woensdag, 18 september 2019

Nieuws over hart- en vaatziekten

Steeds betere behandelingen

Wat zijn de jongste ontwikkelingen rond de meest voorkomende ziekten? En wat kunnen we in 2013 verwachten? Er is hoopvol nieuws: de behandelingen worden steeds beter. Hoogleraar cardiologie Martin Schalij vertelt.

"Transplantatiecentra gebruiken een kunsthart als overbrugging tot een transplantatie kan plaatsvinden. Wij plaatsen, als enige in Nederland, een kunsthart bij mensen die voor transplantatie zijn afgewezen wegens een bijkomende ziekte. Zonder deze ingreep waren zij er niet meer geweest.

​Kleiner pompje kunsthart

Een van onze patiënten leeft nu al twee jaar met een kunsthart. De pompjes van een kunsthart worden ook steeds kleiner. Voorheen was een kunsthart zo groot dat het in de buikholte moest worden geplaatst; nu kan het in de borstkas. Wel zijn de batterijen nog vrij groot; patiënten dragen die nu als een soort broekriem. Over twee tot vier jaar kan het kunsthart als geheel worden geïmplanteerd.

Een kunsthart is nog kostbaar, maar dat zal de komende jaren verbeteren. Veel mensen met ernstig hartfalen zouden ermee geholpen zijn. Straks kunnen we jaarlijks waarschijnlijk honderd of tweehonderd mensen behandelen, in plaats van veertig nu. Voordeel voor de patiënt: Kleinere pompjes maken de ingreep minder zwaar. Batterijen ín het lichaam plaatsen geeft meer bewegingsvrijheid. Een kunsthart wordt een oplossing voor meer mensen."

Nieuwe antistollingsmiddelen

"Per jaar krijgen 50.000 Nederlanders last van boezemfibrilleren. De boezems van het hart trekken dan niet goed samen. Daardoor blijft het bloed er te lang in stilstaan en kunnen gevaarlijke stolsels ontstaan.

Waarschijnlijk worden vanaf 2013 nieuwe antistollingsmiddelen vergoed, de zogeheten NOAC’s (zoals Dabigatran, Rivaroxaban en Apixaban). Deze verlagen de kans op een beroerte waarschijnlijk nog meer dan de gangbare middelen. Ook hoeven gebruikers niet meer voor controle naar de trombosedienst. Dat geldt overigens niet voor mensen met meerdere aandoeningen; zij blijven de controle nodig hebben.

Als eersten zullen wat jongere patiënten die niet goed zijn 'ingesteld' beginnen met de nieuwe medicijnen. Voor mensen die nu de gangbare middelen gebruiken, zoals Marcoumar, en die goed zijn ingesteld, is er vooralsnog geen reden om over te stappen. Bij een middel als Marcoumar weten we namelijk precies wat we moeten doen als iemand op de Eerste Hulp komt met een bloeding, terwijl we die maatregelen bij de nieuwe antistollingsmiddelen nog moeten uitwerken. Ook zijn er nog niet voor alle middelen tegenstoffen om ernstige bloedingen te remmen. We werken aan een richtlijn om de nieuwe antistollingsmiddelen veilig te introduceren. Die moet binnen enkele maanden klaar zijn.

Voordeel voor de patiënt: "Er is minder kans op een hersenbloeding en de patiënt hoeft niet meer voor controle naar de trombosedienst."

Meteen de beste zorg

"Nu kan iemand met hartklachten nog naar ieder ziekenhuis gaan. We willen ervoor zorgen dat patiënten voortaan zo snel mogelijk op de plek komen waar ze de beste zorg krijgen. Iemand met een hartinfarct gaat dan bijvoorbeeld niet per ambulance naar het plaatselijke ziekenhuis, maar meteen naar het dichtstbijzijnde dottercentrum. De Nederlandse Vereniging voor Cardiologie maakt hiervoor een plan voor heel Nederland. Het betekent dat de afstemming tussen regionale ziekenhuizen en grote hartcentra beter moet worden; instellingen moeten gaan samenwerken en niet als concurrenten tegenover elkaar staan.

We hebben nu voor vier regio’s (Leeuwarden, Alkmaar, Leiden en Rotterdam) in kaart gebracht hoe snel iemand in het ziekenhuis is en hoelang het duurt voordat het bloedvat is gedotterd. Op www.nvvcconnect.nl zijn de verschillen te vinden. Als het ergens relatief lang duurt, nemen we maatregelen om dit te verbeteren. Voordeel voor de patiënt: Je bent meteen op de plek waar je de beste zorg kunt krijgen voor een bepaalde aandoening."

Effectievere stamceltherapie

"Stamceltherapie gebeurt vooral in Leiden en in Utrecht. We behandelen mensen die niet meer geopereerd of gedotterd kunnen worden en toch pijn op de borst houden. Bij zo’n 80 procent van de meer dan tweehonderd patiënten die we er in Leiden mee hebben behandeld, namen de klachten af.

Bij oudere patiënten zijn de stamcellen ook ouder en daardoor minder effectief. We ontwikkelen technieken om die cellen te stimuleren waardoor ze beter functioneren. Daardoor verbetert de effectiviteit van stamceltherapie. Voordeel voor de patiënt: Minder pijn op de borst wanneer andere ingrepen niet mogelijk zijn."

Goed voornemen

"Vrouwen, bel meteen een ambulance!" Martin Schalij: "Er sterven meer vrouwen dan mannen aan een hartinfarct. Dat komt onder andere doordat vrouwen langer wachten met een ambulance bellen. Uit onderzoek in vier regio’s blijkt dat vrouwen met een hartinfarct gemiddeld twintig minuten later in het ziekenhuis komen dan mannen. Terwijl iedere minuut telt. De sterfte binnen zeven dagen na een infarct is bij vrouwen twee keer zo hoog als bij mannen."

Martin Schalij is hoogleraar cardiologie aan het Leids Universitair Medisch Centrum en gespecialiseerd in hartritmestoornissen. Het LUMC loopt nationaal en internationaal voorop in het diagnosticeren en behandelen van hartziekten. Hij is tevens voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie.

Bron(nen):