zaterdag, 19 oktober 2019

Hoe is diabetes te behandelen?

Van tabletten slikken tot insuline spuiten

Diabetes is helaas (nog) niet te genezen. Maar dat wil niet zeggen dat met diabetes niet goed te leven is. De verschillende behandelmethoden kunnen ervoor zorgen dat je bloedglucosegehalte omlaag gaat, waardoor je een relatief normaal leven kunt leiden.

Wie aan het behandelen van diabetes denkt, denkt meteen aan insuline spuiten. Toch hoeven lang niet alle diabetici zichzelf te injecteren met insuline. Sterker nog: insuline spuiten vindt meestal pas plaats als andere behandelvormen niet blijken te helpen.

Bloedglucosewaarden

Alleen als je type 1-diabetes hebt, moet je jezelf je leven lang met insuline injecteren. Maar type 2-diabetes komt veel vaker voor dan type 1-diabetes. En voor type 2-diabetici kunnen andere, minder ingrijpende behandelvormen geschikt zijn.

Elke behandelvorm richt zich op het verlagen van je bloedglucosegehalte. De bloedglucose kan worden gemeten met een glucosemeter. De hoeveelheid glucose in je bloed wordt uitgedrukt in 'millimol per liter'.

De streefwaarde van bloedglucose is lager dan 5,6 millimol per liter als iemand nuchter is en dus nog niets gegeten of gedronken heeft. Tussen 5,6 en 6,0 millimol per liter is de bloedglucose dan nog aanvaardbaar.

Als iemand niet nuchter is (en dus wel gegeten of gedronken heeft) is de streefwaarde lager dan 7,8 millimol per liter. Tussen 7,8 en 11 millimol is nog aanvaardbaar.

Voeding en beweging

De eerste manier voor type 2-diabetici om hun bloedglucosegehalte omlaag te krijgen, is via hun voeding. De eerste behandeling bestaat namelijk uit het volgen van een dieet.

Veel type 2-diabetici hebben overgewicht, en daarvoor geldt dat een kleine gewichtsvermindering al een gunstig effect op het bloedglucosegehalte heeft. Een diabetesdieet is gewoon een gezonde, gevarieerde voeding, maar met minder calorieën dan normaal. Belangrijk daarbij zijn de hoeveelheden verzadigd vet en alcohol, die moeten zo laag mogelijk zijn.

Door op deze manier geleidelijk af te vallen, kan de insuline zijn werk beter doen en wordt het bloedglucosegehalte lager. Combineer dit dieet met voldoende beweging. Ook door te bewegen verlaag je je bloedglucosegehalte namelijk. Dagelijks een flink stuk wandelen of fietsen helpt al erg.

Tabletten

Als aangepaste voeding en meer bewegen onvoldoende blijken te helpen, zul je daarnaast waarschijnlijk tabletten moeten slikken om je bloedglucosegehalte omlaag te krijgen.

Er zijn verschillende soorten tabletten, die ervoor zorgen dat:

  • je lichaam meer insuline aanmaakt (bijvoorbeeld glimepiride of gliclazide);
  • de glucose beter door je cellen kan worden opgenomen (bijvoorbeeld pioglitazone of rosiglitazone);
  • de glucose uit je voeding minder snel in je bloed terechtkomt (bijvoorbeeld acarbose);
  • de gevoeligheid voor insuline van de lever, de spieren en het vetweefsel wordt verhoogd (bijvoorbeeld metformine).

De tabletten verschillen onderling dus veel. Ook in hoe snel ze beginnen te werken (al snel of pas na een paar maanden) of in hoe lang ze werken (een paar uur of een hele dag). Met je huisarts kies je tabletten, of zelfs een combinatie van tabletten, die voor jou het best werken.

Belangrijk daarbij is de wisselwerking van voeding, beweging en tabletten samen, want elk van deze drie factoren heeft invloed op je bloedglucosegehalte. Je huisarts zal dus samen met jou heel nauwkeurig kijken wat voor jou het beste is. Soms komen bijwerkingen voor, zoals misselijkheid en diarree, neem in dat geval contact op met je huisarts.

Een hele nieuwe ontwikkeling op het gebied van medicijnen zijn tabletten die werken via hormonen in je darmen, zoals Vildagliptine en Sitagliptine. Deze tabletten doen in feite twee belangrijke dingen: ze zorgen ervoor dat de alvleesklier genoeg insuline aanmaakt en dat de lever minder glucose aanmaakt. Het voordeel van deze middelen is dat er geen gewichtstoename optreedt en dat ze een lage kans op hypo's geven.

Insuline spuiten

Als voeding, beweging en alle verschillende tabletten onverhoopt niet helpen, is insuline spuiten de enig overgebleven behandelmogelijkheid. In dat geval moet je jezelf één tot vier keer per dag insuline inspuiten met een insulinepen. Deze pen bestaat uit een hele dunne naald en een ampul insuline.

Welke behandeling je ook nodig hebt, het kost tijd en inzet. Als je eenmaal weet hoe je je bloedglucosegehalte omlaag kunt krijgen, voel je je beter en fitter, heb je minder klachten en minder kans op problemen later.