zaterdag, 19 oktober 2019

Blaaskanker (urotheelcarcinoom)

Woekerende cellen vanuit binnenbekleding van de blaas

Jaarlijks krijgen circa 6900 Nederlanders de diagnose blaaskanker. Bij deze vorm van kanker groeien er kwaadaardige cellen in de blaas. In 90 procent van de gevallen ontstaat blaaskanker vanuit het slijmvlies van de blaas. Dat heet urotheelcarcinoom. Dit artikel gaat over deze vorm van blaaskanker.

Onderin het bekken zit de blaas. Dit orgaan verzamelt via de urineleiders urine uit de nieren. Urine bevat afvalstoffen die door de nieren uit het bloed zijn gefilterd. De binnenste laag van de blaas bestaat uit slijmvlies. Dit komt in aanraking met urine. Wat dieper ligt een laagje bindweefsel en daaromheen de blaasspier. Als je moet plassen, knijpt de blaasspier samen en verlaat de urine via de plasbuis het lichaam. In 90 procent van de gevallen ontstaat blaaskanker vanuit het slijmvlies van de blaas. Dat heet urotheelcarcinoom. Dit artikel gaat over deze vorm van blaaskanker.

Wat is blaaskanker?

We spreken van blaaskanker wanneer er in de cellen van de blaaswand fouten in het erfelijk materiaal zijn ontstaan, waardoor deze cellen ontsporen en ongecontroleerd gaan groeien. Er bestaan twee vormen van urotheelcarcinoom:

  • Niet-spierinvasief groeiende tumoren. Deze vorm van blaaskanker is oppervlakkig en beperkt zich tot het slijmvlies of de bindweefsellaag van de blaas.
  • Spierinvasief groeiende tumoren. Bij dit type blaaskanker groeien de tumoren in of door de spierlaag van de blaas.

Er zijn vijf stadia van blaaskanker. In welk stadium de ziekte verkeert, hangt af van de plaats van de tumor, de diepte van de tumor en het al dan niet aanwezig zijn van uitzaaiingen:

  1. De tumor is heel lokaal en zit alleen in het slijmvlies van de blaas.
  2. De tumor zit ook in het bindweefsel van de blaas.
  3. De tumor is in het spierweefsel van de blaas doorgedrongen.
  4. De tumor is via het spierweefsel doorgedrongen naar het vetweefsel daaromheen.
  5. De tumor heeft zich uitgezaaid naar de lymfeklieren en/of weefsel en organen nabij de blaas, bijvoorbeeld de baarmoeder, vagina, prostaat of buikwand.

De cijfers

Jaarlijks krijgen circa 6900 Nederlanders de diagnose blaaskanker. In ongeveer 70 procent van de gevallen gaat het om de niet-spierinvasieve vorm. Bij zo’n 30 procent van de patiënten wordt spierinvasieve blaaskanker vastgesteld. Meestal zijn zij ouder dan 60 jaar. Blaaskanker treft drie tot vier keer zo vaak mannen als vrouwen. Bij mannen is het de op drie na meest voorkomende vorm van kanker.

Oorzaken en risicofactoren

Er is nog weinig bekend over de oorzaken van blaaskanker. Wel staat vast dat de ziekte meestal voorkomt bij mannen en vrouwen boven de 60 jaar. De meeste patiënten zijn tussen de 70 en 90 jaar oud.

Roken, chronische urineweginfecties en langdurige irritatie van de blaas door blaasstenen zijn risicofactoren voor blaaskanker. Dit geldt ook voor langdurige blootstelling aan zogenoemde ‘aromatische aminen’. Dit zijn kankerverwekkende stoffen, die werden gebruikt in de verf- en rubberindustrie.

Daarnaast bestaat er een zeldzame, erfelijke vorm van blaaskanker. Mensen met meerdere directe familieleden (moeder, vader, zus of broer) met blaaskanker hebben een verhoogde kans om het ook te krijgen. In dit geval is overleg met de huisarts belangrijk. Er kan dan eventueel erfelijkheidsonderzoek worden gedaan.

Symptomen blaaskanker

Een tumor in de blaas geeft in het begin meestal geen duidelijke klachten. Vaak zijn de eerste aanwijzingen bloed in de urine en vaker plassen dan normaal. Dit kunnen echter ook de symptomen zijn van onschuldige aandoeningen, bijvoorbeeld een urineweginfectie of prostaatontsteking. Andere veelvoorkomende klachten zijn:

  • Moeilijk/pijnlijk plassen
  • Kleine porties plassen
  • Pijn in de flanken
  • Pijn in het bekken en/of de blaasstreek
  • Vaak blaasontstekingen hebben

De diagnose

Als je klachten hebt die passen bij de verschijnselen van blaaskanker is het belangrijk om deze met je huisarts te bespreken. Met name bloed in de urine is een reden om een afspraak te maken.

De huisarts zal je eerst lichamelijk onderzoeken en je klachten bespreken. Waarschijnlijk zal hij of zij ook bloed- en urineonderzoek laten doen. Als de resultaten het vermoeden op blaaskanker onderbouwen, word je doorverwezen naar de uroloog voor aanvullend onderzoek. Dit kan bestaan uit onder andere:

  • Echografische onderzoek, waarbij middels geluidsgolven de blaas en nieren zichtbaar worden gemaakt.
  • Een kijkonderzoek (cytoscopie). Bij dit inwendig onderzoek wordt via de plasbuis met een camera in de blaas gekeken om vast te kunnen stellen of er een tumor in zit.
  • Biopsie. Als tijdens de cytoscopie afwijkend weefsel in de blaas is waargenomen, wordt er een operatie ingepland om dit te verwijderen (biopsie). Microscopisch onderzoek van dit weefsel toont aan of er sprake is van een kwaadaardige tumor, waar deze zit en of de tumor in de blaasspier groeit.

