zondag, 20 oktober 2019

8 geldige 'aankom-smoezen'

Niets eten, toch aankomen

Wat aangekomen de laatste tijd? Of ronduit te dik? Mensen verzinnen de gekste smoezen, maar er bestaan ook verklaringen die wel degelijk steek houden volgens de wetenschap. Acht geldige excuses.

‘Ik heb te veel vetcellen’

De kans op overgewicht wordt beïnvloed door je hoeveelheid vetcellen. Die wordt op jonge leeftijd bepaald. Uit Zweeds onderzoek blijkt dat je onder invloed van je eetgedrag vetcellen blijft aanmaken tot je 20ste. Wie als kind veel en ongezond eet (vetrijke snacks, frisdrank, geraffineerde suiker), zit voor zijn verdere leven met te veel vetcellen opgescheept en wordt makkelijker dik.

Als ze afsterven, worden ze vervangen door nieuwe, maar het aantal blijft min of meer constant. Als je veel eet, zwellen de vetcellen op. Ga je diëten, dan krimpen ze. Deze cellen willen goed gevuld zijn, dus houden ze zoveel mogelijk vet vast. Diëten is moeilijker als je veel vetcellen hebt: het aantal kun je niet verminderen. Ook een maagverkleining heeft geen effect op dat aantal.

‘Ik maak te veel hongerhormoon aan’

Als je honger hebt, maken je darmen ghreline aan. Dit hormoon activeert het genotcentrum in de hersenen: door iets te eten, raak je niet alleen verzadigd, maar ontstaan er ook plezierige gevoelens. Daarom is zo’n hongerprikkel moeilijk te negeren. Hetzelfde genotcentrum verklaart overigens ook de impact van verslavende producten.

Eten doe je dus niet alleen om bouwstenen in te slaan, maar ook om een bevredigd gevoel te bereiken. Uit onderzoek blijkt dat mensen die te weinig slapen, meer ghreline aanmaken dan mensen met een gezonde nachtrust.

'De verpakkingen zijn groter geworden'

Verpakkingen en porties zijn in Nederland inderdaad groter geworden, blijkt uit onderzoek van de VU Amsterdam. Bovendien willen mensen zoveel mogelijk waar voor hun geld. De prijs per eenheid bij grote verpakkingen is lager dan de prijs per eenheid bij kleine porties.

Uit onderzoek blijkt ook dat mensen meer eten als ze grotere verpakkingen gebruiken, of ze dat nu willen of niet. Uit een familiezak chips eet je meer dan een klein beetje. Een kingsize menu in een fastfoodrestaurant biedt niet alleen meer waar voor je geld, maar ook meer ongezonde calorieën. Het is moeilijk om het financiële ‘voordeel’ te negeren.

'Mijn schildklier werkt niet optimaal'

Het is een vaak gehoorde reden en ze wordt steeds beter onderbouwd. Als de schildklier te weinig hormonen aanmaakt (hypothyreoïdie), verbranden de calorieën minder snel. Bij veel mensen leidt een minder actieve schildklier tot onder andere gewichtstoename: wat je ook doet, de pondjes blijven er aan komen. Andere symptomen zijn onder meer vermoeidheid, kouwelijkheid, haaruitval, depressie en concentratiestoornissen.

Heb je hier last van? Ga dan naar je huisarts. Amerikaanse wetenschappers stelden onlangs vast dat de schildklierwaarden in het bloed binnen de normale grenzen kunnen vallen, maar dat mensen toch de symptomen van hypothyreoïdie kunnen hebben.

'Ik ben getrouwd'

Gehuwde mensen hebben minder hoofdpijn, minder rugpijn en minder stress dan ongehuwde. Ze roken minder, drinken minder en doen meer aan sport. Maar ze zijn ook iets dikker, zowel mannen als vrouwen.Samen eten zorgt voor gezondere maaltijden op regelmatige tijdstippen. Wie alleen woont, slaat gemakkelijker een maaltijd over.

'Ik slaap te weinig'

Kinderen die twee uur minder slapen dan gemiddeld, lopen dubbel zoveel risico op overgewicht als kinderen met een normaal slaappatroon. Ook bij volwassenen speelt slaapgebrek een rol. Weinig slaap is een indirecte dikmaker: kortere nachten gaan gepaard met langere dagen en dus meer tijd om te eten. We hebben dan ook meer trek in vet. En wie moe is, heeft minder zin om te bewegen of te sporten en verbrandt die dag minder calorieën.

'Mijn werkdruk is te hoog'

Er bestaat een verband tussen chronische stress en overgewicht. We zijn geneigd om meer en ongezonder te eten als we onder druk staan. Dat is wetenschappelijk aangetoond. In tijden van stress maakt ons lichaam neuropeptide Y aan, een molecule dat een reactie aangaat met receptoren op de vetcellen.

Van dierproeven weet men dat gestreste muizen meer neuropeptide Y produceren en meer aankomen dan muizen die niet onder stress staan. Vermoed wordt dat deze neuropeptide de opnamecapaciteit van vetcellen beïnvloedt. Wanneer men bij muizen de Y-receptoren op de vetcellen blokkeert, vallen ze namelijk zienderogen af. Onderzoek bij mensen opent perspectieven in geval van stressgerelateerd overgewicht.

‘Mijn darmflora is gewoon te efficiënt’

De darmen worden bevolkt door bacteriën: de darmflora. Bacteriën spelen een belangrijke rol bij de spijsvertering. Uit recent onderzoek blijkt dat er verschillende types darmflora bestaan, zoals er verschillende bloedgroepen zijn. Momenteel heeft men drie duidelijke darmfloratypes kunnen onderscheiden, afhankelijk van de bacteriesoort die overheerst. Er werd een verband gevonden tussen de body mass index (BMI) en de bacteriën in de darm. Dit komt doordat sommige stammen efficiënter energie aan het voedsel onttrekken dan andere.

De aanwezigheid van bepaalde bacteriën in de darm houden dus verband met het al dan niet hebben van overgewicht. Je kunt dus de pech hebben over zo’n efficiënte darmflora te beschikken dat er geen calorie verloren gaat. Momenteel wordt verder uitgezocht hoe bacteriën de opname van energie bevorderen of afremmen.

Bron(nen):