zondag, 20 oktober 2019

3 misvattingen over vaccinaties

Inenten slecht? Dit zijn de feiten

Inentingen tegen kinderziektes zouden niet langer nodig zijn of zelfs schade aanrichten. Ook over vaccinaties voor volwassenen, zoals de griepprik, heerst twijfel. Waar komt die onrust vandaan? Drie misvattingen over vaccinaties toegelicht.

In 1998 verscheen in het vooraanstaande wetenschappelijke tijdschrift The Lancet een artikel van de Britse arts Andrew Wakefield. Hij legde een link tussen de BMR-prik en autisme. Veel mensen hoopten dat er eindelijk een oorzaak was gevonden voor de toename van autisme onder kinderen. In Amerika werd onder meer televisiester Jenny McCarthy fel pleitbezorgster van een anti-vaccinatiebeweging.

Vervolgstudies slaagden er keer op keer niet in de resultaten van Andrew Wakefield te herhalen. Tien jaar na zijn publicatie kwam uit dat hij had gefraudeerd. Hij had om financiële redenen onderzoeksgegevens gemanipuleerd en vervalst. The Lancet trok zijn publicatie terug en Wakefield werd uit zijn ambt gezet.

Inmiddels heerst onder veel westerse mensen wantrouwen tegen vaccinaties. Mensen vragen zich af waarom je een ziekte inspuit in een gezond lichaam en of toevoegingen als kwik en aluminium wel veilig zijn. En zijn vaccinaties wel nuttig, als ze toch niet 100 procent beschermen en als de ziektes nog maar weinig voorkomen?

Misvatting 1: Je spuit een ziekte in een gezond lichaam

Een veelvoorkomende misvatting is dat je met vaccinaties een ziekte inspuit. Er zitten geen levende ziekmakers – bacteriën of virussen – in vaccins. Vaccins bevatten dode, inactief gemaakte, of zelfs alleen kleine stukjes virus of bacterie. Deze kunnen je niet ziek maken.

Toch is het inspuiten ervan genoeg om je immuunsysteem te laten weten dat het voor deze indringers moet oppassen en voortaan meteen in actie moet komen als ze je lichaam binnendringen. Het is alsof je het immuunsysteem waarschuwt met een gedetailleerd maar onschadelijk plaatje van de ziekmaker; zoals je ook een klein kind via plaatjes kunt leren voor welke dieren het moet oppassen. Het BMR-vaccin is het enige uit het Rijksvaccinatieprogramma dat een zogenaamd 'levend' vaccin bevat, met levende, maar in­actief gemaakte ziekmakers. Dit is alsof je een kind een verdoofd en daardoor ongevaarlijk dier zou voorhouden.

Misvatting 2: Vaccins bevatten gifstoffen

Er gaan ook veel verhalen rond over gifstoffen in vaccinaties. Daarbij worden vooral kwik, aluminium en formaldehyde vaak genoemd. Wat hierbij belangrijk is om te beseffen, is dat elke stof giftig is bij een bepaalde dosis. Zelfs water. En dat ons lichaam via voedsel allerlei vreemde stoffen binnenkrijgt die in hogere dosis schadelijk zijn, maar in lage dosis niet.

Kwik zit inmiddels niet meer in de vaccins van het Rijksvaccinatieprogramma. Vroeger wel, maar in zeer lage dosis en in de vorm van ethylkwik, dat je lichaam vrij snel afbreekt en uitscheidt. Ook met de aluminiumzouten en formaldehyde uit vaccins kan je lichaam prima omgaan. Baby’s krijgen bijvoorbeeld meer aluminium binnen via borstvoeding dan via vaccins. Een peer bevat van nature 120 keer meer formaldehyde dan een vaccinatie. Onze lichamen zijn van oudsher gewend deze stoffen af te breken en af te voeren.

Waarom worden die vreemd lijkende ingrediënten toegevoegd aan vaccinaties? Dit heeft twee redenen. De eerste is om vaccins beter houdbaar te maken. De stof voorkomt dan dat er bacteriën en schimmels in het vaccin gaan groeien, die een nare infectie kunnen veroorzaken. De andere reden is dat dit soort toevoegingen je immuunsysteem tijdelijk een extra boost geven, waardoor de vaccinatie nog effectiever wordt.

Misvatting 3: Vaccins werken niet, je wordt evengoed ziek

Andere kritiek op vaccinaties is dat ze niet zouden werken en je evengoed ziek kunt worden. Vaccins bieden inderdaad geen 100 procent garantie. Meestal beschermen ze in 80 tot 100 procent van de gevallen. Uitzonderingen zijn vaccins tegen de bof (beschermt 60 tot 90 procent) en die tegen de kinkhoest en de griep. Maar mét vaccin is de kans om ziek te worden hoe dan ook kleiner dan zonder.

Het vaccin tegen kinkhoest is tegenwoordig minder effectief dan vroeger, omdat de bacterie die de ziekte veroorzaakt zich de afgelopen decennia heeft aangepast. Het is nog niet gelukt om het vaccin hierop af te stemmen. Bij de griepprik is het probleem dat er niet één griepvirus bestaat, maar honderden. Elke zomer moeten de wetenschappers die griepvaccins ontwikkelen, gokken welke griep er komende winter rond zal gaan. Soms zitten ze goed, en soms ernaast. En dan kun je ondanks de griepprik toch ziek worden. Gelukkig verloopt de griep meestal wel minder heftig met de griepprik dan zonder.

Bron(nen):