en of hij gevoelig is voor hormonen.
  • Warmtebehandeling (in combinatie met andere therapieën). De kanker wordt verwarmd om de kankercellen te vernietigen of ze gevoeliger te maken voor een andere behandeling.

Afhankelijk van de ernst van de ziekte, zal voor een combinatie van verschillende behandelingen gekozen worden.

Genezing

Gemiddeld overleeft ongeveer 70 procent van alle patiënten. Deze overleving hangt erg af van het stadium waarin de ziekte is ontdekt.

Controles

Het eerste jaar na behandeling moet je elke drie maanden op controle komen. Na dit jaar worden de controles minder (tenzij er weer afwijkende cellen worden gevonden). Bij klachten moet je altijd terug naar je gynaecoloog.