woensdag, 5 augustus 2020

Hoe kan het dat kinderen te dik worden?

Leer je kind wat gezond eten is

De helft van de volwassenen in Nederland is te zwaar en dit 'virus' verspreidt zich ook al naar de kinderen. Maar liefst één op de acht kinderen heeft overgewicht. Dat komt grotendeels door onze maatschappij, waarin dik worden veel gemakkelijker is dan op gewicht blijven.

De eerste 1000 dagen

Het begint al bij de eerste hapjes. Kinderen moeten leren eten en dat kost tijd en geduld. Na een werkdag valt het niet mee om je dreumes geduldig die broccoli te laten proeven. Veel ouders maken zich zorgen als hun kind weigert om groenten te eten. ‘Heel herkenbaar’,  zegt Jaap Seidell, hoogleraar Voeding en Gezondheid. Hij doet onderzoek naar het eetgedrag van kinderen. ‘Mijn medewerkers hebben moeilijk etende peuters gefilmd. De stress die je ziet bij de ouders! Ouders zijn altijd bang dat hun kind iets tekort komt of niet goed groeit.’ Die zorgen zijn eigenlijk best terecht. Want de voeding in de eerste 1000 dagen van een kinderleven, dus van de bevruchting tot ongeveer de tweede verjaardag, is heel belangrijk voor de gezondheid. Dat kan blijvende effecten hebben. Het geheim van deze fase? Seidell: ‘Vroeg beginnen met de eerste hapjes, vanaf ongeveer 4 maanden. Dan staat een kind open voor nieuwe smaken. Na de eerste verjaardag wordt dat snel minder. Bovendien beschermt vroeg starten met hapjes volgens de nieuwste inzichten tegen het ontstaan van allergie. Kijk goed naar je kind: heeft het zin om te eten? Neem de tijd voor de maaltijd, al is dat vaak gemakkelijker gezegd dan gedaan in een drukke werkweek. Geef je kind niet te veel tussendoortjes, en al zeker niet teveel melk. Een beetje trek kweken voor de maaltijd is juist goed. Grijp niet naar pyjamapapjes, tussendoorreepjes, kindertoetjes en andere onnodige dreumesproducten. Mediterraan eten, veel afwisseling met veel groenten en fruit, is het best voor kinderen.’

Bammetjescultuur    

Dan gaat je kind naar de basisschool, met een tienuurtje en een broodtrommeltje in het rugzakje. In de supermarkt kun je talloze 'gezonde' tussendoorkoeken en drankjes kopen, maar die zijn eigenlijk helemaal niet nodig. Water en misschien wat fruit is prima. En het lunchpakket? Op Instagram zie je soms van die ouders die ’s ochtends (wanneer dan?) kunstige lunchboxen voor hun kinderen maken, met omeletjes, pannenkoekjes, snoeptomaatjes en salades. ‘De werkelijkheid is anders’, zegt Seidell. ‘Voor ons onderzoek hebben we de inhoud van 3000 overblijftrommels gefotografeerd en ze zijn allemaal hetzelfde: een of twee witte of lichtbruine boterhammen met chocopasta of smeerworst en daarbij een zoet drankje. We leven in de 'bammetjescultuur' en dat is heel jammer. Kinderen krijgen ook geen tijd om rustig te eten. In Frankrijk krijgen de kinderen anderhalf uur pauze en een driegangenmenu met salade vooraf, vis of vlees met groenten en vers fruit toe. Ik ben een groot voorstander van zulke schoolmaaltijden. Helaas is er vaak veel weerstand, bij ouders, kinderen én scholen.’

Pubers: frikandelbroodjes en energydrinks

Van groep 1 naar groep 8 ging in een zucht voorbij en ineens leef je in huis met een kind dat groter is dan jij en dat altijd honger heeft. Heel veel honger. Een kind dat tosti’s maakt na school en dat direct na de warme maaltijd een zak chips wil opentrekken. Nog steeds nemen veel pubers braaf hun bammetjes mee naar school, maar er is een nieuwe factor in het spel: ze hebben geld. Seidell weet precies wat jongeren daarvan kopen. ‘Ze besteden 2,30 euro per dag en dat gaat op aan saucijzenbroodjes, frikandelbroodjes, roze koeken, energydrinks of frisdrank. Het maakt daarbij niet uit of je kind op een VMBO of een gymnasium zit, het lijkt wel een nationale code. We hebben scholieren gevraagd om van dat geld iets te kopen dat wél gezond is en ze genoeg verzadiging geeft. Het lukte ze niet. Gezonde producten zijn nog altijd veel duurder dan goedkope calorieën, dat zou moeten veranderen.’ Dit is ook de leeftijd waarop 'het Experiment' begint. Met roken, drinken, veganistisch eten, lijnen, bikinifitness en bodybuilding. In deze leeftijdsfase (en soms nog eerder) kunnen eetstoornissen ontstaan of overgewicht. Seidell: ‘Eigenlijk laten we tieners aan hun lot over. Ze krijgen geen goed voedingsonderwijs, dus hebben geen idee hoe ze gezond kunnen eten. In veel schoolkantines zijn nog steeds vooral ongezonde producten te koop, er staan snoepautomaten en we weten niet wat ze uitspoken met hun geld.’ Wat kun je doen? Zorgen dat er thuis veel gezonde dingen voorradig zijn, dat je kind verstand krijgt van eten (geef het maar een kookbeurt) en het gesprek aangaan over zakgeldbesteding en experimenteren.

Zelfs de sportkantine is ongezond

In de supermarkt, op school zijn altijd verleidingen voor kinderen. Zelfs in de sportkantine: vaak is daar alleen maar frisdrank, patat en chips te koop. Esther van Etten is (sport)diëtist en zij werkt samen met Team:Fit, een organisatie die een gezonde aanbod wil in de sportkantine. ‘Sporten en dan daarna slecht eten gaat gewoon niet goed samen.’, zegt Esther. Toch krijgt ze veel weerstand als ze met sportclubs praat over het aanpassen van het aanbod. ‘Terwijl ik echt niet roomser ben dan de paus. Het gaat om kleine dingen: zorg dat er altijd water klaarstaat, dat er geen energiedranken te koop zijn, dat de frituurpan pas ‘s avonds aangaat, dat er fruit is en dat de tosti’s standaard van bruin brood worden gemaakt.’

Help de kinderen gezond opgroeien

Er groeit een generatie op die blootgesteld wordt aan allerlei verleidingen, en die ook niet worden geprikkeld om veel te bewegen. Zelfs als je kind helemaal niet te dik is, is dat niet gezond. Voor elk kind is het goed om die verleidingen te verminderen. Thuis, maar ook op school, de supermarkt en de sportkantine. Esther van Etten: ‘We moeten als ouders solidair zijn en onze kinderen helpen door ze niet teveel in de verleiding brengen en door de omgeving aan te passen. Een kind is een kind; natuurlijk kiest dat graag voor zoete en vette snacks. Maar als die snacks er niet zijn, zijn fruit en rauwkost ook gauw goed.’