vrijdag, 15 november 2019

Welke pleister op welke wond?

Heb je alleen maar traditionele bruine plakkers en een flesje jodium in huis? Dan is het tijd voor een reorganisatie van de verbandtrommel. Er zijn tegenwoordig allerlei soorten pleisters te koop die wondjes beter helen.

Bloedwondjes: ‘gewone’ pleisters

Als je een wondje oploopt, is het verstandig dat met kraanwater schoon te spoelen of met een desinfecterende vloeistof te behandelen. Daarna plak je er een pleister op om te voorkomen dat er vuil en bacteriën in de wond komen. Die pleisters zijn er in allerlei soorten en maten. En ze zijn uitgevoerd in verschillende materialen. Vaak zijn ze van textiel of waterafstotend plastic gemaakt. Voor de gevoelige huid zijn er pleisters met een fleecelaagje. Naast het verschil in materiaal, onderscheiden pleisters zich in zachtheid van het wondkussen en in kleefkracht en elasticiteit. De laatste twee eigenschappen zijn van belang wanneer het wondje moet meebuigen, bijvoorbeeld met een knie of een elleboog. Tevens zijn er pleisters waarvan het wondkussen al een ontsmettend middel bevat. Het aanbrengen van jodium is dan niet meer nodig.

Oppervlakkige schaafwonden: pleistersprays

Naast de traditionele pleisters zijn er al jarenlang pleistersprays te koop. Deze zijn vooral bedoeld voor oppervlakkige schaafwonden en voor wondjes op plekken waar pleisters moeilijk zijn vast te plakken, zoals tussen de vingers. Ze zijn makkelijk in gebruik: even spuiten, en de wond is geheel afgedekt. Zo’n laagje is huidvriendelijk, transparant en laat lucht door. Bovendien zitten er stofjes in die bacteriën uitschakelen en de wond sneller genezen. Na enkele dagen verdwijnt het flinterdunne vliesje vanzelf door het natuurlijke huidcelvernieuwingsproces. In één busje zit spray voor ongeveer 50 ‘pleisters’. Omdat het laagje doorzichtig is, is het een mooi alternatief voor wondjes op zichtbare delen van het lichaam.

Flinke schaafwonden: gelpleisters

Wonden genezen sneller en beter als ze nog enige tijd vochtig blijven, zo blijkt uit onderzoek. Dat stimuleert de celvernieuwing in de wond. Een korstje belemmert dat proces juist. Voor grotere schaafwonden die moeilijk genezen, zijn er pleisters ontwikkeld waarvan het wondkussen is gevuld met een speciale gel. Deze gelpleisters houden de wond vochtig en op temperatuur. Doordat er zich geen korst vormt en de wond sneller geneest, is de kans op littekens kleiner.

Blaren en koortslippen: hydrocolloïdpleister

Wandelaarsdilemma: blaren wel of niet doorprikken? Doorprikken heeft als groot voordeel dat je direct van de vervelende druk bent verlost. Toch is het niet verstandig om dit te doen. Een infectie ligt op de loer, omdat bacteriën gemakkelijk door het gaatje in de huid kunnen kruipen. Wie toch wil prikken en een infectie wil voorkomen, kan op het gaatje een blaarpleister aanbrengen. Deze zogeheten hydrocolloïdpleister geeft bacteriën geen kans, verzacht de pijn en versnelt de genezing. Wanneer je een blaarpleister op een blaar plakt, verdwijnt de pijnlijke druk onmiddellijk en zal de blaar niet kapotgaan.

Blaren voorkomen kan als je de pleister preventief plakt, bijvoorbeeld op de hakken tijdens een lange wandeling. De zachte wondkussens van blaarpleisters voorkomen druk en wrijving. Een andere optie om blaren te voorkomen is siliconengel. Deze smeer je bijvoorbeeld op de plekken waar de schoen wrijving geeft. Even laten drogen, en je voeten zijn zes uur lang beschermd. Al deze producten zijn overigens uitsluitend bedoeld voor blaren en dus niet voor gewone wondjes. En zeker niet wanneer ze zijn geïnfecteerd.

De hydrocolloïdpleister bewijst ook zijn diensten bij de koortslip. Ongeveer 80 procent van de mensen is chronisch besmet met het herpes simplex-virus type 1. Dat virus houdt zich bij de meeste mensen koest in de zenuwcellen. Maar zo’n 20 procent van de dragers heeft pech. Bij hen verplaatst het virus zich regelmatig via een zenuw naar het huidoppervlak, waar het de bekende koortslip veroorzaakt. Zo’n dikke, prikkende plek op de lip, waar eerst blaasjes en later korstjes op komen, is niet alleen vervelend en pijnlijk maar ook zeer besmettelijk. Insmeren met een antivirale crème was heel lang de enige behandeling. Een pleistertje plakken kan tegenwoordig ook. Een kleine en transparante hydrocolloïdpleister dekt de lipblaasjes af, waardoor het branderige gevoel en de jeuk verminderen. Ook de kans dat je anderen besmet wordt aanzienlijk kleiner. De pleister moet regelmatig worden vervangen, totdat de lip is genezen. Dit genezingsproces, dat ongeveer acht tot twaalf dagen duurt, verloopt overigens niet sneller omdat de pleister geen antivirale middelen bevat.

Brandwonden: hydrogelpleister

Brandwonden moet je net zo lang onder de kraan spoelen totdat de brand eruit is. Het water moet lauw zijn. Zo’n tien minuten is voldoende om de pijn te verminderen en zwelling en blaarvorming tegen te gaan. Maar de meeste mensen hebben dat geduld niet. Een hydrogelpleister biedt dan uitkomst. De hydrogel verlaagt de huidtemperatuur tijdelijk met 2 graden Celsius. Dit afkoelen geeft onmiddellijk pijnverlichting en verkleint de kans op blaren. Deze pleister kun je met een gerust hart op een kleine tweedegraads brandwond plakken, die in tegenstelling tot een lichtere eerstegraads wond wél open is. Bij grotere brandwonden, zeker wanneer ze zijn geïnfecteerd, en bij derdegraadsverbrandingen – de ergste variant waarbij de wit-zwarte wond droog en leerachtig is en nauwelijks pijn doet – zijn de pleisters niet geschikt. In die gevallen moet je altijd medische hulp inschakelen. 

 

Bron(nen):