donderdag, 9 april 2020

Wat is het verschil tussen griep en verkoudheid?

Hoesten, hoofdpijn, keelpijn, spierpijn, moe zijn

Goede vraag! In deze rubriek gaat Gezondheidsnet op zoek naar het antwoord op knagende vragen. Deze keer: wat is het verschil tussen griep en verkoudheid?

Kriebel in je keel, hoofdpijn en een verstopte neus. Nee hé!? Verkouden... of is het toch griep? Al snel zeggen mensen dat ze de griep hebben, terwijl ze dan eigenlijk verkouden zijn. Maar wat is nu eigenlijk het verschil?

Influenzavirus

De veroorzaker van griep is een influenzavirus. Deze kan jaarlijks veranderen. Een verkoudheid kan worden veroorzaakt door verschillende andere virussen zoals het rhinovirus, het coronavirus of het RS-virus.

De symptomen bij een griep en verkoudheid komen veel overeen. Maar bij een verkoudheid zijn ze milder dan bij een griep. Het zeer besmettelijke rhinovirus is in de meeste gevallen de oorzaak van een verkoudheid. Verkoudheidsvirussen gedijen het beste in een omgeving met een lage luchtvochtigheid. Daarom zijn de meeste mensen in het najaar en de winter verkouden.

Symptomen verkoudheid

Symptomen van een verkoudheid kunnen zijn: een loopneus, snotteren, keelpijn, hoesten, hoofdpijn en lichte spierpijn. Om besmetting te voorkomen, kun je het beste regelmatig je handen wassen, deurklinken poetsen en in je elleboog niezen of hoesten.

Symptomen griep

Symptomen van een griep kunnen zijn: hoesten, hoofdpijn, keelpijn, spierpijn, moe zijn, koorts en koude rillingen. Verkoudheid zorgt bij volwassenen bijna nooit voor koorts.

Zowel griep als een verkoudheid gaat meestal vanzelf weer over. Het kan een paar weken duren voordat iemand zich weer helemaal beter voelt. Paracetamol kan eventueel wat verlichting bieden.

Wanneer naar de huisarts?

Als de klachten langer dan vijf dagen aanhouden, je benauwd wordt of als je suf wordt of veel slijm ophoest is het verstandig contact op te nemen met je huisarts. Doe dit ook als je onder een risicogroep valt en de griep hebt. Risicogroepen zijn: mensen die ouder dan 60 jaar zijn, een hart- of vaatziekte hebben, een longziekte zoals astma of COPD hebben, diabetes hebben, een nierziekte hebben of weinig weerstand door een ziekte of medicijnen, zoals chemotherapie. Ook als je griep hebt gehad en een paar dagen geen koorts hebt gehad, maar toch weer koorts krijgt.

Bron(nen):