zondag, 25 oktober 2020

Vaatproblemen en erfelijkheid

Zijn hart- en vaatziekten erfelijk?

Oude familieverhalen kunnen ineens griezelig actueel worden. Je vaders oudste broer Herman bijvoorbeeld, die op zijn 36ste plotseling overleed 'aan zijn hart'. Ook je vader is niet oud geworden. En nu zegt de huisarts dat je cholesterol aan de hoge kant is en vindt je vrouw je te zwaar. "Denk toch om je hart, het zit vast in de familie." Wanneer moet je je zorgen maken?

Het gaat hier alleen om aandoeningen die worden veroorzaakt door ernstige vaatproblemen van het hart en de hersenen. Zijn deze aandoeningen erfelijk? Gedeeltelijk. Mensen met een erfelijke aanleg voor slechte bloedvaten hebben meer kans op ernstige vaatproblemen. Maar die kans is niet 100 procent en leefstijlfactoren zijn zeker zo belangrijk.

Hart- en vaatziekten in de familie

Vaatproblemen komen vaak voor, dus de kans dat ze in je familie voorkomen is altijd aanwezig. Wanneer je vader, moeder, broer of zus voor het 60ste levensjaar een hart- of vaatziekte heeft gekregen, kan erfelijke aanleg een rol spelen. De kans dat je het ook krijgt, is pas hoger dan gemiddeld als je vader of broer voor zijn 55ste een hartziekte heeft gekregen of je moeder of zus voor haar 65ste. En als ze voor die leeftijd een hartinfarct kregen, is jouw kans daarop ongeveer 2,5 keer verhoogd.

Er zijn alleen testen voor een paar genen die in hun eentje een groot effect kunnen hebben op het risico, zoals het gen voor de erfelijke stofwisselingsstoornis Familiaire Hypercholesterolemie (FH). Als je een verhoogde kans blijkt te hebben, kun je je leefstijl aanpassen. Onder andere door niet te roken en voldoende te bewegen.

Hoog cholesterol op jonge leeftijd

Sommige mensen hebben al op jonge leeftijd een heel hoog cholesterolgehalte. Dat heeft niets met ongezonde eetgewoontes te maken, maar met de erfelijke stofwisselingsstoornis Familiaire Hypercholesterolemie (FH). Die aandoening geeft veel meer kans op hart- en vaatziektes en daardoor bijvoorbeeld ook op dementie.

Uit onderzoek blijkt dat er waarschijnlijk zo’n 70.000 mensen met FH in Nederland zijn (1 op de 250 mensen). Van hen zijn er 40.000 nog niet opgespoord. Zij worden dus nog niet behandeld en lopen het risico jong te overlijden. DNA-onderzoek naar FH heeft zin als het totaal cholesterol hoger is dan 8 mmol/l en/of als meerdere familie­leden voor hun 65ste levensjaar een hart- of vaatziekte kregen. Of als je vader, moeder, broer, zus of kind op jonge leeftijd een hartaandoening kreeg of overleden is aan een plotselinge hartstilstand.

Mensen met FH krijgen een dieet voorgeschreven en medicijnen. Een gezonde leefstijl (niet roken, veel bewegen) is van groot belang.

Bron(nen):