dinsdag, 20 augustus 2019

Goed leven met diabetes

Richtlijnen en adviezen

Als je diabetes hebt en je ervoor wordt behandeld, zijn er nog een aantal zaken handig om te weten. Je kunt bijvoorbeeld tijdelijk te veel of te weinig glucose in je bloed hebben. Wat doe je dan? En hoe vaak moet je op controle bij je arts?

Om je bloedglucosegehalte op peil te houden, let je erop dat je gezond eet en voldoende beweegt en gebruik je misschien tabletten of insuline. Maar er zijn veel factoren die invloed hebben op het bloedglucosegehalte; van een boodschapje doen tot een zwangerschap of een grote verhuizing.

Hypo

Het kan daardoor voorkomen dat je bloedglucosegehalte te laag wordt. Als je te weinig glucose in je bloed hebt (minder dan 4 mmol per liter), dan heb je een hypo. Dat is vervelend, want je krijgt er nare klachten door, zoals zweten, trillen, hoofdpijn, duizeligheid, minder concentratie, vermoeidheid, honger en/of een wisselend humeur.

Als je last krijgt van deze klachten, controleer dan je bloedglucose en neem vervolgens 20 gram glucose. Dat kan bijvoorbeeld door 6 tabletjes druivensuiker te nemen. Test na een kwartier je bloedglucose nogmaals. Zit je nog te laag, neem dan wat 'langzame' suikers, bijvoorbeeld een boterham met zoet beleg en een glas zoete ranja.

Een ernstige hypo kan gevaarlijk zijn. Verwarring en sufheid kunnen overgaan in een toestand waarin je buiten bewustzijn raakt. Je omgeving moet dan een arts waarschuwen of glucagon bij je spuiten, dat is een stof die ervoor zorgt dat je bloedglucosegehalte snel op peil raakt. Zorg dus dat je directe omgeving weet wanneer en hoe ze een glucagoninjectie moeten geven.

Hyper

Bij een hyper is je bloedglucosewaarde juist te hoog, je hebt dan dus te veel glucose in je bloed. Je merkt dit aan het feit dat je extreme dorst hebt, veel moet plassen, vermoeid bent en/of een droge tong hebt.

Deze klachten zul je herkennen uit de tijd dat de diagnose diabetes nog niet bij je was vastgesteld. De behandeling is gericht op het naar beneden krijgen van je bloedglucosegehalte door het slikken van tabletten of het spuiten van insuline. De bedoeling is dat het bloedglucosegehalte weer onder de 10 mmol per liter komt.

Controles

Als je diabetes hebt, zul je jezelf heel regelmatig moeten (laten) controleren. Door zorgvuldige controles kun je de klachten tot een minimum beperken. Belangrijk is heel regelmatig je bloedglucose te meten. Zo kun je hypo's of hypers zien aankomen en ze voorkomen.

Als je overigens vaak last hebt van een hypo of een hyper, dan is het raadzaam met je arts te kijken naar je behandeling, die zal waarschijnlijk aangepast moeten worden.

Niet alleen jijzelf, maar ook een arts of verpleegkundige dient een aantal keer per jaar je bloedglucose te bepalen. Ander onderzoek dat een arts of verpleegkundige regelmatig (dat wil zeggen: elke drie maanden) moet doen, is onderzoek naar je:

  • voeten
  • bloeddruk
  • gewicht

Daarnaast moet je minimaal eens per jaar het volgende laten controleren door je arts:

  • bloeddruk en bloedvetten (zoals cholesterol)
  • nieren (je urine testen op eiwitten)
  • voeten (door een specialist)
  • ogen

Bij deze onderzoeken zal de arts natuurlijk ook je gezondheidssituatie met je bespreken. De onderzoeken zijn er om je gezondheid te controleren en je zo goed mogelijk met je ziekte te laten omgaan.