Als het gezwel in de blaasspier is gegroeid, is nader onderzoek nodig om mogelijke uitzaaiingen op te sporen. Het kan gaan om een:

  • CT- scan: Met behulp van röntgenstralen wordt een dwarsdoorsnede van de inwendige organen gemaakt. Hierbij kunnen tumoren in het nierbekken, de urineleider en eventueel de longen zichtbaar gemaakt worden.
  • MRI-scan: Met behulp van een magnetisch veld en radiogolven worden er honderden beelden van de organen en het weefsel in de onderbuik gemaakt. Hiermee kunnen tumoren en/of uitzaaiingen snel worden opgespoord.

De behandeling van blaaskanker

De manier waarop blaaskanker behandeld wordt, hangt onder meer af van het aantal kwaadaardige tumoren, het stadium van de ziekte en de conditie van de patiënt.

Niet-spierinvasieve tumoren

Niet-spierinvasieve tumoren worden meestal behandeld met een zogenoemde Trans Urethrale Resectie Tumor (TUR-T), een operatie, waarbij via de plasbuis de tumoren verwijderd worden. Bij deze ingreep wordt gebruik gemaakt van een dunne metalen draad. Door middel van elektrische stroom die door de draad wordt geleid, snijdt de chirurg het kwaadaardig weefsel weg.

De verdere behandeling bestaat uit één of meer blaasspoelingen met bepaalde medicijnen. Dit kan celdodende- en celdelingremmende medicatie zijn (cytostatica) of geneesmiddelen die de lichaamseigen afweer tegen kankercellen stimuleren (immuuntherapie).

Spierinvasieve tumoren

Bij spierinvasieve tumoren zijn er meestal ingrijpender behandel vormen noodzakelijk. De meest toepaste behandelingen zijn:

  • Operatie: Met een operatie kan het mogelijk zijn om alleen de tumor te verwijderen (partiële resectie). Soms moet de hele blaas weggehaald worden (cystectomie). Na deze operatie volgt ofwel de aanleg van een donorblaas ofwel een kunstmatige uitgang voor de urine (urinestoma). Wanneer er uitzaaiingen zijn, moet het aangetast(e) weefsel en/of organen ook verwijderd worden. Denk aan lymfeklieren, de urinebuis, prostaat of baarmoeder.
  • Bestraling (radiotherapie): Het doel van deze behandelvorm is om kankercellen met stralen gericht te vernietigen. De bestraling kan inwendig en/of uitwendig zijn. Bij inwendige bestraling (brachytherapie) wordt radioactief materiaal met enkele dunne, holle buisjes tijdelijk in de blaaswand geplaatst. Het plaatsen van de buisjes gebeurt onder narcose of een verdoving door een ruggenprik. Bij uitwendige bestraling komt de straling uit een apparaat. Beide behandelvormen kunnen in plaats van of in combinatie met een operatie worden toegepast.
  • Chemotherapie:  Als blaaskanker zich heeft uitgezaaid, wordt de patiënt behandeld met medicijnen die cellen doden of de celdeling remmen. Deze zogenoemde ‘cytostatica’ worden via een infuus toegediend en verspreiden zich zo via het bloed door heel het lichaam. Hierdoor werken ze helaas ook in op gezonde cellen, zodat de patiënt last kan krijgen van bijwerkingen, zoals misselijkheid, braken en haaruitval. Chemotherapie bij blaaskanker is meestal niet gericht op genezing, maar wordt bijna alleen toegepast om de ziekte te remmen of de klachten te verminderen. Dit heet palliatieve zorg.
  • Pijnbestrijding: Wanneer blaaskanker gepaard gaat met pijn door de ziekte of de behandeling ervan, kan deze met verschillende medicijnen bestreden worden. Welke pijnstiller wordt ingezet, hangt af van de mate van pijn.

Prognose

De vooruitzichten en overlevingskansen bij blaaskanker zijn sterk afhankelijk van het stadium van de ziekte en de snelheid waarmee de kwaadaardige cellen zich delen. Bij negen van de tien mensen is de ziekte gelukkig niet levensbedreigend. Meestal is hun prognose goed.

Niet-spierinvasieve blaastumoren bevinden zich in stadium 1 of 2. Ze zijn vaak goed te behandelen en bieden zeer goede overlevingskansen. Bij oppervlakkige, niet-spierinvasieve, tumoren die langzaam groeien, is het risico om aan blaaskanker te overlijden kleiner dan 5 procent. Na drie jaar is iets meer dan 90 procent van de patiënten nog in leven.

Bij spierinvasieve blaastumoren bevindt de ziekte zich in stadium 3 of hoger. Vanaf dit stadium ontstaat de kans dat kankercellen losraken en zich via de lymfevaten en/of het bloed in het lichaam verspreiden. Op deze manier kunnen er uitzaaiingen ontstaan. De vooruitzichten worden dan veel slechter.

Bij patiënten met spierinvasieve blaaskanker is na 3 jaar iets meer dan 35 procent nog in leven. Na vijf jaar hebben zij 20 tot 60 procent kans hieraan te overlijden. Als de blaaskanker zich heeft uitgezaaid, is de gemiddelde vijfjaarsoverlevingskans circa 25 procent.

Bron(nen):