Gezondheidsnet.nl maakt gebruik van cookies: functioneel, om instellingen en voorkeuren te onthouden, voor beter en eenvoudiger navigeren en inloggen; analytisch, om bezoeken bij te houden en te bestuderen; voor commerciële doeleinden, om bij te houden hoe vaak bepaalde advertenties zijn getoond en geklikt; voor targeting doeleinden, om advertenties op uw interesses te kunnen aanpassen en zodat andere sites ook gerichte advertenties kunnen tonen. Door hiernaast op akkoord te klikken, of door gebruik te blijven maken van deze website gaat u hiermee akkoord. Lees voor meer informatie ons Cookiebeleid.

Akkoord
vrijdag, 22 september 2017

Sporten met hooikoorts

Vijf tips voor snottervrij hardlopen, fietsen of bootcampen

In het voorjaar is het vaak heerlijk weer om buiten te sporten. Tenzij je last hebt van hooikoorts, want op zonnige dagen zweeft er juist veel stuifmeel in de lucht. Hoe kun je toch lekker hardlopen, bootcampen of fietsen in de lente? Vijf tips.

Als je hooikoorts hebt, ben je overgevoelig voor de stuifmeelkorrels oftewel pollen die bepaalde grassen, planten en bomen produceren. Komen de slijmvliezen van je ogen, neus, mond, keel of luchtpijp in aanraking met stuifmeel, dan reageert je afweersysteem daar heftig op. Het slijmvlies produceert extra slijm zodat je gaat snotteren. Daarnaast kun je andere klachten hebben.

Hoe houd je je hooikoortsklachten een beetje onder controle tijdens het buiten sporten?

1. Let op het weer

Het weer heeft een grote invloed op de hoeveelheid pollen in de lucht. De zwaarste dagen voor hooikoortspatiënten zijn zonnige, warme dagen met een windje. Bloemen produceren namelijk de meeste pollen als het warm en zonnig is. De wind verspreidt de pollen vervolgens. Wind uit het oosten bevat meer stuifmeel omdat deze lucht meeneemt vanuit een groter gebied met pollen dan westenwind vanuit de kust.

Vocht spoelt de pollen uit de lucht: bij neerslag of mist is de stuifmeelconcentratie dus het laagst. De uren na een regenbui zijn dus een ideaal moment om te sporten als je hooikoorts hebt. (Of waag je al tijdens de regen naar buiten). Ook ’s ochtends vroeg en ’s avonds laat zitten er minder pollen in de lucht.

2. Draag een zonnebril

Bij hooikoorts heb je vaak niet alleen last van je een loopneus en niesbuien, maar ook van jeukende, branderige ogen. Door een zonnebril te dragen tijdens het sporten, houd je de ergste pollen uit de slijmvliezen van je ogen. Bovendien heb je met een bril op minder last van eventuele wind die je ogen teistert. Nog een pluspunt van een zonnebril: deze voorkomt dat je in je ogen wrijft. Wrijven verergert de irritatie en kan zelfs een ontsteking veroorzaken.

Je kunt pollen trouwens ook uit je neus proberen te houden met behulp van vaseline. Smeer een likje rondom je neus. Het stuifmeel blijft er dan aan plakken, zodat het niet in je luchtwegen belandt.

3. Kies een geschikte locatie

Ondanks dat stuifmeel zich door de lucht verspreidt, is de concentratie pollen het hoogst vlakbij grassen, planten en bomen. In de stad zul je daarom waarschijnlijk minder klachten ervaren dan tussen weilanden. Hoewel, rond drukke autowegen is de pollenconcentratie juist weer hoog. Een bosrijke omgeving is voor sommige hooikoortspatiënten prettig: loofbomen filteren als het ware de lucht. Heb je last van berken, dan is een bos waar veel van deze bomen staan natuurlijk geen goede sportlocatie.

Woon je aan de kust? Dan heb je geluk. De wind die vanaf de zee naar het land blaast, bevat weinig pollen.

4. Was je haar en kleding

Stuifmeel blijft aan je sportoutfit en haren plakken, waardoor je het van buiten mee naar huis neemt. Doe je kleding na het sporten meteen iedere keer in de was. Stap onder de douche en was je haar zodat je alle pollen wegspoelt.

5. Gebruik een neusspray of tabletjes

Helpt dit allemaal niet? Dan kun je medicijnen gebruiken. Heb je af en toe last, probeer dan eens een neusspray of tabletjes met antihistaminica. Als je voortdurend hooikoorts hebt, kan een neusspray met corticosteroïden of een combinatie van antihistaminica en corticosteroïden uitkomst bieden. 

Bij aanhoudende klachten is het verstandig om je huisarts om advies te vragen.

Bron(nen):