zaterdag, 19 oktober 2019

Mondholtekanker

Tumoren in de mondholte

Mondholtekanker wordt in de volksmond ook wel mondkanker genoemd. Jaarlijks krijgen circa 600 Nederlanders deze diagnose. Zij zijn meestal 40 jaar en ouder. Alhoewel mannen deze ziekte vaker krijgen dan vrouwen, groeit de laatste groep. Dit komt omdat vrouwen steeds meer alcohol drinken en roken.

Wat is mondholtekanker?

De mondholte loopt van de lippen tot aan het zachte gehemelte. Dit gebied omvat dus ook de tong, het tandvlees, de mondbodem, het harde gehemelte en het wangslijmvlies. Wanneer ergens in deze weefsels cellen ontsporen en gaan woekeren spreken we van mondholtekanker.

Meestal ontstaat mondholtekanker in het slijmvlies van de mondholte, met name in de bodem van de mond, de tong of het wangslijmvlies. Dit soort tumoren heten plaveiselcarcinomen. Tumoren in de bodem van de mond ontwikkelen zich vaak vanuit de voorzijde of zijkant van de mondbodem. Tongtumoren beginnen doorgaans op de rand van de tong. Wangslijmvliestumoren zitten vooral op de lijn waar het gebit van de onder- en bovenkaak elkaar raakt.

Gezwellen aan het tandvlees beginnen vaak in de onderkaak. Dit worden ook wel 'osteosarcomen' genoemd.

Groeiwijzen

Kleine mondtumoren (< 1,3 centimeter) kunnen doorgaans worden genezen. Meestal wordt de ziekte echter pas in een later stadium ontdekt. De kanker heeft zich dan al uitgebreid naar het omringend weefsel, zoals spieren of bot en/of is uitgezaaid naar lokale lymfeklieren. Via de lymfeklieren kan de ziekte zich verder in het lichaam uitzaaien, bijvoorbeeld naar de longen, de lever of het skelet. Over het algemeen geldt wel dat mondholtekanker lang beperkt blijft tot de plek van oorsprong en nabijgelegen lymfeklieren.

De cijfers

2 procent van alle vormen van kanker betreft mondholtekanker. In Nederland komt de ziekte vooral voor bij mensen van middelbare leeftijd en ouder. Circa 4 op de 100.000 mannen en 2,7 op de 100.000 vrouwen krijgen jaarlijks deze diagnose. Omdat mondholtekanker vaak niet tijdig wordt ontdekt, heeft ongeveer 40 procent van alle gevallen een fatale afloop.

Oorzaken en risicofactoren

Roken en alcohol drinken zijn belangrijke risicofactoren voor het krijgen van mondholtekanker. Sigaretten (vooral bij meer dan twee pakjes per dag), sigaren en pijp roken en het pruimen of snuiven van tabak veroorzaken wel 80-90 procent van alle gevallen. Mensen die chronisch of zwaar drinken (meer dan zes alcoholconsumpties per dag) hebben ook meer kans om deze ziekte te krijgen.

Andere factoren die bijdragen aan het risico van mondholtekanker zijn onder andere:

  • Chronische irritatie van het mondslijmvlies door een slecht passende gebitsprothese, afgebroken tanden, kiezen of vullingen.
  • Slechte mondhygiëne.
  • Langdurig onbehandelde syfilis.
  • Ongezonde voeding, zoals een voedingspatroon met onvoldoende groenten en fruit.
  • Erfelijkheid. Er zijn aanwijzingen dat sommige mensen gevoeliger zijn voor de effecten van kankerverwekkende stoffen. Dit houdt bijvoorbeeld in dat de ene persoon die rookt en/ of drinkt meer kans heeft op (mondholte)kanker dan de andere. Ook wanneer er mond-, keel- of longkanker in je familie voorkomt, loop je meer risico.

Symptomen mondholtekanker

Gewoonlijk geeft mondholtekanker in het beginstadium geen (pijn)klachten. Er kunnen dan wel aanwijzingen zijn, zoals:

  • Een niet genezend wondje of zweertje in de mond.
  • Witte of rode verkleuringen van het slijmvlies.
  • Problemen met een (voorheen goed passende) gebitsprothese.
  • Loszittende tanden en kiezen.
  • Slechte adem.
  • Gezwollen klieren in de hals.
  • Een pijnloze zwelling in het midden van het gehemelte.

Wanneer er pijn ontstaat, heeft de kanker nabijgelegen zenuwen aangetast. Dit kan zich bijvoorbeeld uiten in kauw- en slikklachten en uitstralende pijn naar de oren, hals en kaak. Verder kan de beweeglijkheid van de tong verminderd zijn, waardoor je moeite hebt met spreken of ergens in de mond een verdoofd gevoel ervaart. Andere mogelijke symptomen zijn bloed in de mond of de mond niet meer kunnen openen.

Naar de huisarts?

Omdat de kans op genezing van mondholtekanker groot is als de ziekte vroeg ontdekt wordt, is het belangrijk om één of meer van de bovenstaande signalen zo snel mogelijk bij de huisarts te melden. Ze kunnen ook een onschuldig karakter hebben, maar een gewaarschuwd mens telt voor twee!

