woensdag, 18 september 2019

Goed nieuws over hartchirurgie in 2019

'Sneller herstel door minder snijden'

De medische wetenschap gaat als een trein. Elk jaar komen er nieuwe medicijnen, behandelingen en inzichten bij. Maar welke gaan echt het verschil maken? We vroegen het aan vijf artsen, gespecialiseerd in
kanker, hartchirurgie, migraine, COPD en ouderengeneeskunde. Waar kijken zij naar uit in 2019?

Bart van Straten (63) is hartchirurg in het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven.

'Sneller herstel door minder snijden'

Een hartoperatie waarbij het hele borstbeen wordt opengesneden werkt zeer goed, maar tegenwoordig gebeurt het vaak anders. Bij een ‘chirurgisch minimaal ­invasieve hartoperatie’ wordt er veel minder gesneden, legt hartchirurg Bart van Straten uit. “Bij één methode maken we bijvoorbeeld in plaats van een grote snede in het borstbeen slechts enkele kleine incisies. Die zorgen voor weinig pijn en een sneller herstel. Daarnaast is er uiteraard een groot cosmetisch voordeel. Natuurlijk gaat het er de patiënt in de eerste plaats om dat hij of zij geholpen wordt, maar als het lichaam er na de operatie nog goed uitziet, helpt dat bij het herstel.”

Bij een andere methode snijdt de chirurg helemaal niet meer in de borst. Bij de TAVI-hartklepvervanging wordt er alleen een kleine opening gemaakt in de lies. Een opgevouwen kunstklep wordt via een katheter naar de zieke hartklep geleid. Eerst wordt de hartklep weggedrukt door een ballonnetje op te pompen, daarna wordt de opgevouwen kunstklep op zijn plaats gezet en uitgevouwen. De nieuwe hartklep neemt de functie van de oude over. Van Straten: “De patiënt voelt hier niets van. Wel heeft hij of zij hierna meer lucht en een betere conditie.”

Dat klinkt aantrekkelijk. Waarom krijgt niet iedereen zo’n minimaal invasieve ingreep? “Er zijn vooralsnog grote risico’s aan verbonden”, zegt Van Straten. “Dat komt door de hoge druk. Die is 20 atmosfeer. Ter vergelijking: in een normale fietsband is de druk met 2 atmosfeer tien keer zo klein. Door de druk kan de elektrische bedrading bij het hart ­kapotgaan. In dat geval heeft de ­patiënt ook een pacemaker nodig. In het ergste geval springt de grote slagader en overlijdt de ­patiënt op tafel. Die kans is met 2 tot 3 procent nog vrij hoog. De operatie wordt nu alleen gegeven aan oudere, minder fitte ­patiënten voor wie een openhartoperatie te belastend is. Wanneer het dus echt niet ­anders kan. Maar meer onderzoek zal de ­operatie verbeteren en het risico verkleinen.”

Dit artikel is eerder verschenen in Plus Magazine januari 2019. Nog geen abonnee van Plus Magazine? Abonnee worden doet u in een handomdraai!

Bron(nen):