dinsdag, 22 oktober 2019

Keelholtekanker

Tumoren in de keelholte

Keelholtekanker is een zeldzame aandoening die vooral voorkomt bij mensen van middelbare leeftijd en ouder. Meestal ontstaan deze tumoren in het slijmvlies van de keelholte, ofwel de cellaag die hier aan de oppervlakte ligt. Omdat deze vorm van kanker vage klachten geeft, wordt de ziekte vaak pas laat ontdekt.

Wat is keelholtekanker?

Alle vormen van kanker hebben één ding gemeen: omdat er fouten in het erfelijk materiaal van lichaamscellen zijn ontstaan, gaan deze zich ongeremd delen. Uit deze woekerende cellen groeien kwaadaardige gezwellen. Bij keelholtekanker gebeurt dit meestal in de slijmvliezen van de keelholte (farynx). Dit weefsel is opgebouwd uit zogenoemde plaveiselcellen. Dit soort tumoren worden dan ook wel plaveiselcelcarcinomen genoemd.

Wanneer keelholtekanker niet op tijd wordt ontdekt en behandeld, kan de tumor doorgroeien naar omringend weefsel. Kankercellen kunnen ook losraken van het gezwel en zich via de lymfeklieren in de hals of via de bloedbaan naar andere plekken in lichaam verspreiden. Op deze manier ontstaan uitzaaiingen, bijvoorbeeld in de longen, lever of hersenen.

Onderverdeling en cijfers

De keelholte is de ruimte achter de mond- en neusholte, waar zowel voedsel als lucht passeren. Deze ruimte wordt onderverdeeld in drie gebieden: de neus-keelholte, de mond-keelholte en de hypofarynx. Afhankelijk van de plek waar de kanker ontstaat, onderscheiden we dan ook drie soorten keelholtekanker:

  1. Neus-keelholtekanker (nasofarynxkanker) begint in de neus-keelholte (nasofarynx). Dit is het bovenste deel van de keelholte, boven en achter het zachte verhemelte. Nasofarynxkanker is een zeer zeldzame aandoening. Hij komt vooral voor bij mensen van Chinese, Indonesische en Noord-Afrikaanse afkomst.
  2. Mond-keelholtekanker (orofarynxkanker) ontstaat in de mond-keelholte (orofarynx). Dit middelste deel van de keelholte zit achter de mondholte, waar zich onder andere de keelamandelen en huig bevinden. Ook dit is een betrekkelijk zeldzame tumor. Jaarlijks wordt deze bij zo’n 270 mensen vastgesteld. In 70 procent van de gevallen gaat het om een keelamandelcarcinoom. Het merendeel van de patiënten is ouder dan 60 jaar en van het mannelijk geslacht.
  3. Hypofarynxkanker vormt zich in het laagste deel van de keelholte, boven de slokdarm (hypofarynx). Omdat dit gedeelte van de keelholte ter hoogte van de stembanden zit en het slijmvlies van de hypofarynx het strottenhoofd omsluit, kan de tumor zich makkelijk uitbreiden naar de stembanden en het strottenhoofd. Hypofarynxkanker is eveneens vrij zeldzaam. Ieder jaar wordt deze ziekte bij circa 200 Nederlanders ontdekt. Meestal zijn dit mannen boven de 50 jaar.

Oorzaken en risicofactoren

Er is een sterke relatie tussen keelholtekanker, roken, tabak pruimen en overmatig alcoholgebruik. Mensen die roken én alcohol drinken lopen extra risico. Daarnaast kan erfelijke aanleg een rol spelen. Zo lijken sommige mensen gevoeliger te zijn voor stoffen die kanker kunnen veroorzaken. Andere mogelijke risicofactoren zijn onder andere:

  1. Slecht voedingspatroon, zoals weinig groenten en fruit eten.
  2. Slechte mondhygiëne.
  3. Langdurig geïrriteerd keelholteslijmvlies door ontstekingen.
  4. Het Humaan Papilloma virus (HPV). Het seksueel overdraagbare HPV kan zowel baarmoederhalskanker als mond-keelholtekanker veroorzaken. In het laatste geval gebeurt de overdracht via orale seks.
  5. Het Epstein-Barr virus (EBV). Door dit virus kan de ziekte van Pfeiffer, maar ook neus-keelholtekanker ontstaan.

Symptomen keelholtekanker

Kanker in de keelholte geeft in het begin onduidelijke klachten. Hierdoor wordt de ziekte vaak pas in een laat stadium ontdekt. De eerste verschijnselen die kunnen optreden zijn:

  • Slikklachten.
  • Een blijvend gevoel dat er een brok in de keel zit.
  • Veel slijm in de keel.
  • Heesheid.
  • Keelpijn die uitstraalt naar de oren.
  • Een (vaak pijnloze) zwelling in de hals.
  • Rode of witte plekken op het slijmvlies in de keelholte.