De diagnose

De huisarts zal je globaal onderzoeken. Denk aan vragen over je klachten, een inspectie van je mondholte en het voelen of de lymfeklieren in je nek gezwollen zijn. Mogelijk vindt hij het nodig om aanvullend onderzoek te laten doen.

Verschillende onderzoeken

Er bestaan verschillende onderzoeken om mondholtekanker, het stadium en de agressiviteit ervan vast te stellen. Onder het stadium verstaan we de plaats en grootte van de tumor, in hoeverre deze naar ander weefsel is doorgegroeid en of/waar er uitzaaiingen zijn. Bij mondholtekanker onderscheiden artsen 4 stadia. De agressiviteit geeft aan hoe snel de tumor groeit en zich uitzaait. Hoe lager het stadium van een tumor en hoe minder agressief deze is, hoe beter de vooruitzichten zijn.

Veel toegepaste onderzoeken zijn onder andere:

  • Bloedonderzoek. In het bloed zitten veel stoffen die de gezondheidstoestand van je lichaam weerspiegelen. Wanneer bepaalde stoffen afwijken van de ‘normaalwaarden’ kan dit duiden op een ziekte. Zo kan het bloed bijvoorbeeld onderzocht worden op het aantal rode- en witte bloedcellen, de bloedsuikerspiegel, het ijzergehalte en de schildklierfunctie.
  • Weefselonderzoek. Hierbij wordt een stukje verdacht weefsel weggehaald (biopt) voor microscopisch onderzoek om vast te stellen of het al dan niet kwaadaardig is.
  • Echografie van de hals, eventueel met punctie van de lymfeklieren. Met behulp van radiogolven worden deze lymfeklieren in beeld gebracht om mogelijke uitzaaiingen op te sporen. Wanneer er lymfeklieren vergroot zijn, bestaat de kans dat ze zijn aangetast. De radioloog zuigt dan met een naald wat cellen op, zodat deze onder de microscoop op kankercellen onderzocht kunnen worden.
  • CT-scan of MRI-scan van de mondholte. Een CT-scan maakt met röntgenstraling doorsnede foto’s van het lichaam. Bij een MRI-scan gebeurt dit met behulp van een magneetveld en radiogolven. Op deze manier kunnen tumoren op een computerscherm zichtbaar gemaakt worden. De arts kan zo ook zien of deze zich hebben uitgebreid en/of uitgezaaid naar andere plekken in het lichaam.
  • PET-scan. De arts dient een radioactieve stof toe die door lichaamscellen worden opgenomen. Omdat kankercellen een versnelde verbranding hebben, nemen voor deze cellen het radioactieve materiaal op. Zo maakt de arts ze zichtbaar.
  • Röntgenfoto van tanden en kaken (orthopantomogram). Met deze foto kan een arts ondermeer zien of en hoever de tumor in het kaakbot is ingegroeid.

Behandeling

De behandeling van mondholtekanker hangt af van de persoonlijke situatie van de patiënt. Het stadium van de ziekte, de agressiviteit ervan en iemand zijn lichamelijke conditie bepalen het behandelplan.

Gebruikte behandelmethoden zijn bijvoorbeeld:

  • Photodynamische therapie (PDT). Deze techniek wordt toegepast om kleine en/of oppervlakkige tumoren te verwijderen. Eerst wordt een lichtgevoelige stof in het lichaam geïnjecteerd, die ook in de tumor doordringt. Vervolgens bestraalt men de tumor met laserlicht. Hierdoor klappen de bloedvaten naar de tumor dicht, waardoor deze afsterft.
  • Operatie.  Als de tumor (middel)groot en operabel is, zal de arts deze chirurgisch verwijderen. Vaak haalt hij dan ook de dichtst bijliggende lymfeklieren in de hals weg. Indien nodig wordt direct het slijmvlies en kaakbot gereconstrueerd.
  • Radiotherapie. Na PDT en een chirurgische ingreep volgt meestal radiotherapie. Met ioniserende straling wordt beoogd eventueel achtergebleven kankercellen te vernietigen.  Soms past de arts alleen radiotherapie toe. Dit gebeurt als de kanker niet meer te genezen is. De behandeling is dan bedoeld om de tumor te laten krimpen en zo de klachten van de patiënt te verlichten.
  • Chemotherapie. De arts dient medicijnen toe die celdodend of celdelingremmend werken (cystostatica). Deze behandelvorm wordt soms in combinatie met een operatie en radiotherapie toegepast. Als de patiënt ongeneeslijk ziek is omdat de tumor te groot is om te opereren en/ of is uitgezaaid naar andere organen, kan hij of zij chemotherapie krijgen om het ziekteproces te vertragen.

De vooruitzichten

Net als bij iedere vorm van kanker geldt dat de prognose van mondholtekanker afhankelijk is van het stadium waarin de ziekte ontdekt wordt. Gebeurt dit in een vroeg stadium en de tumor bevindt zich bovendien in een makkelijk bereikbaar deel van de mond, is de behandeling vaak succesvol. Bijna 90 procent van patiënten met mondholtekanker in stadium I is na 3 jaar nog in leven. Bij patiënten met mondholtekanker in stadium IV is ruim 40 procent na 3 jaar nog in leven.

Bron(nen):