maandag, 20 januari 2020

6 feiten en fabels over hart- en vaatziekten bij vrouwen

Wat zijn de verschillen en wat is er hetzelfde?

Wist je dat hart- en vaatziekten de nummer 1 doodsoorzaak zijn bij vrouwen? Bij vrouwen geven hartklachten vaak minder duidelijke symptomen dan bij mannen, waardoor ze niet altijd herkend worden. Zes feiten en fabels over hart- en vaatziekten bij vrouwen.

1. Hartklachten worden vaak verward met overgangsklachten

Dat is een feit. Vrouwen denken soms dat hun klachten door de overgang komen, terwijl ze eigenlijk met hun hart of een te hoge bloeddruk te maken hebben. Denk hierbij aan opvliegers, hartkloppingen, transpireren, extreme vermoeidheid en slecht slapen.

Houden je klachten lang aan? Komen er hart- en vaatziekten voor in je familie? Bespreek dit dan eens met je huisarts. Ook als je in het verleden zwangerschapsdiabetes, een hoge bloeddruk of zwangerschapsvergiftiging hebt gehad, is het belangrijk om extra alert te zijn.

2. Vooral mannen overlijden aan hart- en vaatziekten

Dat is een fabel. Lange tijd werd gedacht dat hart- en vaatziekten mannenziekten zijn, maar ze treffen zeker niet alleen mannen. Elke dag overlijden er 107 Nederlanders aan de gevolgen van hart- en vaatziekten. Gemiddeld zijn dit 50 mannen en nog meer – namelijk 57 – vrouwen.

3. Vrouwen en mannen hebben verschillende risicofactoren voor hart- en vaatziekten

Dat is niet waar, voor mannen en vrouwen gelden dezelfde risicofactoren. Zo vergroten diabetes, reuma, overgewicht, een hoge bloeddruk, een verhoogd cholesterolgehalte en slechter werkende nieren zowel bij mannen als bij vrouwen de kans op hart- en vaatziekten. Ook erfelijkheid speelt bij beiden een rol: het is dan ook belangrijk om alert te zijn op hart- en vaatziekten als deze binnen je familie veel voorkomen.

Een belangrijk verschil is wel dat het cholesterolgehalte, de bloeddruk en het gewicht bij vrouwen vaak pas na de overgang stijgen. Daarnaast verhogen een hoge bloeddruk tijdens de zwangerschap en zwangerschapsdiabetes het risico op hart- en vaatziekten. Met deze problemen krijgen mannen uiteraard niet te maken.

4. Je kunt niets doen om hart- en vaatziekten te voorkomen

Ook dat is een fabel. Er zijn risicofactoren waar je geen invloed op hebt, maar je kunt zelf ook veel doen. Stoppen met roken bijvoorbeeld. Maar ook meer bewegen, gezonder eten, beter omgaan met stress en niet te veel alcohol drinken. Een gezonde leefstijl verkleint het risico op hart- en vaatziekten.  

5. Vrouwen krijgen later hart- en vaatziekten dan mannen

Dat is een feit. Gemiddeld krijgen vrouwen 7 tot 10 jaar later te maken met hart- en vaatziekten dan hun mannelijke leeftijdgenoten.

Dit heeft te maken met hormonale veranderingen. Tijdens hun vruchtbare periode geven typisch vrouwelijke hormonen wat bescherming, maar tijdens de overgang dalen de oestrogeenspiegels. Dat leidt tot allerlei veranderingen, zoals een minder gunstige vetverdeling. Zo ontwikkelen vrouwen meer buikvet tijdens de menopauze. En ze krijgen na de overgang vaak pas een verhoogd cholesterolgehalte en een hoge bloeddruk, wat allebei risicofactoren zijn voor hart- en vaatziekten. Mannen hebben meestal al op jongere leeftijd een hoog cholesterolgehalte en hoge bloeddruk, waardoor ze eerder in hun leven hart- en vaatziekten ontwikkelen. 

6. Een hartinfarct geeft bij vrouwen dezelfde symptomen als bij mannen

Dit is zeker niet waar. Bij een hartinfarct denk je al snel aan pijn op de borst en een beklemmend gevoel. Dat kan zeker voorkomen, ook bij vrouwen, maar soms merken vrouwen een hartinfarct niet eens op. Dat heet een stil infarct. Bij mannen geeft een hartinfarct meestal juist een heftige reactie doordat een bloedvat in het hart ineens dichtzit.

Bij vrouwen kondigt een hartinfarct zich meestal aan met vagere klachten, omdat bij hun de kleine bloedvaatjes in het hart gelijkmatiger verkalken. Ze worden moe, duizelig of misselijk. Daarbij vermoed je niet direct een probleem met het hart. Daarnaast kunnen vrouwen bij een hartinfarct last hebben van minder typische symptomen, zoals pijn in de bovenbuik, kaak, nek of rug of tussen de schouderbladen, kortademigheid, extreme vermoeidheid, duizeligheid, een onrustig gevoel, angst of een snelle ademhaling.

Bron(nen):