In een later stadium kun je bijvoorbeeld last krijgen van :

  • Wat bloed in het slijm.
  • Verstopte neus.
  • Neusbloedingen.
  • Hoofdpijn.
  • Dubbel zien.
  • Een minder beweeglijke tong.
  • Benauwdheid.
  • Verlies van gevoel in het gezicht en in de mond.
  • Vermagering.

Als één of meer van de bovenstaande klachten langer dan drie weken aanhouden, is het verstandig om naar de huisarts te gaan om je nader te laten onderzoeken.

De diagnose

Om keelholtekanker te kunnen vaststellen, zijn verschillende onderzoeken beschikbaar. Eerst zal de huisarts vragen naar je klachten en je lichamelijk onderzoeken. Zo zal hij bijvoorbeeld voelen of de lymfeklieren in je hals opgezwollen zijn. Afhankelijk van zijn bevindingen, verwijst hij je daarna mogelijk door naar een keel-, neus- en oorarts (KNO-arts) in het ziekenhuis. Hier kunnen ondermeer de volgende onderzoeken gedaan worden:

  • Inspectie van de mond, keel, neus en oren. Om diep in de keelholte te kunnen kijken, maakt de specialist soms gebruik van een 'tandartsspiegeltje'. Hij kan de keelholte nog beter in beeld brengen met een 'flexibele laryngoscoop', ofwel een dunne, buigzame slang waaraan een cameraatje zit. Deze brengt de arts via de neus in.
  • CT-scan/MRI-scan. Als er sprake is van een tumor kan de arts met deze onderzoeken bepalen hoe ver deze is uitgebreid en of er uitzaaiingen in de lymfeklieren zitten. Een CT-scan is een apparaat dat met röntgenstraling en een computer heel gedetailleerde beelden kan maken van de binnenkant van je lichaam. Een MRI-scan doet dit met behulp van een magneetveld in combinatie met radiogolven en een computer.
  • Echografie. Om uitzaaiingen in de lymfeklieren op te sporen, kan er een echo worden gemaakt. Dit apparaat brengt de lymfeklieren met behulp van geluidsgolven in beeld.
  • Kijkoperatie. Het is vaak nodig om één of meer stukjes weefsel van het gezwel en het omringend gebied weg te nemen (biopt). Dit gebeurt tijdens een kijkoperatie onder algehele narcose. De biopt(en) worden vervolgens onder een microscoop onderzocht.

De behandeling

De behandeling van keelholtekanker hangt af van de plek waar de ziekte is ontstaan en in welk stadium deze zit. Onder het laatste verstaat men de mate waarin de kanker zich in het lichaam heeft uitgebreid. Daarnaast spelen de leeftijd, lichamelijke conditie en persoonlijke wensen van de patiënt een rol bij het opstellen van een behandelplan. De behandeling kan gericht zijn op genezing (curatieve behandeling), maar ook op het remmen van de ziekte en/of het zoveel mogelijk verminderen van de klachten (palliatieve behandeling).

Behandelvormen

De meest toegepaste behandelvormen bij tumoren in de keelholte zijn radiotherapie, een operatie, chemotherapie of een combinatie daarvan.

Bij radiotherapie oftewel bestraling gebruikt men ioniserende straling om kankercellen te beschadigen of vernietigen. Dit kan inwendig of uitwendig gedaan worden. Bij inwendige bestraling plaatst de arts tijdelijk radioactieve stof dichtbij de tumor. Dit gebeurt een paar keer per dag, meerdere dagen achter elkaar. Bij uitwendige bestraling bestraalt de arts je met een röntgenapparaat. De plek die bestraald wordt, is vooraf heel nauwkeurig bepaald. Deze behandeling wordt meestal gedurende 4-7 weken een paar keer per week herhaald.

Bij grotere gezwellen kan een operatie nodig zijn. De arts verwijdert de tumor dan chirurgisch en tevens wat weefsel eromheen. De patholoog onderzoekt het weggehaalde weefsel op de aanwezigheid van kankercellen. Als deze gevonden worden, moet er soms weer geopereerd worden. Of er volgt bestraling.

Chemotherapie wordt vaak toegepast in combinatie met radiotherapie om grotere tumoren te behandelen. Dit heet chemoradiatie. Chemotherapie bestaat uit het toedienen van medicijnen die cellen doden of de celdeling remmen (cytostatica). Wanneer alleen chemotherapie wordt ingezet, is dat een palliatieve behandeling.

Vooruitzichten

Als keelholtekanker in een vroeg stadium aan het licht komt, is de kans op genezing circa 90 procent. Hoe verder de ziekte zich heeft verspreid, hoe slechter de vooruitzichten zijn. De kans op genezing daalt naar 50-60 procent als de kanker omringend weefsel en/of de lymfeklieren in de hals heeft aangetast. Wanneer de ziekte is uitgezaaid naar andere weefsels en organen beschouwt men deze als ongeneeslijk. Met behandeling kan het ziekteproces dan wel vertraagd worden.

Bron(nen):