dinsdag, 22 oktober 2019

Leven met trombose

9 vragen beantwoord

Als je risico loopt op trombose of een embolie, kan een arts antistollingsmiddelen voorschrijven. Je moet dan regelmatig je stollingswaarde bepalen. Hoe gaat dat in zijn werk? Negen vragen over trombose en antistollingsmiddelen beantwoord.

1. Wat voor middelen krijg je voorgeschreven?

Meestal zijn dat cumarines, ofwel vitamine K-remmers. Om het bloed te laten stollen, maakt het lichaam stollingsfactoren aan. Daarvoor heeft het vitamine K nodig. Cumarines gaan de werking van vitamine K tegen en daarmee de productie van stollingsfactoren en dus de bloedstolling.

Als de aanmaak van de stollingsfactoren volledig wordt geblokkeerd, kan dat leiden tot levensgevaarlijke bloedingen. Mensen die cumarines gebruiken, moeten dus precies de juiste hoeveelheid tabletten slikken. Het lastige is, dat de hoeveelheid vitamine K in het lichaam nogal schommelt. Zo is je voeding er van invloed op: broccoli en spinazie bijvoorbeeld bevatten veel vitamine K.

2. Hoe weet je dan hoeveel tabletten je precies moet slikken?

Mensen die cumarines gebruiken, moeten heel regelmatig naar de trombosedienst om de stollingswaarde (INR) te laten bepalen. Is de INR te laag, dan is er kans op een bloedstolsel, is de INR te hoog, dan is er een risico op bloedingen. Het is dus van groot belang om te weten wat de stollingswaarde is, zodat de arts kan bepalen of nog steeds de juiste hoeveelheid cumarines wordt geslikt.

Er zijn overigens ook antistollingsmiddelen waarbij de INR-waarde niet steeds gecontroleerd hoeft te worden, maar die zijn lang niet voor iedereen geschikt.

3. Hoe vaak moet je bloed laten prikken?

Dat is niet te zeggen. Het hangt namelijk samen met heel veel verschillende factoren. Bijvoorbeeld of en welke andere medicijnen je slikt en waarom de antistolling precies nodig is. Voor iedere patiënt wordt bekeken hoe vaak de INR gecontroleerd moet worden. Sommige patiënten moeten wel twee keer per week naar de prikpost van de trombosedienst om bloed te laten afnemen.

4. Is dat niet heel vervelend?

Ja! Het kost veel tijd, want je moet naar een prikpost toe, waar je vaak op je beurt moet wachten. Het is ook lastig omdat je je werk en je afspraken er voortdurend omheen moet plannen. En het beperkt je enorm in je vrijheid. Je kunt niet een paar weken op vakantie naar een plek waar geen laboratorium in de buurt is dat de INR kan bepalen.

5. Kun je je bloed niet zelf controleren?

"Dat kan inderdaad en dat gebeurt steeds vaker", zegt Ylonka Donga, doseeradviseur en docent cursus zelf meten bij trombosedienst Saltro in Utrecht. "Je kunt heel eenvoudig zelf je stollingswaarde bepalen met een meter, die lijkt op het apparaatje dat diabetespatiënten gebruiken."

Omdat er wel iets meer bij komt kijken dan bij het meten van de bloedsuiker, moet je een korte cursus volgen om te leren hoe met de stollingsmeter om te gaan. Dat kan via internet of een groepscursus. Bijna alle trombosediensten die aangesloten zijn bij de Federatie van Nederlandse Trombosediensten bieden de cursus en het zelf meten aan.

6. Is zelf bloedprikken niet eng?

"Bij trombosediensten wordt een buisje bloed uit de arm afgenomen, maar met de stollingsmeter gebruik je een prikpen met een piepklein naaldje die je op een vingertop zet", legt Ylonka Donga uit. "Dan komt er een druppeltje bloed, dat je op het stripje in de meter aanbrengt. Al na één minuut geeft die de INR-waarde aan."

7. En wat als dan blijkt dat de stolling niet goed is?

Ylonka: "De INR-waarde geef je via de computer door aan de trombosedienst, bij uitzondering kan het ook telefonisch. Dezelfde dag nog krijg je bericht over een eventuele aanpassing van je medicijnen. Patiënten kunnen, als ze dat willen, ook leren hoe ze de dosering van de medicijnen zelf kunnen aanpassen, zo hebben ze nóg meer bewegingsvrijheid.

Patiënten die zelf prikken staan er sowieso nooit alleen voor. Wie vragen heeft kan altijd bellen met een deskundige van de trombosedienst, die meteen kan helpen. De mensen die ik spreek over zelf meten, zeggen zonder uitzondering: ik had het veel eerder moeten doen."

8. Wat kost zo'n stollingsmeter?

Niets, het gebruik ervan (je krijgt het in bruikleen van de trombosedienst) wordt volledig door de zorgverzekeraar vergoedt. Zelf prikken brengt nog wel wat hogere kosten met zich mee, wat van invloed kan zijn op het wettelijk eigen risico.

9. Waarom gebruiken de trombosediensten zelf de meter niet om te meten, is die wel betrouwbaar?

De trombosediensten zullen in de toekomst vast ook overschakelen op het gebruik van dergelijke meters. De metingen ervan zijn minstens zo nauwkeurig als die in het laboratorium, waar de trombosedienst nu het bloed naartoe stuurt om de INR-waarde te laten bepalen.

Bron(nen):